Ketenbureau update september

Het sociaal domein staat niet stil, dus hoog tijd om je bij te praten. Het laatste nieuws brengen we je als eerste: we lanceren drie digitale Ketenbureau Assistenten. Deze assistenten geven je snel antwoord op praktische vragen binnen de Jeugdwet en Wmo. Verder is het programma van de Week van de Standaarden bekend en dat betekent dat je je weer kunt inschrijven voor de verschillende webinars. Verder vind je in deze nieuwsbrief onder meer: De ALV van de VNG stemt in met nieuwe Contractstandaard hulpmiddelen Wmo Jouw mening telt! Doe mee met de evaluatie over het LARR of vul de enquête in over de effecten van de contractstandaarden Concept Handreiking productieverantwoording kleine aanbieders is klaar. Lees hier de hele update. 
Digitale assistenten Ketenbureau

Drie digitale Ketenbureau Assistenten gelanceerd

Heb je een praktische vraag over de uitvoering van de Jeugdwet of Wmo? Soms heb je geen uitgebreid advies nodig. Je wilt gewoon snel antwoord, zodat je weer verder kunt met je werk. Daarom hebben we drie digitale Assistenten van het Ketenbureau i-Sociaal Domein gelanceerd. Deze nieuwe assistenten helpen je direct op weg. Er is de Assistent Woonplaatsbeginsel (Jeugdwet), de Assistent Berichtenverkeer en Zorgadministratie (Jeugdwet), en de Assistent Inkoopmonitor (Jeugdwet en Wmo).

Snel antwoord met de digitale Ketenbureau Assistenten

De eerste 3 digitale Ketenbureau Assistenten zijn nu te gebruiken: 

Persoonlijke expertise en snelle digitale ondersteuning

Zo combineren we persoonlijke expertise met slimme digitale ondersteuning. We brengen partijen samen en verbinden beleid, uitvoering, processen en ICT. Voor duidelijke afspraken, minder administratieve lasten, betere informatievoorziening en een soepele samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. 

Hoe het werkt

Bekijk de deze Youtube video over de Ketenbureau Assistenten voor meer informatie.

Advies op maat voor het sociaal domein 

Snel zelf verder met een digitale Ketenbureau Assistent? Even sparren met een expert of implementatieadviseur? Kies wat jij op dat moment nodig hebt. Op onze website vind je nog veel meer praktische informatie, handreikingen en e-learnings. Liever persoonlijk contact? Dat kan natuurlijk ook. Neem contact met ons op. Onze experts en implementatieadviseurs helpen je graag verder. 

Met onze digitale assistenten én de kennis van onze experts maken we het werk voor jou en je collega’s elke dag nét een beetje makkelijker. 

ordners in diverse kleuren

Concept handreiking productieverantwoording kleine aanbieders gereed

Afgelopen jaar is hard gewerkt aan een handreiking voor gemeenten met daarin een praktische uitwerking van het controleproces van kleinere aanbieders. Dat zijn aanbieders met een totale omzet voor jeugdhulp of Wmo die lager is dan € 200.000. Deze aanbieders vallen buiten de scope van het accountantsprocotol. In de handreiking staat een stappenplan waarmee gemeenten meer zekerheid kunnen krijgen of de door hen uitgegeven middelen goed zijn besteed. Deze handreiking is dus een aanvulling op het accountantsprotocol. De conceptversie is nu klaar!

Handreiking getoetst door gemeenten, aanbieders en NBA-accountants

De inhoud van de handreiking is tot stand gekomen met behulp van een landelijke werkgroep en beoordeeld door een klankbordgroep met een brede vertegenwoordiging vanuit gemeenten en aanbieders. Het concept is ook besproken met een afvaardiging van accountants die zijn aangesloten bij de NBA.

Eind oktober definitieve versie handreiking verwacht

De definitieve versie wordt naar verwachting eind oktober gepubliceerd. Bekijk onze pagina over het accountantsprotocol voor meer informatie.

Geen verhoging omzetgrens accountantsprotocol

In een eerder nieuwsbericht was nog sprake van een verhoging van de omzetgrens naar €300.000, maar deze blijft in elk geval de komende twee jaren nog op €200.000 staan.

afbeelding met visualisatie van datastroom

Deze week: e-mail over aanmelding voor de StUF-monitor

Deze week ontvangt uw gemeente of gemeenschappelijke regeling een e-mail over de nieuwe BIDN-Informatiedienst StUF-monitor. De mail gaat naar uw gebruikersbeheerder voor het GGk. De mail wordt verstuurd door BIDN en verwijst u door naar Docusign. Het gaat dus niet om spam. In Docusign leest u meer over de Informatiedienst StUF-monitor en meldt u zich ook aan.

Belangrijk voor de aanmelding StUF-monitor

Alleen een rechtsgeldig vertegenwoordiger mag de aanmelding indienen, namelijk:

  • het college van burgemeester en wethouders (gemeenten), of
  • het dagelijks bestuur (gemeenschappelijke regelingen).

Stuur de mail niet door

Om een rechtsgeldig vertegenwoordiger inzage te geven in de documenten en toe te wijzen om de aanmelding in te dienen, is het belangrijk dat u de e-mail niet doorstuurt, maar in Docusign kiest voor ‘Andere acties’ > ‘Toewijzing wijzigen’. Hiermee wijst u de ondertekening toe aan de juiste, rechtsgeldige persoon. Het BIDN stuurt (via Docusign) ook een instructie mee hoe u dit kunt doen. 

Achtergrond monitoring berichtenverkeer Wmo en Jeugdwet

Het Ketenbureau monitort sinds 2015 het berichtenverkeer binnen de Wmo en Jeugdwet. Zo worden verstoringen, ontbrekende berichten en andere technische knelpunten vroeg gesignaleerd. Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen moeten hiervoor vanaf januari 2027 toestemming geven. Die toestemming geeft u met deze aanmelding.

Leden van de VNG tijdens een ALV

Nieuwe contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015: duidelijkheid voor alle partijen

De VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs heeft een positief advies gegeven over de nieuwe contractstandaard voor hulpmiddelen binnen de Wmo 2015. De standaard maakt de inkoop van hulpmiddelen eenvoudiger en duidelijker en zorgt voor meer eenduidigheid tussen gemeenten. Gemeenten houden daarbij nog wel ruimte voor eigen keuzes en maatwerk. 

De contractstandaard met bijbehorende documenten is op 2 september 2026 aan gemeenten gestuurd, met de oproep deze vast te stellen tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 30 september 2026.

De contractstandaard heeft voordelen voor gemeenten, leveranciers en inwoners. Gemeenten krijgen duidelijke afspraken voor de inkoop. Leveranciers krijgen vaker te maken met dezelfde afspraken en documenten. Voor inwoners draagt dit bij aan een duidelijk en goed georganiseerd proces rond hulpmiddelen. 

Vergaderende mensen

De Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo staat online

Sinds de implementatie van de Contractstandaarden Jeugd en Wmo diensten hebben we als Ketenbureau i-Sociaal Domein veel vragen gekregen vanuit gemeenten en zorgaanbieders. Het gaat dan vooral om vragen over de wijze van invoering en de juiste interpretatie van de verschillende artikelen, en daar helpen we graag bij. Daarom hebben we de vragen gebundeld in de handige Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo.

De belangrijkste vragen over contractstandaarden Jeugd en Wmo gebundeld

De vragen die we de afgelopen tijd ontvingen, hebben we gebundeld in een overzichtelijke document. De Q&A is te vinden op onze website. Naast de overeenkomst en inkoopdocument staat in de Q&A ook de toelichting op beide documenten. Er staan voorbeelden in, maar ook uitleg over een bepaald artikel.

Bekijk de Q& A in Toolkit op de pagina Contractstandaarden

Eén aanmelding, sneller passende zorg

Steeds opnieuw dezelfde informatie invullen, verschillende formulieren gebruiken en aanvullende gegevens opvragen. Voor veel gemeenten en zorgaanbieders is het de dagelijkse praktijk. Het Landelijk Aanmeldformulier Jeugdhulp brengt daar verandering in: de ervaringen na de implementatie in de regio Hart van Brabant laten zien dat het formulier niet alleen tijd bespaart, maar ook leidt tot betere samenwerking en de route naar passende zorg versnelt. We spraken Leon Spenkelink van Sterk Huis en Crossroads over zijn ervaringen met het landelijk aanmeldformulier. 

Werken met het Landelijk Aanmeldformulier

Bij Sterk Huis wordt sinds 1 juli met het Landelijk Aanmeldformulier gewerkt, bij samenwerkingsverband Crossroads in de regio Hart van Brabant werken ze er inmiddels ruim een jaar mee. Zorgbemiddelaar Spenkelink was betrokken bij de landelijke ontwikkeling én begeleidde de invoering binnen zijn organisatie. Zijn ervaring: het formulier werkt, mits organisaties het goed implementeren én goed gebruiken. “Dat helpt echt bij een snellere toeleiding naar zorg. En we houden meer tijd voor het helpen van mensen, in plaats van dat we met de administratie bezig zijn. Volgens mij kan daar niemand tegen zijn.”

Minder administratie, meer tijd voor zorg

Een aanmelding is bedoeld om snel te beoordelen welke ondersteuning een gezin nodig heeft. Maar in de praktijk kost het aanmeldproces vaak veel tijd: informatie ontbreekt, dossiers moeten worden opgevraagd en verwijzers en zorgaanbieders moeten vaak meerdere keren aanvullende gegevens uitwisselen.

Het Landelijk Aanmeldformulier brengt structuur in een vaak versnipperd aanmeldproces. De informatie die nodig is voor een eerste beoordeling wordt met het landelijk formulier in één keer vastgelegd. Daardoor hoeven zorgaanbieders niet direct uitgebreide dossiers of onderzoeksrapporten op te vragen. “In het formulier staat welke hulp is gegeven en wat heeft dat opgeleverd. Als je een conclusie of een eerder advies weet, dan is dat voldoende om een inschatting te kunnen maken van past dit bij ons of niet.” 

Naast tijdswinst, voorkomt het landelijk aanmeldformulier dat privacygevoelige informatie onnodig wordt gedeeld. “In principe wordt alleen het inhoudelijke (anonieme) deel gedeeld met de zorgaanbieder. Die screent de aanvraag en bekijkt of zij ze de juiste hulp kunnen bieden. Als dat zo is, dan stuurt de verwijzer pas het tweede deel op met de persoonlijke gegevens. Waar we vroeger het hele verslag opvroegen, waarin ook privacygevoelige informatie over gezinsleden kan staan, vragen we nu alleen om een beknopte diagnose als er een onderzoek is geweest.”

Eén taal in de hele keten

De voordelen worden nog groter wanneer gemeenten, verwijzers en zorgaanbieders allemaal met hetzelfde formulier werken. Nu werken veel organisaties vaak nog volgens eigen aanmeldprocedures. Dat betekent dat verwijzers meerdere formulieren moeten invullen of verschillende procedures moeten volgen. “Gemeenten met wie ik contact heb worden heel enthousiast. Als ze nu een aanmelding willen doen bij drie verschillende organisaties, dan moet dat nu vaak op drie verschillende manieren. Bij de een moet je het formulier op een website invullen. Bij de ander moet je eerst bellen bijvoorbeeld, of een afspraak maken om de aanmelding vooraf te bespreken. Dus ik ken gemeenten én jeugdbeschermers die hier overwegend positief over zijn, omdat het aan hun kant echt iets gaat oplossen.”

Met één landelijk formulier ontstaat meer uniformiteit in het hele proces. Bovendien kan een bestaande aanmelding eenvoudig worden aangepast wanneer een jeugdige doorstroomt naar een andere vorm van hulp. “Het zou mooi zijn als je het ook door de hele keten door kunt gebruiken. Dan hoef je niet steeds helemaal opnieuw te beginnen, maar pas je het gewoon aan.” Volgens Spenkelink draagt dat uiteindelijk ook bij aan betere samenwerking. “Als dadelijk iedereen hiermee werkt krijg je meer gezamenlijk taalgebruik. Dus je begrijpt elkaar ook sneller en beter.”

Niet zozeer het formulier zelf, maar de manier waarop het wordt gebruikt maakt het verschil

Een belangrijk inzicht uit de praktijk is dat het succes van het Landelijk Aanmeldformulier niet zozeer wordt bepaald door het formulier zelf. “Het kost minder tijd om hetzelfde werk te doen. Daar wordt iedereen enthousiast van.” Maar dan moet het formulier wel goed worden ingevuld. Gebeurt dat niet, dan moeten zorgaanbieders alsnog bellen of aanvullende informatie opvragen. Daarmee gaat een deel van de tijdswinst verloren. Goede uitleg aan verwijzers blijkt daarom minstens zo belangrijk als het formulier zelf. 

Het formulier vervangt volgens Spenkelink ook niet het goede gesprek dat je met elkaar voert, maar het maakt het gesprek vooral beter. “Dit is echt ondersteunend aan het voeren van het goede gesprek. (…) Ik zie het wel echt als een hulpmiddel. Het is niet een doel op zich, maar het moet juist het gesprek tussen aanmelden en ontvanger makkelijker maken.”

Het formulier is ondersteunend aan het voeren van het gesprek. Juist doordat de basisinformatie compleet en eenduidig wordt gedeeld, ontstaat meer ruimte voor waar het uiteindelijk om draait: samen bepalen welke ondersteuning een kind of gezin nodig heeft. Minder administratie dus, maar vooral meer tijd voor passende zorg.

Begin niet met een zorgproduct, maar met de hulpvraag

Een andere belangrijke verandering is de manier waarop naar een aanmelding wordt gekeken. In plaats van direct een specifiek zorgproduct aan te vragen, beschrijft de verwijzer eerst de situatie van het gezin en de hulpvraag. Pas daarna bepaalt de zorgaanbieder welke ondersteuning het beste aansluit. “Ik heb eigenlijk veel liever dat de verwijzer aanmeldt met: ‘dit is er aan de hand’. Dat wij dan kunnen meedenken over welke hulpaanbod hierbij het best aansluit.” Volgens Spenkelink sluit dat beter aan bij de expertise van beide partijen. “De verwijzer en het gezin, zij zijn op dat moment even expert over wat er aan de hand is. En wij zijn expert over wat wij in huis hebben en welke hulp het beste aansluit.”

Waarom de implementatie in Hart van Brabant soepel verliep

Bij Sterk Huis verliep de implementatie van het landelijk aanmeldformulier relatief eenvoudig. Dat kwam niet vanzelf, maar het management sprak vanaf het begin duidelijk uit dat de organisatie met het Landelijk Aanmeldformulier ging werken. Zo ontstond duidelijkheid over de gekozen richting. “Het helpt als een bestuurder of managementteam of wie dan ook besluit en uitstraalt: we gaan dit doen.” Daarnaast werd steeds uitgelegd waarom de verandering nodig was. “Wat ik heel vaak merk bij veranderingen, dat wordt aangekondigd ‘we gaan dit vanaf nu zo doen’. Zonder dat daar context aan wordt gegeven. Over wat de aanleiding is en wat kan het opleveren.” Volgens Spenkelink hielp juist die uitleg om medewerkers mee te krijgen bij de implementatie van het aanmeldformulier.

Ook de toolkit is van grote waarde bij het implementatieproces. Spenkelink legt uit: “Er is vanuit Jeugdzorg Nederland een toolkit samengesteld voor gemeenten en voor zorgaanbieders. Daarin staat stap voor stap wat je moet doen. Je hoeft bijna niet meer zelf na te denken. Volg de stappen, dat vergemakkelijkt het proces. Dat werkt super goed.”

Samen werken aan één manier van aanmelden

Een jaar werken met het landelijk aanmeldformulier laat zien dat het aanmeldformulier meer is dan een nieuw formulier: het helpt om sneller informatie te delen, vermindert onnodige administratieve lasten en zorgt ervoor dat professionals meer tijd overhouden voor waar het uiteindelijk om draait: passende ondersteuning voor kinderen en gezinnen. 

Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat het succes niet alleen afhangt van het formulier zelf, maar vooral van de manier waarop organisaties het invoeren en gebruiken. Met bestuurlijk draagvlak, goede uitleg, aandacht voor de kwaliteit van de aanmeldingen en ruimte om ervaringen te blijven delen, groeit het Landelijk Aanmeldformulier uit tot een gezamenlijke werkwijze die de samenwerking in de hele keten versterkt. Zo wordt één landelijk aanmeldformulier niet alleen een administratieve verbetering, maar vooral een gezamenlijke stap naar betere samenwerking en sneller passende zorg voor kinderen en gezinnen.

Vijf lessen uit de praktijk

1. Leg altijd uit waarom je verandert

Mensen accepteren een nieuwe werkwijze sneller wanneer duidelijk is wat het oplevert en welk probleem wordt opgelost.

2. Zorg voor bestuurlijk draagvlak

Een duidelijke keuze van bestuur of management voorkomt onduidelijkheid en versnelt de implementatie.

3. Besteed aandacht aan de kwaliteit van het invullen

Een goed formulier voorkomt extra telefoontjes en aanvullende informatieverzoeken.

4. Gebruik de implementatietoolkit

De implementatietoolkit neemt je stap voor stap mee in een succesvolle introductie van het formulier. 

5. Blijf samen verbeteren

Reflecteer met elkaar, bijvoorbeeld na een aanmelding. Blijf samen verbeteren, zodat het formulier een middel blijft om het doel te bereiken: zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen bieden. 

Meer informatie staat op de pagina Landelijk Aanmeldformulier Jeugd en op de website van Jeugdzorg Nederland.


drie personen zitten aan tafel en zijn in gesprek. op de achtergrond staan iconen en lijnen die een model uitbeelden

Verbeter je eigen proces met Ketendata

Afgelopen april heeft BIDN de nieuwste versie van Ketendata beschikbaar gemaakt voor alle gemeenten. Ketendata Berichtenstatus geeft gemeenten inzicht in trends en issues in de werkprocessen rondom het berichtenverkeer. Met Ketendata Berichtenstatus krijg je meer grip op het tijdig versturen van retourberichten, het gebruik van productcodes en bijvoorbeeld de tijd die zit tussen een toewijzing en de start van de zorg. Ketendata Berichtenstatus helpt bij het gesprek tussen gemeenten en zorgaanbieder. 

Afgelopen Regiodagen heeft het Ketenbureau in samenwerking met BIDN gesproken met gemeenten en zorgaanbieders over ontwikkelingen rondom Ketendata en hoe Ketendata of vergelijkbare producten ingezet kunnen worden om gemeenten en zorgaanbieders te ondersteunen in hun werk. We hebben gemerkt dat er veel interesse is en dat veel deelnemers ook goed konden aangeven waar ze behoefte aan hebben.

Gebruik van Ketendata nog makkelijker maken
We gaan de komende tijd al concreet aan de slag met extra verduidelijking op het portaal om het gebruik van Ketendata nog makkelijker te maken, bijvoorbeeld door omschrijvingen van de retourcodes en het aanbieden van standaardrapportages op basis van Ketendata. Daarnaast merken we dat er een duidelijke wens is rondom de eigen bijdrage en regieberichten en het ook beschikbaar stellen van Ketendata aan Zorgaanbieders. Deze wensen gaan we de komende tijd verder analyseren.

Ketendata gaat over Monitoring- en Sturingsinformatie. We zien ook een behoefte aan producten die op een andere manier kunnen ondersteunen bij het dagelijkse werkproces. Bijvoorbeeld door signalering van dubbele zorg en de overdracht van zorg naar een andere gemeente of naar de Wmo. Wij gaan dit in samenwerking met VWS en VNG verder verkennen.

Meer weten over Ketendata Berichtenstatus
Bekijk dan het volgende webinar: Webinar ketendata berichtregelstatus 7 mei 2026 of bekijk de documentatie op Downloads Bureau InformatieDiensten Nederland.

Als u vragen heeft
Neem dat contact met ons op via Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl of met BIDN via servicedesk@BIDN.nl.

Afbeelding enquête

Prijsindexatie Jeugdwet en Wmo 2027

Het ministerie van VWS berekent de prijsindexcijfers die gebruikt kunnen worden om de tarieven in de zorg te indexeren. Aangezien zorgaanbieders vaak zorg in meerdere zorgdomeinen leveren, is het voor hen van belang dat dezelfde indexpercentages worden gebruikt voor de verschillende zorgdomeinen. Hieronder vindt u meer informatie over de indexatie binnen de Jeugdwet en de Wmo voor het komende jaar. 

Prijsindexcijfer OVA/PPC 2027 (voorlopig) 

  • Voorlopige OVA/PPC prijsindexcijfer 2027: 3,74% 
    • OVA: 3,96% (gewicht 90%) 
    • PPC: 1,77% (gewicht 10%) 
        
  • Bijstelling OVA/PPC 2026 (verschil voorlopige en definitieve OVA/PPC 2026): - 0,15% 
  • Gecombineerde indexatie voor 2027: 3,59% 
    = voorlopige OVA/PPC 2027 + bijstelling OVA/PPC 2026 

Indexatie met OVA- en PPC-percentage Jeugd 
In lijn met de hierover opgenomen bepaling in de op 2 december 2022 door de ALV van de VNG algemeen verbindend verklaarde Contractstandaarden Jeugd adviseert de VNG de gemeenten daarom voor 2026 de onderstaande indexatie aan te houden. 


Indexatie contractstandaarden Wmo 
Op 29 november 2024 zijn de contractstandaarden Wmo (diensten) vastgesteld door de ALV van de VNG. De wetgever stelt geen nadere regels over de wijze van indexeren. Partijen hebben, in tegenstelling tot de contractstandaarden Jeugd, besloten om een open bepaling op te nemen in de contractstandaarden Wmo. Als gemeenten aansluiting hebben gezocht bij de wijze waarop deze is geformuleerd in de contractstandaarden Jeugd wordt geadviseerd om het hierboven genoemde indexatiepercentage te gebruiken.  

Overige verplichtingen vanuit de Wmo 

Beschermd Wonen 
De middelen voor Beschermd Wonen worden verstrekt via een integratie-uitkering (IU BW). Met ingang van 2026 wordt de volume-indexatie Beschermd Wonen bepaald op basis van het accres, dus de ontwikkeling van het BBP1. Jaarlijks volgt in het voorjaar een tussentijdse prijsindexatie van het betreffende jaar op basis van CEP. Gemeenten kunnen voor deze indexatie de OVA- en PPC-cijfers volgen. 

Maatschappelijke Opvang 
Voor de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang is geen aparte indexatieregeling vastgesteld. Gemeenten moeten loon- en prijsstijgingen bekostigen uit het accres van de algemene uitkering. Gemeenten kunnen voor de indexatie van MO-tarieven ook de OVA- en PPC-cijfers volgen. 

Sociaal werk 
Voor sociaal werk en andere autonome taken binnen het sociaal domein kan sinds 2024 ook de verplichting gelden voor reële prijzen. Veel van deze diensten worden via subsidiëring bekostigd. Voor 2024 gold voor subsidies niet de verplichting van bekostiging van de reële prijs. Maar ten gevolge van de Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 geldt die verplichting nu ook voor subsidies, voor zover de subsidie bedoeld is voor het verrichten van diensten voor cliënten en met de subsidie wordt beoogd de te subsidiëren diensten volledig te bekostigen” (artikel 5.4 3e lid Uitvoeringsbesluit Wmo respectievelijk artikel 2.3 4e lid Uitvoeringbesluit Jeugdwet).  

Andere vormen van subsidies zoals exploitatiesubsidies, instandhoudingssubsidies of waarderingssubsidies vallen niet onder de genoemde artikelen in de Uitvoeringsbesluiten Wmo en Jeugdwet. Gemeenten zijn verder vrij om de inhoud, omvang en financiering van autonome taken te bepalen.  

Cao-afspraken waarvan de kosten uitstijgen boven het OVA-indexeringspercentage 
De VNG ontving de afgelopen jaren signalen van gemeenten die aangeven dat gecontracteerde aanbieders de in het contract bepaalde indexatie afspraken tussentijds wilden herzien omdat er cao-afspraken waren gemaakt waarvan de (loon)kosten) hoger waren dan het in het contract afgesproken OVA-indexeringspercentage. De vraag was hoe gemeenten hiermee moeten omgaan. 

Op grond van artikel 2.3 Uitvoeringsbesluit Jeugdwet en artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo moeten gemeenten bij het afsluiten of verlengen van een contract naast reële tarieven ook een reëel te verwachten indexeringspercentage opnemen. Als beide partijen het contract tekenen, en de aanbieder krijgt tussentijds, te maken met hogere loonkosten dan is vastgelegd in de indexeringsafspraak uit het contract, dan hoeft de gemeente die hogere kosten niet tussentijds te vergoeden, tenzij de gemeente daarover in het contract afspraken heeft gemaakt. 

Hoe zorg je ervoor dat contractafspraken in de praktijk ook echt werken?

Die vraag stond centraal tijdens een bezoek van Marlies van Boxel, Erna Theunissen en Said Igalla van het Ketenbureau aan de gemeente Den Haag, als onderdeel van Ketenbureau On Tour. Tijdens deze bijeenkomst gingen ze met beleidsmedewerkers, contractmanagers en inkopers in gesprek over het gebruik van de contractstandaarden, de toepassing van contractmanagement, het berichtenverkeer en het toezicht.

Het was een waardevolle bijeenkomst waarin veel vragen zijn beantwoord en veel onderwerpen werden besproken. Waar lopen gemeenten tegenaan? Welke oplossingen werken? En hoe zorgen we ervoor dat afspraken niet alleen op papier goed zijn, maar ook daadwerkelijk leiden tot minder administratieve lasten en betere samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders? De gesprekken leverden mooie inzichten op en benadrukten het belang van een goede samenwerking binnen de keten.

Dank aan de gemeente Den Haag voor de gastvrije ontvangst en de open en constructieve gesprekken. Samen blijven we bouwen aan een eenvoudiger en beter werkend sociaal domein.

Anna Bavinck, lid van de Adviesraad Sociaal Domein in Rijswijk, over de contractstandaarden en wat de overgang van taakgericht naar inspanningsgericht werken gaat betekenen voor de inrichting van het berichtenverkeer:

“Toen het Ketenbureau aankondigde dat gemeenten voor Wmo-aanbestedingen verplicht gebruik zouden gaan maken van een landelijke standaard bij de aanbestedingen, was mijn eerste reactie eerlijk gezegd niet direct enthousiast. Zoals veel inkopers dacht ik: ‘We hebben toch al onze eigen formats en werkwijzen, waarom zouden we die vervangen?’

Inmiddels werk ik met de documenten en is mijn beeld echt veranderd. Tijdens het invullen en toepassen van de documenten heb ik gemerkt dat de standaarden zorgvuldig zijn opgebouwd en goed aansluiten op de praktijk van het sociaal domein. Ze bieden een solide basis, zorgen voor meer uniformiteit en helpen om belangrijke juridische en inhoudelijke aspecten op een consistente manier vast te leggen.

Wat mij daarnaast positief heeft verrast, is de ondersteuning vanuit het Ketenbureau. Vragen worden snel en laagdrempelig opgepakt en er wordt actief meegedacht over de toepassing van de documenten in de praktijk. Die combinatie van bruikbare standaarden en toegankelijke ondersteuning maakt dat het werken ermee een stuk prettiger is dan ik vooraf had verwacht.”