Leden van de VNG tijdens een ALV

Nieuwe contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015: duidelijkheid voor alle partijen

De VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs heeft een positief advies gegeven over de nieuwe contractstandaard voor hulpmiddelen binnen de Wmo 2015. De standaard maakt de inkoop van hulpmiddelen eenvoudiger en duidelijker en zorgt voor meer eenduidigheid tussen gemeenten. Gemeenten houden daarbij nog wel ruimte voor eigen keuzes en maatwerk. 

De contractstandaard met bijbehorende documenten is op 2 september 2026 aan gemeenten gestuurd, met de oproep deze vast te stellen tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 30 september 2026.

De contractstandaard heeft voordelen voor gemeenten, leveranciers en inwoners. Gemeenten krijgen duidelijke afspraken voor de inkoop. Leveranciers krijgen vaker te maken met dezelfde afspraken en documenten. Voor inwoners draagt dit bij aan een duidelijk en goed georganiseerd proces rond hulpmiddelen. 

Vergaderende mensen

De Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo staat online

Sinds de implementatie van de Contractstandaarden Jeugd en Wmo diensten hebben we als Ketenbureau i-Sociaal Domein veel vragen gekregen vanuit gemeenten en zorgaanbieders. Het gaat dan vooral om vragen over de wijze van invoering en de juiste interpretatie van de verschillende artikelen, en daar helpen we graag bij. Daarom hebben we de vragen gebundeld in de handige Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo.

De belangrijkste vragen over contractstandaarden Jeugd en Wmo gebundeld

De vragen die we de afgelopen tijd ontvingen, hebben we gebundeld in een overzichtelijke document. De Q&A is te vinden op onze website. Naast de overeenkomst en inkoopdocument staat in de Q&A ook de toelichting op beide documenten. Er staan voorbeelden in, maar ook uitleg over een bepaald artikel.

Bekijk de Q& A in Toolkit op de pagina Contractstandaarden

Eén aanmelding, sneller passende zorg

Steeds opnieuw dezelfde informatie invullen, verschillende formulieren gebruiken en aanvullende gegevens opvragen. Voor veel gemeenten en zorgaanbieders is het de dagelijkse praktijk. Het Landelijk Aanmeldformulier Jeugdhulp brengt daar verandering in: de ervaringen na de implementatie in de regio Hart van Brabant laten zien dat het formulier niet alleen tijd bespaart, maar ook leidt tot betere samenwerking en de route naar passende zorg versnelt. We spraken Leon Spenkelink van Sterk Huis en Crossroads over zijn ervaringen met het landelijk aanmeldformulier. 

Werken met het Landelijk Aanmeldformulier

Bij Sterk Huis wordt sinds 1 juli met het Landelijk Aanmeldformulier gewerkt, bij samenwerkingsverband Crossroads in de regio Hart van Brabant werken ze er inmiddels ruim een jaar mee. Zorgbemiddelaar Spenkelink was betrokken bij de landelijke ontwikkeling én begeleidde de invoering binnen zijn organisatie. Zijn ervaring: het formulier werkt, mits organisaties het goed implementeren én goed gebruiken. “Dat helpt echt bij een snellere toeleiding naar zorg. En we houden meer tijd voor het helpen van mensen, in plaats van dat we met de administratie bezig zijn. Volgens mij kan daar niemand tegen zijn.”

Minder administratie, meer tijd voor zorg

Een aanmelding is bedoeld om snel te beoordelen welke ondersteuning een gezin nodig heeft. Maar in de praktijk kost het aanmeldproces vaak veel tijd: informatie ontbreekt, dossiers moeten worden opgevraagd en verwijzers en zorgaanbieders moeten vaak meerdere keren aanvullende gegevens uitwisselen.

Het Landelijk Aanmeldformulier brengt structuur in een vaak versnipperd aanmeldproces. De informatie die nodig is voor een eerste beoordeling wordt met het landelijk formulier in één keer vastgelegd. Daardoor hoeven zorgaanbieders niet direct uitgebreide dossiers of onderzoeksrapporten op te vragen. “In het formulier staat welke hulp is gegeven en wat heeft dat opgeleverd. Als je een conclusie of een eerder advies weet, dan is dat voldoende om een inschatting te kunnen maken van past dit bij ons of niet.” 

Naast tijdswinst, voorkomt het landelijk aanmeldformulier dat privacygevoelige informatie onnodig wordt gedeeld. “In principe wordt alleen het inhoudelijke (anonieme) deel gedeeld met de zorgaanbieder. Die screent de aanvraag en bekijkt of zij ze de juiste hulp kunnen bieden. Als dat zo is, dan stuurt de verwijzer pas het tweede deel op met de persoonlijke gegevens. Waar we vroeger het hele verslag opvroegen, waarin ook privacygevoelige informatie over gezinsleden kan staan, vragen we nu alleen om een beknopte diagnose als er een onderzoek is geweest.”

Eén taal in de hele keten

De voordelen worden nog groter wanneer gemeenten, verwijzers en zorgaanbieders allemaal met hetzelfde formulier werken. Nu werken veel organisaties vaak nog volgens eigen aanmeldprocedures. Dat betekent dat verwijzers meerdere formulieren moeten invullen of verschillende procedures moeten volgen. “Gemeenten met wie ik contact heb worden heel enthousiast. Als ze nu een aanmelding willen doen bij drie verschillende organisaties, dan moet dat nu vaak op drie verschillende manieren. Bij de een moet je het formulier op een website invullen. Bij de ander moet je eerst bellen bijvoorbeeld, of een afspraak maken om de aanmelding vooraf te bespreken. Dus ik ken gemeenten én jeugdbeschermers die hier overwegend positief over zijn, omdat het aan hun kant echt iets gaat oplossen.”

Met één landelijk formulier ontstaat meer uniformiteit in het hele proces. Bovendien kan een bestaande aanmelding eenvoudig worden aangepast wanneer een jeugdige doorstroomt naar een andere vorm van hulp. “Het zou mooi zijn als je het ook door de hele keten door kunt gebruiken. Dan hoef je niet steeds helemaal opnieuw te beginnen, maar pas je het gewoon aan.” Volgens Spenkelink draagt dat uiteindelijk ook bij aan betere samenwerking. “Als dadelijk iedereen hiermee werkt krijg je meer gezamenlijk taalgebruik. Dus je begrijpt elkaar ook sneller en beter.”

Niet zozeer het formulier zelf, maar de manier waarop het wordt gebruikt maakt het verschil

Een belangrijk inzicht uit de praktijk is dat het succes van het Landelijk Aanmeldformulier niet zozeer wordt bepaald door het formulier zelf. “Het kost minder tijd om hetzelfde werk te doen. Daar wordt iedereen enthousiast van.” Maar dan moet het formulier wel goed worden ingevuld. Gebeurt dat niet, dan moeten zorgaanbieders alsnog bellen of aanvullende informatie opvragen. Daarmee gaat een deel van de tijdswinst verloren. Goede uitleg aan verwijzers blijkt daarom minstens zo belangrijk als het formulier zelf. 

Het formulier vervangt volgens Spenkelink ook niet het goede gesprek dat je met elkaar voert, maar het maakt het gesprek vooral beter. “Dit is echt ondersteunend aan het voeren van het goede gesprek. (…) Ik zie het wel echt als een hulpmiddel. Het is niet een doel op zich, maar het moet juist het gesprek tussen aanmelden en ontvanger makkelijker maken.”

Het formulier is ondersteunend aan het voeren van het gesprek. Juist doordat de basisinformatie compleet en eenduidig wordt gedeeld, ontstaat meer ruimte voor waar het uiteindelijk om draait: samen bepalen welke ondersteuning een kind of gezin nodig heeft. Minder administratie dus, maar vooral meer tijd voor passende zorg.

Begin niet met een zorgproduct, maar met de hulpvraag

Een andere belangrijke verandering is de manier waarop naar een aanmelding wordt gekeken. In plaats van direct een specifiek zorgproduct aan te vragen, beschrijft de verwijzer eerst de situatie van het gezin en de hulpvraag. Pas daarna bepaalt de zorgaanbieder welke ondersteuning het beste aansluit. “Ik heb eigenlijk veel liever dat de verwijzer aanmeldt met: ‘dit is er aan de hand’. Dat wij dan kunnen meedenken over welke hulpaanbod hierbij het best aansluit.” Volgens Spenkelink sluit dat beter aan bij de expertise van beide partijen. “De verwijzer en het gezin, zij zijn op dat moment even expert over wat er aan de hand is. En wij zijn expert over wat wij in huis hebben en welke hulp het beste aansluit.”

Waarom de implementatie in Hart van Brabant soepel verliep

Bij Sterk Huis verliep de implementatie van het landelijk aanmeldformulier relatief eenvoudig. Dat kwam niet vanzelf, maar het management sprak vanaf het begin duidelijk uit dat de organisatie met het Landelijk Aanmeldformulier ging werken. Zo ontstond duidelijkheid over de gekozen richting. “Het helpt als een bestuurder of managementteam of wie dan ook besluit en uitstraalt: we gaan dit doen.” Daarnaast werd steeds uitgelegd waarom de verandering nodig was. “Wat ik heel vaak merk bij veranderingen, dat wordt aangekondigd ‘we gaan dit vanaf nu zo doen’. Zonder dat daar context aan wordt gegeven. Over wat de aanleiding is en wat kan het opleveren.” Volgens Spenkelink hielp juist die uitleg om medewerkers mee te krijgen bij de implementatie van het aanmeldformulier.

Ook de toolkit is van grote waarde bij het implementatieproces. Spenkelink legt uit: “Er is vanuit Jeugdzorg Nederland een toolkit samengesteld voor gemeenten en voor zorgaanbieders. Daarin staat stap voor stap wat je moet doen. Je hoeft bijna niet meer zelf na te denken. Volg de stappen, dat vergemakkelijkt het proces. Dat werkt super goed.”

Samen werken aan één manier van aanmelden

Een jaar werken met het landelijk aanmeldformulier laat zien dat het aanmeldformulier meer is dan een nieuw formulier: het helpt om sneller informatie te delen, vermindert onnodige administratieve lasten en zorgt ervoor dat professionals meer tijd overhouden voor waar het uiteindelijk om draait: passende ondersteuning voor kinderen en gezinnen. 

Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat het succes niet alleen afhangt van het formulier zelf, maar vooral van de manier waarop organisaties het invoeren en gebruiken. Met bestuurlijk draagvlak, goede uitleg, aandacht voor de kwaliteit van de aanmeldingen en ruimte om ervaringen te blijven delen, groeit het Landelijk Aanmeldformulier uit tot een gezamenlijke werkwijze die de samenwerking in de hele keten versterkt. Zo wordt één landelijk aanmeldformulier niet alleen een administratieve verbetering, maar vooral een gezamenlijke stap naar betere samenwerking en sneller passende zorg voor kinderen en gezinnen.

Vijf lessen uit de praktijk

1. Leg altijd uit waarom je verandert

Mensen accepteren een nieuwe werkwijze sneller wanneer duidelijk is wat het oplevert en welk probleem wordt opgelost.

2. Zorg voor bestuurlijk draagvlak

Een duidelijke keuze van bestuur of management voorkomt onduidelijkheid en versnelt de implementatie.

3. Besteed aandacht aan de kwaliteit van het invullen

Een goed formulier voorkomt extra telefoontjes en aanvullende informatieverzoeken.

4. Gebruik de implementatietoolkit

De implementatietoolkit neemt je stap voor stap mee in een succesvolle introductie van het formulier. 

5. Blijf samen verbeteren

Reflecteer met elkaar, bijvoorbeeld na een aanmelding. Blijf samen verbeteren, zodat het formulier een middel blijft om het doel te bereiken: zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen bieden. 

Meer informatie staat op de pagina Landelijk Aanmeldformulier Jeugd en op de website van Jeugdzorg Nederland.


Workhop Regiodag: Koersvastheid belangrijker dan uitvoeringsvariant

Wisselen van uitvoeringsvariant levert gemeenten niet automatisch betere resultaten op. Dat was een van de belangrijkste conclusies tijdens het panelgesprek over taakgericht werken op de Regiodag. Oscar Ramos Antonio, implementatieadviseur bij het Ketenbureau i-Sociaal Domein, waarschuwt gemeenten daarom niet te snel van koers te veranderen. “PPRC heeft aangetoond dat de kosten bij iedere wisseling van uitvoeringsvariant gemiddeld met 2 tot 3 procent stijgen.” 

Volgens Erna Theunissen, implementatieadviseur bij het Ketenbureau i-Sociaal Domein, ligt de sleutel tot succes niet zozeer in de gekozen uitvoeringsvariant. “Wisselen van uitvoeringsvariant heeft geen bewezen voordeel. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat succesvolle gemeenten zich vooral onderscheiden door koersvastheid, de kwaliteit van de sturing en uitvoeringskracht.” 

Bij taakgericht werken staat een gezamenlijke maatschappelijke opgave centraal. Gemeenten maken met zorgaanbieders afspraken over een vast budget (lumpsum), waarbij aanbieders een integrale opdracht krijgen. Binnen dat budget hebben zij ruimte om zelf invulling te geven aan de uitvoering.

Gemeenten kiezen vaak voor taakgericht werken om de samenwerking met aanbieders te versterken, innovatie te stimuleren en meer voorspelbaarheid in de kosten te creëren. Daarnaast is het doel om meer in te zetten op preventie en vroegsignalering, zodat zwaardere vormen van zorg minder vaak nodig zijn. Tegelijkertijd blijkt de praktijk weerbarstig en zijn deze ambities niet altijd eenvoudig te realiseren.  

Michel de Visser, adviseur in het sociaal domein, benadrukt dat een duidelijke visie onmisbaar is. “Stap alleen over op taakgericht werken als je echt werk wilt maken van de transformatie van de jeugdhulp en een heldere visie hebt op het zorglandschap. Als het doel uitsluitend bezuinigen is, levert het vaak weinig op.” 

Ook de inrichting van de informatievoorziening kwam tijdens het panel uitgebreid aan bod. Hanco van Tol, softwareleverancier, consultant in het sociaal domein en voormalig medeontwikkelaar van de berichtenstandaard bij het Zorginstituut Nederland, wees erop dat taakgericht werken niet betekent dat gemeenten geen zicht meer hebben op de uitvoering. 

“Je kunt ook op een andere manier sturen dan op productiecijfers. Een variant is dat de gemeente wel toewijzingen afgeeft, maar geen declaraties verwerkt. Cruciaal is dat gemeenten en aanbieders vooraf én tijdens de samenwerking goede afspraken maken over de informatievoorziening, zodat inwoners tijdig de juiste ondersteuning krijgen.” 

De rode draad van het gesprek was duidelijk: taakgericht werken vraagt om een duidelijke visie en een langjarige en duurzame samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Transformeren, samen leren en ontwikkelen vanuit vertrouwen moet centraal staan. 

Afbeelding enquête

Samen beter aansluiten op jouw informatiebehoefte in de praktijk 

Vertel ons wat jij nodig hebt in je dagelijkse werk binnen de Jeugdwet en Wmo 

Doe mee met onze enquête 

Als je bij een gemeente of zorgaanbieder binnen de Jeugdwet of Wmo werkt, dan horen we graag waar jij in de praktijk tegenaan loopt, welke informatie je nodig hebt en hoe jij het liefst geïnformeerd wordt. Jouw inzichten zijn heel waardevol: met jouw input kunnen we onze informatievoorziening, ondersteuning en samenwerking beter afstemmen op jouw werkpraktijk. Meedoen kan tot maandag 15 juni. 

👉Vul de enquête in  

Waarom meedoen 
Door de enquête in te vullen, help je niet alleen ons, maar zorg je er vooral voor dat informatie, ondersteuning en betrokkenheid beter aansluiten op jouw dagelijkse werk.  

  • Ontvang informatie die past bij jouw werk  
    Deel welke informatie jij nodig hebt en hoe jij die wilt ontvangen 
  • Meer aandacht voor jouw praktijkvragen  
    Help zichtbaar maken wat er in jouw dagelijkse werk speelt, zodat we jou kunnen helpen 
  • Meer invloed op hoe we jou informeren en betrekken  

 
Denk mee over een aanpak die beter aansluit op jouw behoeften 
Onze enquête sluit aan op signalen uit het werkveld die we hebben opgehaald tijdens onze events, zoals de Regiodagen, de Week van de Standaarden, inspiratiebijeenkomsten en gesprekken die onze implementatieadviseurs hebben gevoerd met professionals in het veld. Met deze enquête krijgen we nog beter inzicht in wat professionals nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen en hoe we daar als Ketenbureau nog beter op kunnen aansluiten.   

Voor wie 
We nodigen professionals uit gemeenten en zorgaanbieders uit om mee te doen. Van medewerkers backoffice, zorgadministratie en berichtenverkeer tot applicatie- en functioneel beheerders, accountmanagers, inkopers en contractmanagers. En van beleidsadviseurs en managers tot financiële professionals, business analisten en informatiemanagers.  

Doe mee  
Het invullen van deenquête kost je ongeveer 10–15 minuten. We stellen het zeer op prijs als je jouw ervaringen en informatiebehoeften met ons deelt. Zo help je mee om informatie, ondersteuning en betrokkenheid beter af te stemmen op jouw dagelijkse praktijk.  

👉  Deel je inzichten met ons. Vul de enquête in

📚 Onder deelnemers verloten we 30 boeken uit de Ketenbureau-collectie. Wil je kans maken? Laat dan na afloop vrijwillig je adresgegevens achter. Het achterlaten van je adres staat los van de enquête. De enquête zelf blijft volledig anoniem.  

Vrouw spreekt een groep mensen toe in een vergaderzaal

Terugblik Hackathon Hoofd- Onderaannemerschap: Proof of Concept

Op woensdag 20 mei werkten we tijdens een mooie, interactieve en productieve dag samen met professionals aan het veld aan een paar belangrijke verbeteringen en aanscherpingen die van grote waarde zijn voor het sociaal domein. De sessies maken onderdeel uit van de Hackathon i-Sociaal Domein, waarin we met een multidisciplinair team werken aan ons doel: het verminderen van administratieve complexiteit en het verlagen van kosten zodat er meer tijd overblijft voor kwalitatieve zorg. Vanuit het project Landelijk Aanmelding en Registratie Route (LARR) werkten we aan de digitalisering van het landelijk aanmeldformulier Jeugdhulp. Ook gingen we met zorgaanbieders aan de slag voor verbeterde ondersteuning van hoofd- en onderaannemerschap binnen het sociaal domein. De sessies leverden belangrijke inzichten en handvatten voor aanscherping op. 

Terugblik Hackathon LARR: eerste stappen naar digitale uitwisseling
Vanuit het project Landelijk Aanmelding en Registratie Route (LARR) werkten samen met verwijzers, jeugdhulpaanbieders en softwareleveranciers aan de digitalisering van het landelijk aanmeldformulier Jeugdhulp. Het landelijk aanmeldformulier dat in 2025 is geïntroduceerd, heeft de aanmeldwijze gestandaardiseerd, maar wordt momenteel nog op papier gebruikt. Vanuit het veld is de behoefte groot om het proces verder te vereenvoudigen en administratieve lasten nog verder te verlagen door digitalisering van het formulier. Tijdens de hackathon is in twee deelsessies verkend wat hiervoor nodig is.

Belangrijkste inzichten van de Hackathon LARR

  • Meerwaarde digitalisering: minder administratieve lasten, veiligere uitwisseling en beter wachtlijstbeheer
  • Aandachtspunten: benodigde commitment van alle partijen, toegankelijkheid voor kleinere aanbieders en zorgvuldig omgaan met bredere (1:N) uitvragen
  • Procesvraagstukken: onder andere rond samenwerking, spelregels, aanpalende processen en standaardisatie van reacties
  • Technische randvoorwaarden: verdere uitwerking van specificaties, centrale inrichting van authenticatie en autorisatie, gebruik van standaarden en aansluiting van samenwerkingsverbanden

Vervolgstappen na de Hackathon LARR: Proof of Concept
De uitkomsten bevestigen dat een praktijktoets (Proof of Concept) de volgende stap is. Hierin wordt onder realistische omstandigheden getoetst hoe digitale samenwerking kan functioneren én wat deze oplevert. Voorafgaand hieraan is een voorbereidingsfase nodig, waarin de belangrijkste bedrijfsmatige, juridische en technische vraagstukken integraal worden uitgewerkt. In juni en juli werken we samen met betrokken partijen dit vooronderzoek verder uit. Dit vormt de eerste stap naar structurele digitale uitwisseling van het landelijk aanmeldformulier.

Terugblik Hackathon Hoofd- Onderaannemerschap: Proof of Concept
Samen met zorgaanbieders zoals BrabantZorg, Jadoz Zorg en Partners in Jeugd, VECOZO gingen we aan de slag en werkten we aan het verder concretiseren van de requirements voor betere ondersteuning van hoofd- en onderaannemerschap binnen het sociaal domein. Met behulp van interactieve mock-ups hebben belangrijke inzichten opgehaald en aangescherpt. Belangrijke ‘take aways’ zijn onder andere:

  • het eenduidig vastleggen van contracten inclusief bijbehorende tarieven
  • het beschikbaar stellen en beheren van nieuwe tarieven
  • het registreren van producten, inclusief productperiode en locatie

Op de hoogte blijven van nieuwe stappen na de hackathons? Houd onze site in de gaten!

Werksessie ‘Monitoren effecten contractstandaarden’

Op woensdag 17 juni organiseert het Ketenbureau een eerste werksessie met gemeenten en regio’s die contractstandaarden toepassen om het effect ervan te bespreken. De bijeenkomst vindt online plaats en duurt van 10:00 – 12:00 uur. 

Meld je aan via Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl.

Vanuit het Ketenbureau i-Sociaal Domein wordt al een aantal jaren gemonitord in welke mate gemeenten de contractstandaarden (CS) Jeugd en Wmo hanteren. Deze monitoring biedt nu nog geen inzicht in de impact ervan op de praktijk van contracteren, samenwerken en administreren bij gemeenten. Dat is wel nodig om op termijn gericht te kunnen sturen op verdere doorontwikkeling en verbetering van de contractstandaarden.

Om deze volgende stap te kunnen zetten, is in een eerder stadium een basis beoordelingskader ontwikkeld waarin de doelen van de contractstandaarden zijn vertaald naar meetbare indicatoren. Dit kader maakt het mogelijk om niet alleen te meten óf standaarden worden gebruikt, maar vooral wat het gebruik ervan oplevert en kost. Later dit jaar zijn we van plan breder een vragenlijst uit te zetten om hiervoor input op te halen. 

Voortgangsmeting: Gemeenten volop bezig met implementatie Contractstandaarden Jeugd en Wmo

Steeds meer gemeenten werken met de Contractstandaarden Jeugd en Wmo. Dat blijkt uit de nieuwste voortgangsmeting van het Ketenbureau i-Sociaal Domein. Inmiddels heeft 71% van de gemeenten de Contractstandaarden Jeugd ingevoerd voor minimaal één zorgvorm. Voor de Contractstandaarden Wmo geldt dat 44% van de respondenten, 146 gemeenten, deze binnen 15 maanden na invoering al heeft geïmplementeerd.

Groei in gebruik Contractstandaarden Jeugd
Het Ketenbureau i-Sociaal Domein voert sinds twee jaar voortgangsmetingen uit naar het gebruik van de Contractstandaarden Jeugd. Uit de eerste meting bleek dat minimaal 39% van de gemeenten de standaarden toepaste bij nieuwe aanbestedingen of verlengingen van contracten.

Bij de tweede voortgangsmeting, begin vorig jaar, gaf 60% van de gemeenten aan de Contractstandaarden Jeugd te gebruiken voor minimaal één zorgvorm. De nieuwste meting laat opnieuw een duidelijke stijging zien: inmiddels past 71% van de gemeenten de standaarden toe. Daarnaast blijkt uit de resultaten dat alle gemeenten inmiddels bekend zijn met de Contractstandaarden Jeugd en Wmo.

Aandachtspunten blijven bestaan
Hoewel de resultaten positief zijn, blijft er volgens het Ketenbureau nog voldoende werk te doen. Zo worden contracten nog niet altijd volledig volgens de contractstandaarden opgesteld en loopt het gebruik van de juiste versies achter. Ook ervaart het Ketenbureau nog onvoldoende betrokkenheid van (zorg)aanbieders.

Tegelijkertijd zijn er duidelijke signalen dat gemeenten bereid zijn om verder met de contractstandaarden aan de slag te gaan. Veel contracten lopen af vóór 1 januari 2028, waardoor er de komende jaren veel nieuwe implementatiemomenten aankomen. Ook is de bekendheid van het ondersteuningsaanbod van het Ketenbureau hoog: 69% van de gemeenten kent het ondersteuningsaanbod voor Jeugd en 92% voor Wmo.

Blijven stimuleren, ondersteunen en onderzoeken
Het Ketenbureau blijft gemeenten en (zorg)aanbieders de komende periode ondersteunen bij de implementatie van de Contractstandaarden Jeugd en Wmo. Daarbij ligt de focus op het stimuleren van correct gebruik van de standaarden, het toepassen van de juiste versies en het vergroten van de betrokkenheid van alle partijen. De komende tijd gaat het Ketenbureau ook de effecten meten van het gebruik van de contractstandaarden.

Implementatie LARR bij gemeenten uitgelicht: Uitvoeringstoets Landelijke aanmeld- en registratieroute (LARR)

Hoe hebben gemeenten hun aanmeldproces richting (specialistische) jeugdhulp ingericht? Daarover gingen we in gesprek met ruim tien gemeenten. Deze gesprekken leverden waardevolle inzichten op. De gesprekken leverden ook nieuwe vragen op. Om deze verder te verkennen, starten we op dinsdag 30 juni en dinsdag 7 juli een werkgroep. Tijdens deze bijeenkomsten gaan gemeenten, aanbieders en andere betrokkenen samen in gesprek over de toekomst van het LARR en een efficiënte aanmeldroute in de jeugdzorg.

Landelijk Aanmeldformulier vergemakkelijkt het aanmeldproces jeugdzorg
Iedere gemeente staat voor de uitdaging om het proces zo soepel mogelijk te laten verlopen, met oog voor een brede analyse en een integrale aanpak: doen wat nodig is, samen met gezin en kind. Hoewel gemeenten dit op verschillende manieren organiseren, is er één moment dat overal terugkomt: zodra (specialistische) jeugdzorg nodig is, moet een passende zorgaanbieder worden gevonden. Juist op dat punt biedt het LARR de juiste ondersteuning. Het LARR is een belangrijke vooruitgang: één uniform formulier waarin de hulpvraag centraal staat en alleen de informatie gedeeld wordt die nodig is voor een zorgaanbieder om te bepalen of zij de passende jeugdzorg kunnen bieden.

Nieuwe vragen, vervolgstappen en twee bijeenkomsten
De gesprekken met gemeenten bieden waardevolle inzichten en brengen ook nieuwe vragen naar voren. Is het LARR bijvoorbeeld altijd nodig, ook wanneer al duidelijk is welke aanbieder de zorg gaat leveren? Of zou een ‘LARR light’ een goede aanvulling kunnen zijn? En welke rol kan AI spelen bij gegevensuitwisseling en het verminderen van administratieve lasten? 

Om deze vragen verder te verkennen, starten we op dinsdag 30 juni en dinsdag 7 juli een werkgroep. Tijdens deze bijeenkomsten gaan gemeenten, aanbieders en andere betrokkenen samen in gesprek over de toekomst van het LARR en een efficiënte aanmeldroute in de jeugdzorg.

Meedenken en meedoen met het LARR
Interesse om mee te denken? Meld je dan aan voor één van de twee werkgroepen door een mail te sturen naar eefje.klijberg@i-sociaaldomein.nl

  • Werkgroep digitale uitwisseling met AI. Deze vindt plaats op dindsag 30 juni van 12 tot 16 uur in Utrecht. 
  • Werkgroep optimalisatie formulier. Deze vindt plaats op dinsdag 7 juli van 09.00 tot 13.00 uur in Utrecht.

Samen bouwen aan een nieuw accountantsprotocol plus handreiking

Sinds het webinar op 12 februari 2026 over de toekomst van het accountantsprotocol heeft het Ketenbureau i-Sociaal Domein niet stilgezeten. Wij werken hard aan de actualisatie en uitbreiding van het huidige accountantsprotocol met een handreiking voor aanbieders met een relatief lage omzet. De centrale vraag hierbij is: hoe krijgen gemeenten voldoende zekerheid over de rechtmatigheid van de bestede middelen als de productie­verantwoording niet is voorzien van een controleverklaring van een accountant? Dit project loopt van begin maart tot begin oktober 2026. 

Klankbordgroep brengt praktijkervaring in 
Het Ketenbureau voert dit project samen met betrokkenen uit het werkveld uit. Want juist ervaringen uit de praktijk zijn van groot belang. Onze oproep voor deelname in een klankbordgroep heeft geleid tot een brede vertegenwoordiging namens gemeenten, aanbieders en accountants- en advieskantoren. In totaal doen en denken 26 professionals mee: van accountants, controllers tot contractmanagers. Kortom: voldoende expertise aan tafel om tot een werkbaar accountantsprotocol te komen. 

Tijdens de eerste online bijeenkomst op 14 april van de klankbordgroep is nogmaals de scope van de opdracht toegelicht. Het gaat om het maken van een handreiking voor de productieverantwoording door aanbieders van jeugdhulp en Wmo-diensten, met binnen één domein een omzet lager dan € 300.000. Vanaf 2026 hoeven deze aanbieders geen accountant meer in te schakelen voor hun productieverantwoording. De vraag is wat daarvoor in de plaats komt. 

Klankbordleden hebben diverse praktijkvoorbeelden, controle-mogelijkheden en aandachtspunten genoemd voor een alternatieve werkwijze. Voor het verkrijgen van informatie die relevant is voor de verantwoording, zijn ondermeer de volgende mogelijkheden genoemd: regiegesprekken, cliëntbevragingen in de vorm van huisbezoeken, belrondes en enquêtes, informatie van de casemanager en de accountmanager en gespreks­verslagen. De klankbordgroep vroeg zich af of een werkwijze die op dit soort informatie is ge­baseerd, ook is toe te passen voor een grotere groep aanbieders. Mogelijk doet de omzetgrens er in de toekomst niet meer toe en moeten we naar een risico-inschattings­model gaan, waarop de wijze van verantwoorden wordt afgestemd. Dit inzicht wordt meegenomen in het vervolgtraject. 

Werkgroep ontwikkelt handreiking 
Naast de klankbordgroep komt een werkgroep elke 3 tot 6 weken bij elkaar met als opdracht de handreiking te realiseren. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein ondersteunt hierbij. In deze werkgroep zitten 9 personen met ruime ervaring met de huidige werkwijze van het accountantsprotocol, maar ook met nieuwe vormen van verantwoorden. Deze werkgroep is inmiddels twee keer online bij elkaar geweest en heeft verschillende praktijkvoorbeelden van ‘anders verantwoorden’ besproken. Succesvolle elementen kunnen mogelijk worden meegenomen in de handreiking. Een belangrijk aandachtspunt zijn de gemeentelijke accountants. Zij moeten vanuit hun verantwoordelijkheid vol­doende zekerheid krijgen over de rechtmatigheid van de bestede middelen voor jeugdhulp en onder­steuning vanuit de Wmo. Binnenkort vindt een eerste overleg plaats met een vertegenwoordiging van accountants die zijn aangesloten bij de Sectorcommissie Decentrale Overheden (SDO) van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (NBA).

Rol en werkwijze accountant productieverantwoording Jeugdwet en Wmo  
Sander Oosterbaan, adviseur en accountant in opleiding, heeft als expert namens het Ketenbureau, een presentatie gehouden over de rol van de accountant die voor aanbieders een controleverklaring moet afgeven. In zowel de klankbordgroep als de werkgroep legde Oosterbaan uit hoe de accountant werkt en aan welke gedrags- en beroepsregels, voorschriften, standaarden en richtlijnen hij zich moet houden. De accountant hanteert een mix aan controle-instrumenten waarmee de opzet en het bestaan van beheers­maatregelen bij die aanbieder geëvalueerd kunnen worden. Daarbij kan goed worden vastgesteld of het juiste product in de maximaal toe­gestane omvang en tegen het overeengekomen tarief is gedeclareerd bij de juiste gemeente. Maar of de gedeclareerde productie ook daadwerkelijk is geleverd, is voor een accountant lastig vast te stellen. Dan kan hooguit worden gekeken naar het aantoonbaar toepassen van de eigen interne beheersingsmaatregelen van de aanbieder, aangevuld met bijvoorbeeld een analyse of de personele formatie aansluit bij de opgegeven productie. Op grond daarvan maakt de accountant een risico-inschatting en geeft al dan geen controleverklaring af. 

De waarde van een controleverklaring is dus beperkt. Het evalueren van de opzet en implementatie van de interne beheersmaatregelen ondersteunt  de risico-inschatting van de accountant. Het is echter niet voldoende om conclusies te trekken over de effectieve werking van die beheersmaatregelen. In het ‘Stappenplan gemeentelijke controle-aanpak’ waarvan in 2019 een update uitkwam, staat dan ook dat een accountantscontrole alleen niet volstaat, maar vergezeld moet gaan van aanvullende controlemaatregelen die de gemeente uitvoert. Een aantal gemeenten doet dit al en maakt hierbij bijvoorbeeld gebruik van gegevens uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer, signalen uit het veld en eigen onderzoek onder cliënten. 

Deel jouw ideeën over ‘anders verantwoorden’ 
Momenteel worden regionale initiatieven op het gebied van ‘anders verantwoorden’ geïnventariseerd. Er komen nog steeds praktijkvoorbeelden bij die ons waardevolle inzichten bieden. Mocht je zelf nog zo’n initiatief willen melden, neem dan contact op met het Ketenbureau, via ketenbureau@i-sociaaldomein.nl. Ook maken we een begin met de vertaling van deze inzichten naar een (concept) handreiking die in september wordt opgeleverd.  

Meer weten? 
Ga naar artikel Landelijk accountantsprotocol Jeugdwet & Wmo wordt vernieuwd (23 februari 2026).
Bekijk het  webinar ‘De toekomst van het accountantsprotocol’.
Download dit artikel als PDF doc.

Nieuwe ontwikkelingen delen we in een volgende nieuwsupdate.