Ketenbureau update september

Het sociaal domein staat niet stil, dus hoog tijd om je bij te praten. Het laatste nieuws brengen we je als eerste: we lanceren drie digitale Ketenbureau Assistenten. Deze assistenten geven je snel antwoord op praktische vragen binnen de Jeugdwet en Wmo. Verder is het programma van de Week van de Standaarden bekend en dat betekent dat je je weer kunt inschrijven voor de verschillende webinars. Verder vind je in deze nieuwsbrief onder meer: De ALV van de VNG stemt in met nieuwe Contractstandaard hulpmiddelen Wmo Jouw mening telt! Doe mee met de evaluatie over het LARR of vul de enquête in over de effecten van de contractstandaarden Concept Handreiking productieverantwoording kleine aanbieders is klaar. Lees hier de hele update. 
Digitale assistenten Ketenbureau

Drie digitale Ketenbureau Assistenten gelanceerd

Heb je een praktische vraag over de uitvoering van de Jeugdwet of Wmo? Soms heb je geen uitgebreid advies nodig. Je wilt gewoon snel antwoord, zodat je weer verder kunt met je werk. Daarom hebben we drie digitale Assistenten van het Ketenbureau i-Sociaal Domein gelanceerd. Deze nieuwe assistenten helpen je direct op weg. Er is de Assistent Woonplaatsbeginsel (Jeugdwet), de Assistent Berichtenverkeer en Zorgadministratie (Jeugdwet), en de Assistent Inkoopmonitor (Jeugdwet en Wmo).

Snel antwoord met de digitale Ketenbureau Assistenten

De eerste 3 digitale Ketenbureau Assistenten zijn nu te gebruiken: 

Persoonlijke expertise en snelle digitale ondersteuning

Zo combineren we persoonlijke expertise met slimme digitale ondersteuning. We brengen partijen samen en verbinden beleid, uitvoering, processen en ICT. Voor duidelijke afspraken, minder administratieve lasten, betere informatievoorziening en een soepele samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. 

Hoe het werkt

Bekijk de deze Youtube video over de Ketenbureau Assistenten voor meer informatie.

Advies op maat voor het sociaal domein 

Snel zelf verder met een digitale Ketenbureau Assistent? Even sparren met een expert of implementatieadviseur? Kies wat jij op dat moment nodig hebt. Op onze website vind je nog veel meer praktische informatie, handreikingen en e-learnings. Liever persoonlijk contact? Dat kan natuurlijk ook. Neem contact met ons op. Onze experts en implementatieadviseurs helpen je graag verder. 

Met onze digitale assistenten én de kennis van onze experts maken we het werk voor jou en je collega’s elke dag nét een beetje makkelijker. 

ordners in diverse kleuren

Concept handreiking productieverantwoording kleine aanbieders gereed

Afgelopen jaar is hard gewerkt aan een handreiking voor gemeenten met daarin een praktische uitwerking van het controleproces van kleinere aanbieders. Dat zijn aanbieders met een totale omzet voor jeugdhulp of Wmo die lager is dan € 200.000. Deze aanbieders vallen buiten de scope van het accountantsprocotol. In de handreiking staat een stappenplan waarmee gemeenten meer zekerheid kunnen krijgen of de door hen uitgegeven middelen goed zijn besteed. Deze handreiking is dus een aanvulling op het accountantsprotocol. De conceptversie is nu klaar!

Handreiking getoetst door gemeenten, aanbieders en NBA-accountants

De inhoud van de handreiking is tot stand gekomen met behulp van een landelijke werkgroep en beoordeeld door een klankbordgroep met een brede vertegenwoordiging vanuit gemeenten en aanbieders. Het concept is ook besproken met een afvaardiging van accountants die zijn aangesloten bij de NBA.

Eind oktober definitieve versie handreiking verwacht

De definitieve versie wordt naar verwachting eind oktober gepubliceerd. Bekijk onze pagina over het accountantsprotocol voor meer informatie.

Geen verhoging omzetgrens accountantsprotocol

In een eerder nieuwsbericht was nog sprake van een verhoging van de omzetgrens naar €300.000, maar deze blijft in elk geval de komende twee jaren nog op €200.000 staan.

papierstapel

📣 Oproep: Doe mee aan de enquête over de effecten van de contractstandaarden

De contractstandaarden worden inmiddels al enkele jaren gebruikt binnen de Jeugdwet en Wmo. Gemeenten en zorgaanbieders zetten ze in om meer uniformiteit, duidelijkheid en eenvoud te creëren in de uitvoering. Nu willen we samen met jullie onderzoeken wat deze inzet daadwerkelijk oplevert in de praktijk. Daarom nodigen we je uit om deel te nemen aan onze enquête. Vul de enquête in.

Doel van de enquête effecten contractstandaarden

Met jouw ervaringen krijgen we beter inzicht in:

  • Wat de inzet van contractstandaarden oplevert Denk aan samenwerking, duidelijkheid, administratieve lasten en doorlooptijden.
  • Wat het gebruik in de praktijk lastig maakt Bijvoorbeeld interpretatieverschillen, regionale afstemming of maatwerk.
  • Waarvoor je de standaarden inzet Welke zorgvormen?
  • Wat we ermee bereiken — en wat nog niet Welke doelen worden behaald, en waar is nog ontwikkelruimte?

Waarom jouw deelname aan de enquête belangrijk is

Jouw input is essentieel om de contractstandaarden door te ontwikkelen en beter aan te laten sluiten op de dagelijkse praktijk van gemeenten en aanbieders. Hoe meer ervaringen we ophalen, hoe scherper het beeld wordt van de effecten én de ontwikkelkansen.

Meedoen kost je maar 5 minuten

👉 Doe je mee? Vul de enquête in.

Leden van de VNG tijdens een ALV

Nieuwe contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015: duidelijkheid voor alle partijen

De VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs heeft een positief advies gegeven over de nieuwe contractstandaard voor hulpmiddelen binnen de Wmo 2015. De standaard maakt de inkoop van hulpmiddelen eenvoudiger en duidelijker en zorgt voor meer eenduidigheid tussen gemeenten. Gemeenten houden daarbij nog wel ruimte voor eigen keuzes en maatwerk. 

De contractstandaard met bijbehorende documenten is op 2 september 2026 aan gemeenten gestuurd, met de oproep deze vast te stellen tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 30 september 2026.

De contractstandaard heeft voordelen voor gemeenten, leveranciers en inwoners. Gemeenten krijgen duidelijke afspraken voor de inkoop. Leveranciers krijgen vaker te maken met dezelfde afspraken en documenten. Voor inwoners draagt dit bij aan een duidelijk en goed georganiseerd proces rond hulpmiddelen. 

afbeelding met visualisatie van datastroom

Monitoring Berichtenverkeer door het Ketenbureau

Al sinds de start van het berichtenverkeer voor de Wmo en de Jeugd monitoren we als Ketenbureau het versturen van berichten via het berichtenverkeer op basis van de technische gegevens op de StUF-envelop. We adviseren en ondersteunen gemeenten en zorgaanbieders hiermee. De informatie uit het berichtenverkeer wordt door BIDN aan het Ketenbureau geleverd. 

Om deze gegevensverstrekking transparant en juridisch expliciet te borgen, heeft BIDN hiervoor de Informatiedienst StUF-monitor ingericht. Dit betekent dat BIDN gemeenten of de gemeenschappelijke regeling (GR) toestemming gaat vragen voor deze dienstverlening aan het Ketenbureau.

Waarom monitoring van het berichtenverkeer belangrijk is

Een goed werkend berichtenverkeer is essentieel voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. Gemeenten, zorgaanbieders en andere ketenpartners zijn dagelijks afhankelijk van berichten die op het juiste moment worden verzonden, ontvangen en verwerkt.

We monitoren het berichtenverkeer om ervoor te zorgen dat dit proces goed verloopt. Door tijdig te signaleren wanneer berichten niet aankomen, niet worden verwerkt of wanneer retourberichten ontbreken, kunnen problemen snel worden opgespoord en opgelost.

Dit voorkomt dat fouten leiden tot vertraging in de ondersteuning aan inwoners, problemen met declaraties of onjuiste administratieve en beleidsinformatie. 

Wat levert monitoring voor gemeenten op?

Monitoring helpt gemeenten en hun softwareleveranciers om:

  • fouten en verstoringen in het berichtenverkeer vroegtijdig te signaleren;
  • de continuïteit van zorg en ondersteuning te bewaken;
  • onnodige administratieve lasten te voorkomen;
  • problemen met declaraties en rechtmatigheid te beperken;
  • de kwaliteit van beleids- en managementinformatie te verbeteren;
  • inzicht te krijgen in terugkerende problemen en mogelijkheden voor verbetering.

Het Ketenbureau heeft sinds 2015 ervaring met het in samenhang analyseren van berichten en de bijbehorende werkprocessen. Daarmee ondersteunt het gemeenten en zorgaanbieders bij het juist en consequent toepassen van de iStandaarden.

Uw toestemming maakt dit mogelijk

Om de monitoring door het Ketenbureau voort te kunnen zetten, heeft BIDN toestemming van de gemeente of de GR nodig om de technische gegevens op de StUF-envelop van het berichtenverkeer naar het Ketenbureau te versturen. Het gaat hierbij om gegevens zoals het berichttype, de verzendende en ontvangende organisatie, het tijdstip en statusinformatie, en niet om de inhoudelijke gegevens van het bericht.

De contactpersonen van de gemeente of de GR ontvangen van BIDN binnenkort meer informatie over de Informatiedienst StUF-monitor en een aanmeldformulier. 

Met uw toestemming blijft het voor het Ketenbureau mogelijk om het berichtenverkeer van uw gemeente actief te monitoren, problemen vroeg te signaleren en samen met gemeenten, zorgaanbieders en ketenpartners te werken aan een betrouwbaar en goed functionerend berichtenverkeer.

Vanaf 1 januari 2027 worden de gegevens alleen nog verstrekt voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die hiervoor een toestemming hebben verstrekt aan BIDN.

Uw toestemming draagt daarmee direct bij aan een goede uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet.

Heeft u vragen over het monitoren door het Ketenbureau, neem dan even contact op via Contact | i-Sociaal Domein. Heeft u vragen over het aanmelden voor de Informatiedienst, dan kunt u contact opnemen met de Servicedesk van BIDN door te mailen naar servicedesk@bidn.nl of te bellen naar 0800 222 11 22.

Contracten tekenen

Let op: NZa-rekenmethode in nieuwste versie contractstandaarden Jeugd (versie 1.5)

Vanaf 2027 wordt in de nieuwe versie van de contractstandaarden de NZa-rekenmethode gebruikt voor indexering van de tarieven voor het jaar 2028. Dit is naar aanleiding van een wijzigingsverzoek van VNG en VWS in de nieuwe versie van de contractstandaarden Jeugd (versie 1.5) opgenomen. Dat betekent dat gemeenten die nu de contractstandaarden gebruiken de tarieven voor 2027 nog berekenen volgens de “oude” methode en vanaf 2028 volgens de nieuwe methode.

Wat verandert met gebruik NZa-rekenmethode:

  • Op het moment dat de definitieve indexcijfers bekend zijn, vindt er nog geen correctie van de gehanteerde tarieven plaats. Die correctie vindt in het daaropvolgende jaar plaats. Dan wordt de (voorlopige) indexatie voor dat jaar toegepast op het berekende definitieve tarief van het huidige jaar. In de methodiek die tot nu toe is toegepast werd het verschil tussen de voorlopige en definitieve indexatie van het huidige jaar als opslag meegenomen op het voorlopige indexcijfer van het volgende jaar. Een andere formule met nagenoeg dezelfde uitkomst. Beide methoden gaan uit van een correctie in het daaropvolgende jaar.

Wat hetzelfde blijft: 

  • De indexatie is een combinatie van het OVA-indexcijfer en het PPC-indexcijfer.
  • Op twee momenten worden indexcijfers gepubliceerd:
    • in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor je de tarieven wilt berekenen: voorlopige indexcijfers;

Nieuwe versies Contractstandaarden Jeugd (versie 1.5)

De nieuwe versies van de contractstandaarden worden binnenkort gepubliceerd. Vanaf de publicatiedatum hebben gemeenten 6 maanden de tijd om hun aanbieders op de hoogte te stellen van de veranderingen. Gebruik daarvoor de voorbeeldtekst en de was-wordt tabel.

Vergaderende mensen

De Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo staat online

Sinds de implementatie van de Contractstandaarden Jeugd en Wmo diensten hebben we als Ketenbureau i-Sociaal Domein veel vragen gekregen vanuit gemeenten en zorgaanbieders. Het gaat dan vooral om vragen over de wijze van invoering en de juiste interpretatie van de verschillende artikelen, en daar helpen we graag bij. Daarom hebben we de vragen gebundeld in de handige Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo.

De belangrijkste vragen over contractstandaarden Jeugd en Wmo gebundeld

De vragen die we de afgelopen tijd ontvingen, hebben we gebundeld in een overzichtelijke document. De Q&A is te vinden op onze website. Naast de overeenkomst en inkoopdocument staat in de Q&A ook de toelichting op beide documenten. Er staan voorbeelden in, maar ook uitleg over een bepaald artikel.

Bekijk de Q& A in Toolkit op de pagina Contractstandaarden

Eén aanmelding, sneller passende zorg

Steeds opnieuw dezelfde informatie invullen, verschillende formulieren gebruiken en aanvullende gegevens opvragen. Voor veel gemeenten en zorgaanbieders is het de dagelijkse praktijk. Het Landelijk Aanmeldformulier Jeugdhulp brengt daar verandering in: de ervaringen na de implementatie in de regio Hart van Brabant laten zien dat het formulier niet alleen tijd bespaart, maar ook leidt tot betere samenwerking en de route naar passende zorg versnelt. We spraken Leon Spenkelink van Sterk Huis en Crossroads over zijn ervaringen met het landelijk aanmeldformulier. 

Werken met het Landelijk Aanmeldformulier

Bij Sterk Huis wordt sinds 1 juli met het Landelijk Aanmeldformulier gewerkt, bij samenwerkingsverband Crossroads in de regio Hart van Brabant werken ze er inmiddels ruim een jaar mee. Zorgbemiddelaar Spenkelink was betrokken bij de landelijke ontwikkeling én begeleidde de invoering binnen zijn organisatie. Zijn ervaring: het formulier werkt, mits organisaties het goed implementeren én goed gebruiken. “Dat helpt echt bij een snellere toeleiding naar zorg. En we houden meer tijd voor het helpen van mensen, in plaats van dat we met de administratie bezig zijn. Volgens mij kan daar niemand tegen zijn.”

Minder administratie, meer tijd voor zorg

Een aanmelding is bedoeld om snel te beoordelen welke ondersteuning een gezin nodig heeft. Maar in de praktijk kost het aanmeldproces vaak veel tijd: informatie ontbreekt, dossiers moeten worden opgevraagd en verwijzers en zorgaanbieders moeten vaak meerdere keren aanvullende gegevens uitwisselen.

Het Landelijk Aanmeldformulier brengt structuur in een vaak versnipperd aanmeldproces. De informatie die nodig is voor een eerste beoordeling wordt met het landelijk formulier in één keer vastgelegd. Daardoor hoeven zorgaanbieders niet direct uitgebreide dossiers of onderzoeksrapporten op te vragen. “In het formulier staat welke hulp is gegeven en wat heeft dat opgeleverd. Als je een conclusie of een eerder advies weet, dan is dat voldoende om een inschatting te kunnen maken van past dit bij ons of niet.” 

Naast tijdswinst, voorkomt het landelijk aanmeldformulier dat privacygevoelige informatie onnodig wordt gedeeld. “In principe wordt alleen het inhoudelijke (anonieme) deel gedeeld met de zorgaanbieder. Die screent de aanvraag en bekijkt of zij ze de juiste hulp kunnen bieden. Als dat zo is, dan stuurt de verwijzer pas het tweede deel op met de persoonlijke gegevens. Waar we vroeger het hele verslag opvroegen, waarin ook privacygevoelige informatie over gezinsleden kan staan, vragen we nu alleen om een beknopte diagnose als er een onderzoek is geweest.”

Eén taal in de hele keten

De voordelen worden nog groter wanneer gemeenten, verwijzers en zorgaanbieders allemaal met hetzelfde formulier werken. Nu werken veel organisaties vaak nog volgens eigen aanmeldprocedures. Dat betekent dat verwijzers meerdere formulieren moeten invullen of verschillende procedures moeten volgen. “Gemeenten met wie ik contact heb worden heel enthousiast. Als ze nu een aanmelding willen doen bij drie verschillende organisaties, dan moet dat nu vaak op drie verschillende manieren. Bij de een moet je het formulier op een website invullen. Bij de ander moet je eerst bellen bijvoorbeeld, of een afspraak maken om de aanmelding vooraf te bespreken. Dus ik ken gemeenten én jeugdbeschermers die hier overwegend positief over zijn, omdat het aan hun kant echt iets gaat oplossen.”

Met één landelijk formulier ontstaat meer uniformiteit in het hele proces. Bovendien kan een bestaande aanmelding eenvoudig worden aangepast wanneer een jeugdige doorstroomt naar een andere vorm van hulp. “Het zou mooi zijn als je het ook door de hele keten door kunt gebruiken. Dan hoef je niet steeds helemaal opnieuw te beginnen, maar pas je het gewoon aan.” Volgens Spenkelink draagt dat uiteindelijk ook bij aan betere samenwerking. “Als dadelijk iedereen hiermee werkt krijg je meer gezamenlijk taalgebruik. Dus je begrijpt elkaar ook sneller en beter.”

Niet zozeer het formulier zelf, maar de manier waarop het wordt gebruikt maakt het verschil

Een belangrijk inzicht uit de praktijk is dat het succes van het Landelijk Aanmeldformulier niet zozeer wordt bepaald door het formulier zelf. “Het kost minder tijd om hetzelfde werk te doen. Daar wordt iedereen enthousiast van.” Maar dan moet het formulier wel goed worden ingevuld. Gebeurt dat niet, dan moeten zorgaanbieders alsnog bellen of aanvullende informatie opvragen. Daarmee gaat een deel van de tijdswinst verloren. Goede uitleg aan verwijzers blijkt daarom minstens zo belangrijk als het formulier zelf. 

Het formulier vervangt volgens Spenkelink ook niet het goede gesprek dat je met elkaar voert, maar het maakt het gesprek vooral beter. “Dit is echt ondersteunend aan het voeren van het goede gesprek. (…) Ik zie het wel echt als een hulpmiddel. Het is niet een doel op zich, maar het moet juist het gesprek tussen aanmelden en ontvanger makkelijker maken.”

Het formulier is ondersteunend aan het voeren van het gesprek. Juist doordat de basisinformatie compleet en eenduidig wordt gedeeld, ontstaat meer ruimte voor waar het uiteindelijk om draait: samen bepalen welke ondersteuning een kind of gezin nodig heeft. Minder administratie dus, maar vooral meer tijd voor passende zorg.

Begin niet met een zorgproduct, maar met de hulpvraag

Een andere belangrijke verandering is de manier waarop naar een aanmelding wordt gekeken. In plaats van direct een specifiek zorgproduct aan te vragen, beschrijft de verwijzer eerst de situatie van het gezin en de hulpvraag. Pas daarna bepaalt de zorgaanbieder welke ondersteuning het beste aansluit. “Ik heb eigenlijk veel liever dat de verwijzer aanmeldt met: ‘dit is er aan de hand’. Dat wij dan kunnen meedenken over welke hulpaanbod hierbij het best aansluit.” Volgens Spenkelink sluit dat beter aan bij de expertise van beide partijen. “De verwijzer en het gezin, zij zijn op dat moment even expert over wat er aan de hand is. En wij zijn expert over wat wij in huis hebben en welke hulp het beste aansluit.”

Waarom de implementatie in Hart van Brabant soepel verliep

Bij Sterk Huis verliep de implementatie van het landelijk aanmeldformulier relatief eenvoudig. Dat kwam niet vanzelf, maar het management sprak vanaf het begin duidelijk uit dat de organisatie met het Landelijk Aanmeldformulier ging werken. Zo ontstond duidelijkheid over de gekozen richting. “Het helpt als een bestuurder of managementteam of wie dan ook besluit en uitstraalt: we gaan dit doen.” Daarnaast werd steeds uitgelegd waarom de verandering nodig was. “Wat ik heel vaak merk bij veranderingen, dat wordt aangekondigd ‘we gaan dit vanaf nu zo doen’. Zonder dat daar context aan wordt gegeven. Over wat de aanleiding is en wat kan het opleveren.” Volgens Spenkelink hielp juist die uitleg om medewerkers mee te krijgen bij de implementatie van het aanmeldformulier.

Ook de toolkit is van grote waarde bij het implementatieproces. Spenkelink legt uit: “Er is vanuit Jeugdzorg Nederland een toolkit samengesteld voor gemeenten en voor zorgaanbieders. Daarin staat stap voor stap wat je moet doen. Je hoeft bijna niet meer zelf na te denken. Volg de stappen, dat vergemakkelijkt het proces. Dat werkt super goed.”

Samen werken aan één manier van aanmelden

Een jaar werken met het landelijk aanmeldformulier laat zien dat het aanmeldformulier meer is dan een nieuw formulier: het helpt om sneller informatie te delen, vermindert onnodige administratieve lasten en zorgt ervoor dat professionals meer tijd overhouden voor waar het uiteindelijk om draait: passende ondersteuning voor kinderen en gezinnen. 

Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat het succes niet alleen afhangt van het formulier zelf, maar vooral van de manier waarop organisaties het invoeren en gebruiken. Met bestuurlijk draagvlak, goede uitleg, aandacht voor de kwaliteit van de aanmeldingen en ruimte om ervaringen te blijven delen, groeit het Landelijk Aanmeldformulier uit tot een gezamenlijke werkwijze die de samenwerking in de hele keten versterkt. Zo wordt één landelijk aanmeldformulier niet alleen een administratieve verbetering, maar vooral een gezamenlijke stap naar betere samenwerking en sneller passende zorg voor kinderen en gezinnen.

Vijf lessen uit de praktijk

1. Leg altijd uit waarom je verandert

Mensen accepteren een nieuwe werkwijze sneller wanneer duidelijk is wat het oplevert en welk probleem wordt opgelost.

2. Zorg voor bestuurlijk draagvlak

Een duidelijke keuze van bestuur of management voorkomt onduidelijkheid en versnelt de implementatie.

3. Besteed aandacht aan de kwaliteit van het invullen

Een goed formulier voorkomt extra telefoontjes en aanvullende informatieverzoeken.

4. Gebruik de implementatietoolkit

De implementatietoolkit neemt je stap voor stap mee in een succesvolle introductie van het formulier. 

5. Blijf samen verbeteren

Reflecteer met elkaar, bijvoorbeeld na een aanmelding. Blijf samen verbeteren, zodat het formulier een middel blijft om het doel te bereiken: zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen bieden. 

Meer informatie staat op de pagina Landelijk Aanmeldformulier Jeugd en op de website van Jeugdzorg Nederland.


drie personen zitten aan tafel en zijn in gesprek. op de achtergrond staan iconen en lijnen die een model uitbeelden

Verbeter je eigen proces met Ketendata

Afgelopen april heeft BIDN de nieuwste versie van Ketendata beschikbaar gemaakt voor alle gemeenten. Ketendata Berichtenstatus geeft gemeenten inzicht in trends en issues in de werkprocessen rondom het berichtenverkeer. Met Ketendata Berichtenstatus krijg je meer grip op het tijdig versturen van retourberichten, het gebruik van productcodes en bijvoorbeeld de tijd die zit tussen een toewijzing en de start van de zorg. Ketendata Berichtenstatus helpt bij het gesprek tussen gemeenten en zorgaanbieder. 

Afgelopen Regiodagen heeft het Ketenbureau in samenwerking met BIDN gesproken met gemeenten en zorgaanbieders over ontwikkelingen rondom Ketendata en hoe Ketendata of vergelijkbare producten ingezet kunnen worden om gemeenten en zorgaanbieders te ondersteunen in hun werk. We hebben gemerkt dat er veel interesse is en dat veel deelnemers ook goed konden aangeven waar ze behoefte aan hebben.

Gebruik van Ketendata nog makkelijker maken
We gaan de komende tijd al concreet aan de slag met extra verduidelijking op het portaal om het gebruik van Ketendata nog makkelijker te maken, bijvoorbeeld door omschrijvingen van de retourcodes en het aanbieden van standaardrapportages op basis van Ketendata. Daarnaast merken we dat er een duidelijke wens is rondom de eigen bijdrage en regieberichten en het ook beschikbaar stellen van Ketendata aan Zorgaanbieders. Deze wensen gaan we de komende tijd verder analyseren.

Ketendata gaat over Monitoring- en Sturingsinformatie. We zien ook een behoefte aan producten die op een andere manier kunnen ondersteunen bij het dagelijkse werkproces. Bijvoorbeeld door signalering van dubbele zorg en de overdracht van zorg naar een andere gemeente of naar de Wmo. Wij gaan dit in samenwerking met VWS en VNG verder verkennen.

Meer weten over Ketendata Berichtenstatus
Bekijk dan het volgende webinar: Webinar ketendata berichtregelstatus 7 mei 2026 of bekijk de documentatie op Downloads Bureau InformatieDiensten Nederland.

Als u vragen heeft
Neem dat contact met ons op via Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl of met BIDN via servicedesk@BIDN.nl.