Geen gestandaardiseerd berichtenverkeer hoofd- en onderaannemers

De afgelopen maanden heeft het Ketenbureau i-Sociaal Domein, samen met VECOZO en Zorginstituut Nederland, gezocht naar mogelijkheden om op korte termijn financieel-administratieve informatie tussen hoofd- en onderaannemers op een gestandaardiseerde manier uit te wisselen. De conclusie is dat dit, zonder een aanzienlijke investering, niet lukt. In dit bericht lichten we dat toe.  

Administratieve uitdagingen 

Aanbieders van zorg en ondersteuning krijgen door keuzen van gemeenten of regio’s steeds meer en steeds vaker te maken met Hoofd- en onderaannemerschap (H&O). De verwachting is dat H&O in het sociaal domein de komende jaren verder toeneemt. Hoofdaannemers krijgen daarmee de uitdaging om taken in te richten die eerder bij gemeenten of regio’s lagen, waardoor de administratieve lasten toenemen. Specifiek noemen aanbieders daarbij de uitdagingen bij het uitwisselen van financieel-administratieve informatie: de toewijzing, informatie over de start en stop en de declaratie van de zorg of ondersteuning. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein heeft daarom de afgelopen maanden gezocht naar administratief luwe mogelijkheden om financieel-administratieve informatie uit te wisselen tussen hoofd- en onderaannemer die aansluit bij het berichtenverkeer conform de iStandaarden.   

Standaard instrument niet wenselijk

Op basis van een inhoudelijke behoeftepeiling zijn de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met zorgaanbieders, softwareleveranciers en ketenpartners. Zij spraken hun waardering uit voor het feit dat de administratieve uitdagingen van H&O-constructies ook landelijk worden herkend en erkend. Ook vond men het prettig dat partijen zoeken naar een structurele oplossing voor een actueel probleem. Momenteel gebruiken zorgaanbieders, vaak in overleg met hun softwareleveranciers, alternatieve oplossingen om communicatie onderling vorm te geven. Hoewel deze oplossingen vaak divers en verre van optimaal zijn, is uit gesprekken gebleken dat het niet wenselijk is één van deze instrumenten tot standaard te verheffen. Dit dwingt aanbieders immers om op dezelfde manier te werken, wat onnodige ontwikkelkosten en nieuwe administratieve lasten met zich meebrengt, die mogelijk niet aansluit bij de wensen en werkwijze die aanbieders momenteel hanteren.   

Geen kopie informatiemodel iStandaarden 

In overleg met ketenpartners is gezocht naar een ‘quick fix’ op basis van de huidige iStandaarden, waarbij zowel de envelop als de inhoud van berichten aangepast kan worden om te routeren tussen aanbieders via een beveiligd netwerk. Softwareleveranciers gaven hierbij echter aan dat de software van aanbieders daarvoor doorgaans niet geschikt is. Zij kunnen een inkomende berichtenstroom (zoals een zorgtoewijzing) wel ontvangen en verwerken, maar niet aanmaken en verzenden. Datzelfde geldt voor de uitgaande berichtenstroom, zoals het verwerken van een declaratiebericht. Omdat dit bedrijfskritische processen van aanbieders raakt, zou hiervoor een volwaardig informatiemodel en bijbehorende infrastructuur voor opgezet moeten worden. Inclusief het beheer, doorontwikkeling en releasebeleid. De doorlooptijd en investering die een dergelijke ontwikkeling met zich meebrengt zijn op dit moment niet te rechtvaardigen voor zowel ketenpartijen als aanbieders.   

Vernieuwing wenkend perspectief

De manier waarop financieel-administratieve informatie voor de iWmo en de iJw wordt uitgewisseld, gaat op termijn veranderen. Daarbij wordt de huidige werkwijze, het versturen van berichten tussen partijen, vervangen door het ontsluiten van informatiebronnen, waarbij de bestaande problematiek bij Hoofd- en onderaannemerschap vanaf de implementatie kan worden opgelost. Dit wordt ook wel het ‘netwerkperspectief’ genoemd. Het netwerkperspectief maakt het mogelijk om de onderaannemer toegang te geven tot financieel-administratieve informatie die met het huidige berichtenverkeer alleen tussen financier en hoofdaannemer wordt uitgewisseld. Het verder uitdenken en uitwerken van het netwerkperspectief vraagt tijd en biedt daarmee geen oplossing voor de korte termijn.  

Wat dan wel? 

Het Ketenbureau i-Sociaal Domein herkent en erkent de administratieve uitdagingen van H&O-constructies. Daarom blijven we inzetten op een actieve uitwisseling van kennis er en ervaringen tussen aanbieders. Daarover houden we jullie op de hoogte via onze website. 

Transparantie en vertrouwen essentieel bij zorgcontractering

Chris Karsten en Koen Vanhemel zijn allebei business controller. Karsten bij de gemeente Dordrecht en Vanhemel bij jeugdzorgaanbieder Stichting Enver. Tijdens de Wisselstage, het uitwisselingsprogramma dat het Ketenbureau in samenwerking met The Curious Network organiseert, liepen ze een dag met elkaar mee. Het bleek voor hen allebei een leerzame ervaring. En ondanks de op het oog tegengestelde belangen waren ze het erover eens dat transparantie en vertrouwen essentiële ingrediënten zijn.

Over de vraag of hij praktische inzichten opdeed tijdens zijn stage bij Enver, hoeft Chris Karsten niet lang na te denken. “Wij betalen op dit moment voor de ‘no shows’, die kun je – in bepaalde segmenten – in rekening laten brengen bij de cliënt. Zo kun je ook het gedrag sturen dat leidt tot meer efficiency bij aanbieders. Ook leerde ik dat het inperken van keuzevrijheid in aanbieders kostenbesparend kan werken. Niet per se op tarief, maar wel op administratieve kosten, reistijd, controle en toezicht.”

Zzp-wetgeving en kosten

Veel organisaties bereidden zich op het moment van de Wisselstage voor op de nieuwe zzp-wetgeving. “De nieuwe zzp-wetgeving kan leiden tot lagere kosten als aanbieders de mensen vast gaan aannemen”, zegt Karsten. “Wel bestaat het risico dat ze er uitzendbureaus of onderaannemers tussen zetten die het juist weer duurder maken. We zullen daarom in onze contracten voorwaarden moeten opnemen over onderaannemers: waaraan moeten ze voldoen, hoe wordt toezicht gehouden enzovoort.”

Over kosten deed Karsten nog een ander inzicht op: “Naast regionaal inkopen, kunnen we ook regionaal gelijk beleid en verordeningen maken. Dat helpt in de administratieve lasten bij aanbieders. Voor hen is het onwerkbaar om voor elke gemeente op een andere manier te werken. We maken het dus zelf – als gemeenten – duurder voor iedereen. Wat het ook duurder kan maken is het, vanuit wantrouwen, opnemen van te veel regels in contracten. Bijvoorbeeld een verplichting om zorg ‘achter de voordeur’ te leveren, beperkt de mogelijkheid om die zorg in groepsverband te leveren, wat in sommige gevallen ook vanuit oogpunt van cliënt beter is.

Transparantie versus wantrouwen

Koen Vanhemel van Stichting Enver bevestigt dat verschillende regels van gemeenten de kosten voor zorgaanbieders verhogen: “Tijdens mijn stage merkte ik dat er wantrouwen bestaat richting commerciële zorgaanbieders, bijvoorbeeld dat zij de zorg zo lang mogelijk willen laten doorlopen. Dit wantrouwen leidt tot een overdaad aan regels en procedures, wat extra werk en kosten oplevert voor beide partijen. Geld dat niet rechtstreeks naar zorg gaat. Zouden we niet veel transparanter met elkaar kunnen omgaan? Bijvoorbeeld door gemeenten direct inzicht te geven in onze kosten, werkwijzen en cijfers. Enver is een stichting zonder winstoogmerk, wat betekent dat alle middelen ten goede komen aan de zorg. Omgekeerd zou inzicht in gemeentelijke cijfers ons beter in staat stellen de zorg te organiseren. Transparantie kan regels verminderen. Ik merkte dat de gemeente Dordrecht hier in beginsel positief tegenover staat.”

Gebruik maken van sturingsinformatie

Karsten vindt het zorgelijk om te zien hoe verschillende systemen, processen en contracten leiden tot veel overhead en inefficiëntie: “Dit terwijl het in de basis om 95% hetzelfde werk gaat. Elke gemeente en elke organisatie doet het op zijn eigen manier. Waarom?”

Vanhemel voegt toe: “Chris en ik hebben dezelfde uitdaging bij het beheren van budgetten. Hoe zorgen we ervoor dat onze bestuurders over de juiste sturingsinformatie beschikken voor het inzetten van budgetten voor jeugdhulp en Wmo? Volgens mij gaat het niet alleen om het beschikbaar maken van die informatie, maar ook om ervoor te zorgen dat organisaties deze echt gebruiken. Dat beschouw ik als een belangrijk onderdeel van mijn rol als business controller.”

De ene organisatie koopt in, de ander biedt aan. Maar het werk van een business controller is dus grosso modo hetzelfde. Ook de focus op preventie en bestaanszekerheid van inwoners delen gemeenten en zorgaanbieders, merkt Karsten op: “Ook bij Enver geven ze aan dat inzet op gezondheid, armoede en schulden belangrijk is en merkbaar leidt tot lagere zorgkosten.”

Gezocht: gemeenten die binnenkort nieuwe contracten sluiten voor Wmo of Jeugdhulp

Werk jij bij een gemeente als inkoper/contractmanager of jurist? En gaat jouw gemeente de contracten voor Jeugdhulp of Wmo diensten opnieuw aanbesteden? Dan zoeken we jou!

Ook dit jaar helpt het Ketenbureau gemeenten bij de implementatie van de contractstandaarden. En daar kun jij gebruik van maken! Meld je aan voor de Koplopersgroep. In deze groep maak je samen met andere gemeenten en de experts van het Ketenbureau de overstap naar de contractstandaarden.

Wij helpen jou met de overgang naar de contractstandaarden en samen ontwikkelen we hulpmiddelen die andere gemeenten weer helpen als zij op een later moment hun contracten moeten omzetten. Goede deal toch?! 

Verplicht gebruik

Voor Jeugdhulp is het al langer verplicht om de contractstandaarden te gebruiken. Voor Wmo is het sinds 1 januari van dit jaar verplicht. De verplichting om over te gaan naar de standaarden geldt als er nieuwe contracten gesloten worden. Het is ook mogelijk als contracten overgesloten worden of als je eerder de wijzigingsclausule hebt gebruikt. 

Aanmelden of meer weten? 

Aanmelden kan tot 1 februari 2025 via dit formulier. Wil je eerst meer weten of wil je weten of jij de juiste kandidaat bent voor de Koplopersgroep? Mail of bel dan met Said Igalla, projectleider van de implementatie contractstandaarden. Said.igalla@vng.nl of 06 13 28 87 32. 

7 praktische inzichten over zorgadministratie door Wisselstage!

Professionals van (zorg)aanbieders en gemeenten moeten de zorg voor inwoners samen vormgeven, maar vinden de uitvoering van jeugdhulp en Wmo soms ingewikkeld. Met kennis van elkaars werkpraktijk kan je beter samenwerken. Tijd dus voor echte gesprekken en beter inzicht in elkaars wereld en aanpak. Hoe? Door één dag stage bij elkaar te lopen. Dit programma heet Wisselstage! en werd in november (2024) opnieuw georganiseerd door het Ketenbureau i-Sociaal Domein in samenwerking met The Curious Network. Specifieke inzichten die de deelnemers opdeden over de zorgadministratie hebben we hier op een rij gezet.   

Afhandeling van zorgaanvragen en declaraties 

Bij de uitvoering van Jeugdhulp en Wmo zijn er verschillende functiedisciplines betrokken: van beleidsvorming tot de verantwoording. Ook op administratief gebied vindt er veel uitwisseling plaats tussen gemeenten en zorgaanbieders. Professionals van de backoffice van (zorg)aanbieders en gemeenten gaan over de afhandeling van zorgaanvragen en -declaraties. Welke (praktische) inzichten deelden deelnemers met elkaar over de zorgadministratie? 

1. Zorgadministratie voor gemeenten veel zwaarder bezet dan voor Wlz

 ‘Het viel me vooral op hoe veel meer overhead zorgaanbieders nodig hebben voor de zorg via gemeenten. Bij deze landelijke zorgaanbieder zijn meer dan drie keer zoveel mensen betrokken in de backoffice en verkoop voor gemeenten (jeugd/wmo) dan dat er werken voor de Wlz, terwijl het aantal cliënten ongeveer hetzelfde is.’ Rombout Jas, senior beleidsmedewerker beschermd wonen bij de gemeente Nijmegen; hij liep stage bij Pluryn. 

2. Veel vragen over het berichtenverkeer 

‘Het is belangrijk om je te realiseren dat berichten die zorgaanbieders sturen doorwerken in veel andere processen binnen de gemeente. Denk hierbij aan de eigen bijdrage, het toekennen van zorg en betalingen. Dit heeft ook gevolgen voor de cliënt.’ Anne Fluitman, informatieanalist, gemeente Rotterdam; zij liep stage bij De Rading ‘Ik vond het erg waardevol dat we onze systemen naast elkaar hebben gezet en daardoor meteen in de praktijk konden zien hoe berichten over en weer verwerkt worden. En wat de ander daar vervolgens mee doet.’ Nienke van Rossum, medewerker administratie sociaal bij MijnGemeenteDichtbij; zij liep stage bij Tzorg. ‘Ik kwam erachter dat de verwerking van een 307-bericht niet automatisch leidt tot een afsluitend 301-bericht. De gemeente moet de einddatum van de toewijzing nog handmatig aanpassen naar de einddatum van het 307-bericht. Ze krijgen ook geen melding dat er nog een 301-bericht moet worden verstuurd. Dat verklaart waarom het bij ons soms langer duurt voordat we een 301-bericht ontvangen.’ Bryan van den Brand, Expert financiële zorgadministratie bij Tzorg; hij liep stage bij de gemeente Hengelo.

3. Uren en minuten 

‘Tijdens de stage kwamen we erachter dat bij 315-verzoeken een afkeuring komt als deze wordt aangevraagd in uren in plaats van minuten. Hier wordt dan ook een opmerking meegegeven, maar die krijgen wij niet binnen in ons systeem waardoor de reden van afkeur onduidelijk was voor ons. Een andere gemeente zet het zelf om in minuten en geeft ‘m alsnog af. Om het voor iedereen makkelijker te laten verlopen, gaan wij voortaan standaard 315-verzoeken indienen in minuten.’  Sanne Rutten, backoffice medewerker bij DIT Coaching; zij liep stage bij de gemeente Arnhem. Wij hebben onze processen ingericht volgens de i-standaarden. Als er bij een wijziging (317-bericht) ook een ophoging van het aantal uren is inbegrepen, blijkt de aanbieder hiermee niet uit de voeten te kunnen. Het ophogen van het volume bij verlengingen van indicaties,  is een aandachtspunt en moet verder besproken worden binnen de gemeente Apeldoorn samen met de aanbieders.’ Mirella Timmermans, kwaliteitsmedewerker realisatie bij de Gemeente Apeldoorn; zij liep stage bij Tzorg.  

4. Organiseren van je werk 

‘Trots ben ik op de automatiseringsslagen die wij als organisatie al gedaan hebben om de administratieve lasten te verminderen. Hiervoor hebben we twee tools ontwikkeld. Een tool die de declaratieafspraken van de verschillende gemeenten kan toepassen en een tool die de start- en stopberichten aanmaakt en verstuurt.’ Samantha Duffy, expert financiële zorgadministratie bij Tzorg; zij liep stage bij de gemeente Enschede. ‘Wij hebben een breed scala aan zorg en financiers waardoor de werkzaamheden veel en niet allemaal gelijk zijn. Wij hebben de dagelijkse werkzaamheden goed in beeld door een weekoverzicht met hierin alle taken die dagelijks verdeeld worden. Hierin is ook een controlekalender opgenomen waarin alle controles vermeld staan en wanneer deze uitgevoerd moeten worden zodat de registratie “schoon” is voor de maandelijkse declaraties.’ Wendy Kramer, adviseur cliëntzaken bij Pameijer; zij liep stage bij Humanitas-DMH.  

5. Referentiegroepen Zorginstituut 

‘Ik heb goede ervaringen met deelname aan landelijke referentiegroepen van het Zorginstituut Nederland. Je leert hier heel veel en hebt invloed op nog door te voeren wijzigingen in het berichtenverkeer en de standaard administratie protocollen voor Jw en Wmo. Je weet dan ook wat er gaat wijzigen en kunt dit op tijd implementeren in je eigen organisatie.’ Anouk van Doren, adviseur cliëntzaken, Pameijer; zij liep stage bij Tzorg  

6. Wachten op verwijsdocumenten en behandelplannen 

‘Ik kwam erachter dat zowel gemeenten als zorgleveranciers vaak achter geldige verwijsdocumenten of behandelplannen aan moeten, terwijl er een behandelaar klaarstaat om te starten. Denk aan een gezinsplan zonder handtekening of een behandelaar die geen jongeren naar GGZ mag verwijzen.’ Danny van Dorst, medewerker centrale MEAD jeugd bij de Viersprong; hij liep stage bij de gemeente Roosendaal. 

7. Zoek elkaar op! ‘

Ik heb geleerd dat wanneer je elkaar opzoekt, je een stap verder kunt komen. Door op het moment dat er iets speelt elkaar even te bellen of af te spreken. Zo kun je nagaan hoe je elkaar kunt helpen. En zorg je ervoor dat issues worden opgelost in plaats van elkaar maar te blijven mailen. Veel processen zijn zo omdat ze al jaren zo zijn. En met één mail ga je iemand helaas niet overtuigen om iets aan te passen of om verder te kijken hoe iets makkelijker of minder complex kan.  Sanne Ketelaars, Expert financiële zorgadministratie bij Tzorg; zij liep stage bij Delftsupport.          

Kick-off begeleidingsgroep Contractstandaarden Hulpmiddelen

Op 12 december was het zover: de begeleidingsgroep voor de Contractstandaarden Hulpmiddelen kwam voor het eerst bijeen! Het doel? Kennismaken, de opdracht afbakenen en samen de koers uitstippelen. Een enthousiaste groep mensen met deskundigheid op het terrein van hulpmiddelen.

Waarom deze groep?

Na de succes vaststelling van de contractstandaarden voor het onderdeel diensten in de Wmo 2015 door de ALV met bijna 95% , is het nu tijd voor hulpmiddelen. Het Ketenbureau deed een oproep voor kritische meedenkers. De respons was overweldigend: 25 deskundigen vanuit gemeenten, aanbieders en branches sloten zich aan. Ook het ministerie van VWS en de VNG zijn vertegenwoordigd.

Wat stond er op de agenda?

Naast kennismaken is in deze eerste bijeenkomst stilgestaan bij de scope van de opdracht. Gaat het nu alleen over roerende zaken als scootmobielen, rolstoelen, tilliften, douchestoelen, aanpassingen in auto en fietsen? En in hoeverre maken trapliften ook onderdeel uit van de contractstandaard? De begeleidingsgroep geeft aan dat er behoefte is  om het assortiment te standaardiseren met een categorie-indeling. Ook wordt het ontbreken van de levering van hulpmiddelen in het berichtenverkeer als gemis aangegeven.

Rol begeleidingsgroep

De concept-contractstandaarden worden inhoudelijk opgesteld door het expertteam en zij zorgen ervoor dat het juridisch correct is (binnen wettelijke kaders en rekening houdend met gerechtelijke uitspraken). De begeleidingsgroep bepaalt of de bepalingen in de standaarden wenselijk zijn en nut en/of noodzaak hebben. Daarnaast heeft de begeleidingsgroep een belangrijke rol bij het vaststellen van de mate waarin een bepaling in de praktijk uitvoerbaar is. We gaan er vanuit dat we met elkaar tot consensus komen. Als dat niet lukt, wordt het dilemma met de verschillende standpunten voorgelegd aan onze opdrachtgever (de Stuurgroep i-Sociaal Domein) om daarin een besluit te nemen. Zo blijven we scherp op de inhoud!

Ook meedenken?

Zit je niet in de begeleidingsgroep maar heb je wel goede ideeën? Doe dan mee aan de consultatierondes. Iedereen die in de praktijk werkt is welkom om te reageren op de concept-contractstandaarden. Houd de community in de gaten voor de exacte data en aanmeldingsinformatie. Heb je andere vragen over het project of over deze blog? Reageer onder deze blog of stuur een mail

Kwaliteit: standaardisatie als sleutel in jeugdhulp en Wmo

Durf standaardisatie aan: kwaliteit als stuurmiddel

Een glasheldere set gestandaardiseerde kwaliteitsafspraken voor jeugdhulp en Wmo is niet alleen wenselijk, maar essentieel. De huidige praktijk wordt nog steeds bemoeilijkt door een wirwar van lokale en regionale interpretaties en uiteenlopende eisen, wat zorgt voor hoge administratieve lasten en een gebrek aan uniformiteit. Maar er is beweging. Sinds de Algemene Ledenvergadering van de VNG in 2022 hebben gemeenten stappen gezet naar contractstandaardisatie. Dit proces breidt zich stap voor stap verder uit met nieuwe standaarden die gericht zijn op een duurzamere samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders.

Van wildgroei naar samenhang: actuele uitdagingen

Recent onderzoek wijst uit dat ongeveer 75% van de regeldruk in de jeugdhulp en Wmo wordt veroorzaakt door de manier waarop landelijke eisen worden vertaald naar de praktijk. Dit leidt tot verschillen tussen gemeenten die niet alleen inefficiënt zijn, maar ook het speelveld voor aanbieders ongelijk maken. De De toegenomen aandacht voor transparantie en efficiëntie heeft geleid tot:

  • Nieuwe hulpmiddelen, zoals een nationaal modelsjabloon voor subsidies.
  • Initiatieven om monitoring en auditing meer te koppelen aan kwaliteitseisen.
  • Gesprekken over het beperken van onnodige dubbelingen, zoals dubbel toezicht door gemeenten en landelijke instanties.

De Norm voor Verantwoorde Werktoedeling

De norm verantwoorde werktoedeling blijft een belangrijk kompas. Nieuwe richtlijnen leggen meer nadruk op het optimaal benutten van vakbekwame professionals, zonder eenzijdige eisen aan bijvoorbeeld SKJ-registraties. Dit biedt meer ruimte voor maatwerk en vermindert onnodige kosten.

Van papieren tijger naar realiteit

Om kwaliteitseisen effectief te maken, zijn drie kernpunten essentieel:

  • Schrappen van overbodige details: Helderheid en eenvoud staan voorop.
  • Betrekken van belanghebbenden: Zowel aanbieders als gemeenten werken samen aan haalbare eisen.
  • Dynamische evaluatie: Monitoring moet een integraal onderdeel worden van kwaliteitsbewaking.

De weg vooruit: durf en samenwerking

De weg naar uniforme kwaliteitsafspraken vraagt om durf, maar vooral om samenwerking. Door regionale successen op te schalen en landelijke standaarden verder te ontwikkelen, kunnen gemeenten en aanbieders gezamenlijk een grote kwaliteitsslag maken. De sleutel tot succes? Eenvoud, uniformiteit, en een focus op wat écht werkt. Samen maken we kwaliteit standaard. 

Over het regioteam
Het Regioteam ondersteunt gemeenten én aanbieders bij het werken volgens de bedoeling en opereert – vanuit en in samenwerking met het Samenwerkingsplatform Sociaal Domein – namens het Ketenbureau i-Sociaal Domein dat wordt aangestuurd door de Stuurgroep i-Social Domein. Hierin hebben naast de zorgbranches (Actiz, GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en Valente) ook vertegenwoordigers vanuit de gemeenten, de VNG, en VWS als stelselverantwoordelijke, zitting hebben. De regioadviseurs beschikken over een breed palet aan producten en diensten, instrumenten, opleidingen en praktijkvoorbeelden. Daarnaast hebben ze toegang tot een groot netwerk van experts, ervaringsdeskundigen en een rechtstreeks lijntje met ‘Den Haag’. 

Opname webinar passend aanbod LVB terugkijken

Op donderdag 28 november organiseerden het ministerie van VWS, VNG en het Ketenbureau i-Sociaal Domein, een webinar over het organiseren van passend aanbod voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB).

Samenwerken beter aanbod LVB
Om zorg- en ondersteuningsaanbod voor mensen met een LVB beter vorm te geven is samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders, huisartsen en zorgkantoren essentieel. Tijdens het webinar gingen Bonita Liefers en Rachel Groot van het expertisenetwerk Twente en Jan Kroft en Jony Meekel met elkaar in gesprek onder leiding van gespreksleider Marianne Vorthoren. Hoe zet je een succesvol netwerk op? Hoe werk je samen? Hoe zit het met de financiering? En hoe zorg je ervoor dat de aandacht voor het onderwerp structureel is en ingebed wordt?

Je kunt het webinar hier terugkijken.

Opname webinar toezicht, inkoop- en contractmanagement

Donderdag organiseerden we samen met team Naleving Wmo en Jeugdwet van de VNG een webinar over toezicht en verantwoording in de zorg.

Met enige regelmaat verschijnen er berichten in de media over fraude en hoge winsten in de zorg. Het recente onderzoek van Pointer, waarin 682 zorgaanbieders werden genoemd, bracht dit probleem opnieuw onder de aandacht. Het maakt duidelijk dat toezicht en naleving in het sociaal domein noodzakelijk blijven. Maar hoe voorkom je dat strenge controles leiden tot onnodige administratieve lasten en reputatieschade voor welwillende zorgaanbieders? Tijdens het webinar deelden Sandra van der Steen (projectleider aanpak zorgfraude OZJT/Samen14), Bas Wijnen (teamleider Naleving VNG) en Ed Magnée (regioadviseur Ketenbureau) hun inzichten en praktische handvatten met gespreksleider Hans Hendriks. 

Samenwerken aan betrouwbare zorg
De sprekers waren het erover eens dat gemeenten en zorgaanbieders een gezamenlijke verantwoording hebben om goede zorg te bieden.
“Het merendeel van de aanbieders is te goeder trouw, maar die paar rotte appels moet je eruit pikken. Dat begint al bij het inkoopproces, waar heldere afspraken aan de voorkant veel problemen voorkomen”, benadrukte Ed Magnée. Bas Wijnen wees op het belang van proportioneel toezicht: “Fraude signaleren is belangrijk, maar overreacties of eenzijdige focus op mediaberichten zoals de Pointer-lijst helpen niemand. Toezicht moet gebaseerd zijn op neutrale indicatoren en een doordachte aanpak, anders loop je het risico processen te verstoren en bonafide aanbieders te schaden.”
Sandra van der Steen adviseerde om laagdrempelige contactmomenten te organiseren: “Het is belangrijk om zorgaanbieders regelmatig te bezoeken, niet alleen wanneer er signalen van fraude zijn. Door een gelijkwaardige relatie op te bouwen, kun je zorgen voor een open dialoog en proactief problemen aanpakken.” Van der Steen sloot het webinar af met de wijze woorden: “Keep calm, laat je niet gek maken.”

Nog vragen?
Neem dan contact op met de regioadviseurs van Naleving.

Webinar toezicht en inkoop- en contractmanagement binnen Wmo en Jeugdwet

Met enige regelmaat verschijnen er berichten in de media over fraude en hoge winsten in de zorg. Vorige week nog deed een bericht van Pointer veel stof opwaaien. In totaal 682 zorgaanbieders zouden sinds 2020 mogelijk misbruik hebben gemaakt van zorggeld. Het maakt de roep om meer controle en strengere naleving sterker. Tegelijkertijd wordt de kans op reputatieschade door trial by media en nóg meer administratieve lasten voor aanbieders groter.
Hoe krijgen we grip op deze problematiek zonder betrouwbare, welwillende zorgaanbieders te benadelen? 

Wat kun je verwachten tijdens dit webinar?
Tijdens dit interactieve webinar van team Naleving Wmo en Jeugdwet van VNG Realisatie en het Ketenbureau i-Sociaal Domein gaan we verder in op toezicht op zorg en ondersteuning en contractmanagement in het sociaal domein. Experts van VNG Naleving en het Ketenbureau i-Sociaal Domein en medewerkers vanuit gemeenten en zorgaanbieders leggen uit hoe het toezicht bij gemeenten georganiseerd is en hoe ze om kunnen gaan met de lijst die Pointer heeft gepubliceerd. Ook geven ze praktische handvatten om fraude effectief te signaleren en aan te pakken zonder dat goede aanbieders er onder te lijden hebben.

Datum en tijd
Donderdag 28 november 16:00 – 17:00. 

Aanmelden
Je kunt je aanmelden door dit formulier in te vullen. We sturen je donderdagochtend 28 november de Teamslink door. Ook als je het webinar later terug wilt kijken vragen we je om in te schrijven, dan ontvang je automatisch een link naar de opname.

Slotsymposium ‘Van Bureaucrazy naar Carehappy’ Hanzehogeschool

Het vierjarige onderzoeksproject ‘Van Bureaucrazy naar Carehappy’, een initiatief van de Hanzehogeschool in Groningen, is donderdag 14 november afgesloten met een inspirerend slotsymposium. Het project richtte zich op het terugdringen van administratieve lasten en het vergroten van werkplezier in de zorgsector, met een bijzondere focus op de uitdagingen binnen het sociaal domein. Sander Olsthoorn, coördinator van het regioteam van het Ketenbureau, nam deel aan de paneldiscussie. 

Sinds de decentralisaties in het sociaal domein ervaren zorgaanbieders een grote (administratieve) last door aanbestedingsprocedures in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015).

Regeldruk Wmo-aanbestedingen

De Hanzehogeschool Groningen deed de afgelopen jaren onderzoek naar de regeldruk rond Wmo-aanbestedingen voor maatwerkvoorzieningen, zoals dagbesteding, begeleiding, verblijf en beschermd wonen. De focus daarbij was tweeledig, namelijk gericht op 1) de eisen die gemeenten aan zorgaanbieders stellen en 2) het effect van die eisen op de motivatie van zorgprofessionals voor hun werk. Afgelopen donderdag werden de onderzoeksresultaten opgeleverd, in de vorm van een handreiking en serious game.  

Standaardisatie

Tijdens de paneldiscussie, waar onder andere coördinator van het regioteam van het Ketenbureau Sander Olsthoorn aan deelnam, kwamen de dilemma’s waar gemeenten en zorgaanbieders mee te maken hebben uitvoerig aan bod. Olsthoorn benadrukte het belang van standaardisatie om focus te krijgen op de zorginhoud: “Door standaardisatie ontstaat tijd en ruimte om in gesprek te gaan over de zorg die je wilt leveren aan mensen. Het is mooi om te horen dat die gedachte breed wordt gedragen door zowel gemeenten als door zorgaanbieders.” 

Meer weten over het onderzoek? Kijk dan op de website van de Hanzehogeschool.