drie personen zitten aan tafel en zijn in gesprek. op de achtergrond staan iconen en lijnen die een model uitbeelden

Verbeter je eigen proces met Ketendata

Afgelopen april heeft BIDN de nieuwste versie van Ketendata beschikbaar gemaakt voor alle gemeenten. Ketendata Berichtenstatus geeft gemeenten inzicht in trends en issues in de werkprocessen rondom het berichtenverkeer. Met Ketendata Berichtenstatus krijg je meer grip op het tijdig versturen van retourberichten, het gebruik van productcodes en bijvoorbeeld de tijd die zit tussen een toewijzing en de start van de zorg. Ketendata Berichtenstatus helpt bij het gesprek tussen gemeenten en zorgaanbieder. 

Afgelopen Regiodagen heeft het Ketenbureau in samenwerking met BIDN gesproken met gemeenten en zorgaanbieders over ontwikkelingen rondom Ketendata en hoe Ketendata of vergelijkbare producten ingezet kunnen worden om gemeenten en zorgaanbieders te ondersteunen in hun werk. We hebben gemerkt dat er veel interesse is en dat veel deelnemers ook goed konden aangeven waar ze behoefte aan hebben.

Gebruik van Ketendata nog makkelijker maken
We gaan de komende tijd al concreet aan de slag met extra verduidelijking op het portaal om het gebruik van Ketendata nog makkelijker te maken, bijvoorbeeld door omschrijvingen van de retourcodes en het aanbieden van standaardrapportages op basis van Ketendata. Daarnaast merken we dat er een duidelijke wens is rondom de eigen bijdrage en regieberichten en het ook beschikbaar stellen van Ketendata aan Zorgaanbieders. Deze wensen gaan we de komende tijd verder analyseren.

Ketendata gaat over Monitoring- en Sturingsinformatie. We zien ook een behoefte aan producten die op een andere manier kunnen ondersteunen bij het dagelijkse werkproces. Bijvoorbeeld door signalering van dubbele zorg en de overdracht van zorg naar een andere gemeente of naar de Wmo. Wij gaan dit in samenwerking met VWS en VNG verder verkennen.

Meer weten over Ketendata Berichtenstatus
Bekijk dan het volgende webinar: Webinar ketendata berichtregelstatus 7 mei 2026 of bekijk de documentatie op Downloads Bureau InformatieDiensten Nederland.

Als u vragen heeft
Neem dat contact met ons op via Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl of met BIDN via servicedesk@BIDN.nl.

Afbeelding enquête

Prijsindexatie Jeugdwet en Wmo 2027 bekend

Het ministerie van VWS berekent de prijsindexcijfers die gebruikt kunnen worden om de tarieven in de zorg te indexeren. Aangezien zorgaanbieders vaak zorg in meerdere zorgdomeinen leveren, is het voor hen belangrijk dat dezelfde indexpercentages worden gebruikt voor de verschillende zorgdomeinen. Hieronder vindt u meer informatie over de indexatie binnen de Jeugdwet en de Wmo voor het komende jaar.

Prijsindexcijfer OVA/PPC 2027 (voorlopig)

  • Voorlopige OVA/PPC prijsindexcijfer 2027: 3,74%
    • OVA: 3,96% (gewicht 90%)
    • PPC: 1,77% (gewicht 10%) 
  • Bijstelling OVA/PPC 2026 (verschil voorlopige en definitieve OVA/PPC 2026): – 0,15%
  • Gecombineerde indexatie voor 2027: 3,59%
    = voorlopige OVA/PPC 2027 + bijstelling OVA/PPC 2026

Indexatie met OVA- en PPC-percentage Jeugd
In lijn met de bepaling in de Contractstandaarden Jeugd die op 2 december 2022 door de ALV van de VNG algemeen verbindend zijn verklaard, adviseert de VNG de gemeenten daarom om voor het jaar 2026 de onderstaande indexatie aan te houden.

Indexatie contractstandaarden Wmo
Op 29 november 2024 zijn de Contractstandaarden Wmo (diensten) vastgesteld door de ALV van de VNG. De wetgever stelt geen nadere regels over de wijze van indexeren. Partijen hebben besloten om een open bepaling op te nemen in de Contractstandaarden Wmo, in tegenstelling tot de Contractstandaarden Jeugd. Als gemeenten aansluiting hebben gezocht bij de manier waarop deze is geformuleerd in de Contractstandaarden Jeugd, wordt geadviseerd om het hierboven genoemde indexatiepercentage te gebruiken. 

Overige verplichtingen vanuit de Wmo

  • Beschermd Wonen: OVA- en PPC-cijfers
    De middelen voor Beschermd Wonen worden verstrekt via een integratie-uitkering (IU BW). Met ingang van 2026 wordt de volume-indexatie Beschermd Wonen bepaald op basis van het accres, dus de ontwikkeling van het BBP[1]. Jaarlijks volgt in het voorjaar een tussentijdse prijsindexatie van het betreffende jaar op basis van CEP. Gemeenten kunnen voor deze indexatie de OVA- en PPC-cijfers volgen.
  • Maatschappelijke Opvang: geen aparte indexatieregeling
    Voor de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang is geen aparte indexatieregeling vastgesteld. Gemeenten moeten loon- en prijsstijgingen bekostigen uit het accres van de algemene uitkering. Gemeenten kunnen voor de indexatie van MO-tarieven ook de OVA- en PPC-cijfers volgen.
  • Sociaal werk
    Voor sociaal werk en andere autonome taken binnen het sociaal domein kan sinds 2024 ook de verplichting voor reële prijzen gelden. Veel van deze diensten worden via subsidiëring gefinancierd. Voor 2024 gold voor subsidies niet de verplichting van financiering van de reële prijs. Maar vanwege de Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 geldt die verplichting nu ook voor subsidies, als de subsidie bedoeld is voor diensten voor cliënten en als het doel van de subsidie is om de diensten volledig te bekostigen (artikel 5.4 3e lid Uitvoeringsbesluit Wmo respectievelijk artikel 2.3 4e lid Uitvoeringbesluit Jeugdwet). 

Andere vormen van subsidies. zoals exploitatiesubsidies, instandhoudingssubsidies of waarderingssubsidies, vallen niet onder de genoemde artikelen in de Uitvoeringsbesluiten Wmo en Jeugdwet. Gemeenten zijn verder vrij om de inhoud, omvang en financiering van autonome taken te bepalen. 

Cao-afspraken waarvan de kosten uitstijgen boven het OVA-indexeringspercentage
De VNG ontving de afgelopen jaren signalen van gemeenten. Zij gaven aan dat gecontracteerde aanbieders bepaalde indexatie-afspraken die in het contract staan tussentijds wilden herzien. De reden hiervoor is dat er cao-afspraken waren gemaakt waarvan de (loon)kosten) hoger waren dan het in het contract afgesproken OVA-indexeringspercentage. De vraag was hoe gemeenten hiermee moeten omgaan.

Op grond van artikel 2.3 Uitvoeringsbesluit Jeugdwet en artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo moeten gemeenten bij het afsluiten of verlengen van een contract naast reële tarieven ook een reëel te verwachten indexeringspercentage opnemen. Het kan voorkomen dat beide partijen het contract tekenen waarna de aanbieder tussentijds te maken krijgt met hogere loonkosten dan is vastgelegd in de indexeringsafspraak uit het contract. In dat geval hoeft de gemeente die hogere kosten niet tussentijds te vergoeden, tenzij de gemeente daarover in het contract afspraken heeft gemaakt.


[1] Volgens dezelfde systematiek als in het Gemeentefonds.

Hoe zorg je ervoor dat contractafspraken in de praktijk ook echt werken?

Die vraag stond centraal tijdens een bezoek van Marlies van Boxel, Erna Theunissen en Said Igalla van het Ketenbureau aan de gemeente Den Haag, als onderdeel van Ketenbureau On Tour. Tijdens deze bijeenkomst gingen ze met beleidsmedewerkers, contractmanagers en inkopers in gesprek over het gebruik van de contractstandaarden, de toepassing van contractmanagement, het berichtenverkeer en het toezicht.

Het was een waardevolle bijeenkomst waarin veel vragen zijn beantwoord en veel onderwerpen werden besproken. Waar lopen gemeenten tegenaan? Welke oplossingen werken? En hoe zorgen we ervoor dat afspraken niet alleen op papier goed zijn, maar ook daadwerkelijk leiden tot minder administratieve lasten en betere samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders? De gesprekken leverden mooie inzichten op en benadrukten het belang van een goede samenwerking binnen de keten.

Dank aan de gemeente Den Haag voor de gastvrije ontvangst en de open en constructieve gesprekken. Samen blijven we bouwen aan een eenvoudiger en beter werkend sociaal domein.

Anna Bavinck, lid van de Adviesraad Sociaal Domein in Rijswijk, over de contractstandaarden en wat de overgang van taakgericht naar inspanningsgericht werken gaat betekenen voor de inrichting van het berichtenverkeer:

“Toen het Ketenbureau aankondigde dat gemeenten voor Wmo-aanbestedingen verplicht gebruik zouden gaan maken van een landelijke standaard bij de aanbestedingen, was mijn eerste reactie eerlijk gezegd niet direct enthousiast. Zoals veel inkopers dacht ik: ‘We hebben toch al onze eigen formats en werkwijzen, waarom zouden we die vervangen?’

Inmiddels werk ik met de documenten en is mijn beeld echt veranderd. Tijdens het invullen en toepassen van de documenten heb ik gemerkt dat de standaarden zorgvuldig zijn opgebouwd en goed aansluiten op de praktijk van het sociaal domein. Ze bieden een solide basis, zorgen voor meer uniformiteit en helpen om belangrijke juridische en inhoudelijke aspecten op een consistente manier vast te leggen.

Wat mij daarnaast positief heeft verrast, is de ondersteuning vanuit het Ketenbureau. Vragen worden snel en laagdrempelig opgepakt en er wordt actief meegedacht over de toepassing van de documenten in de praktijk. Die combinatie van bruikbare standaarden en toegankelijke ondersteuning maakt dat het werken ermee een stuk prettiger is dan ik vooraf had verwacht.”

Contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015 gereed voor bestuurlijke besluitvorming

De ontwikkeling van de contractstandaard voor hulpmiddelen binnen de Wmo 2015 heeft een belangrijke mijlpaal bereikt. Na een intensief traject met gemeenten, brancheorganisaties, leveranciers, VNG, VWS en andere betrokken partijen zijn de standaardovereenkomst en de bijbehorende inkoopdocumenten gereed voor bestuurlijke besluitvorming.

Uniformiteit, transparantie en herkenbaarheid door standaardisatie
De standaard zorgt voor meer uniformiteit, transparantie en herkenbaarheid in de inkoop van hulpmiddelen binnen de Wmo. Daarbij is bewust ruimte gelaten voor lokale beleidsvrijheid en maatwerk waar dat nodig is.

Bestuurlijke besluitvorming contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015
De Commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs heeft zich inmiddels positief uitgesproken over de nieuwe contractstandaard. Inmiddels heeft ook het bestuur van de VNG op 1 juli ingestemd met de contractstandaard voor hulpmiddelen. De contractstandaard wordt nu doorgeleid naar de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG op 30 september 2026.

De standaard vormt een solide basis voor verdere standaardisering van de inkoop van hulpmiddelen en kan op basis van praktijkervaringen periodiek worden geactualiseerd en doorontwikkeld.

Wij danken alle deelnemers aan de begeleidingsgroep en andere betrokkenen voor hun waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van deze standaard.

Download de documenten via onderstaande links:
Overeenkomst Wmo 2015, Hulpmiddelen
Toelichting Wmo 2015, Hulpmiddelen
Inkoopdocument Wmo 2015, Hulpmiddelen

Samen sterker: contractmanagement als motor voor betere jeugdhulp

Contractmanagement in de jeugdhulp gaat allang niet meer alleen over het controleren van afspraken; het vormt de motor voor verbetering van de ondersteuning aan kinderen vanuit samenwerking en partnerschap. Dat blijkt uit de ervaringen van Ed Bötticher, projectleider ICT aanbestedingen en voormalig coördinator contractmanagement en inkoop.

Ed Bötticher is werkzaam bij het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SbJH) dat de jeugdhulp coördineert voor negen aangesloten gemeenten in de regio Haaglanden: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp. Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Ook was hij lid van de werkgroep die de Handreiking Contractmanagement heeft opgesteld.

Volgens Bötticher is de rol van contractmanagement de afgelopen jaren sterk veranderd. Draaide contractmanagement vroeger vooral om toezicht en naleving, tegenwoordig ligt de nadruk veel meer op samenwerking om op die manier de jeugdhulp te verbeteren. Contractmanagement maakt ontwikkelingen inzichtelijk en biedt de mogelijkheid om bij te sturen waar nodig.

Partnerschap is volgens Bötticher essentieel: “Goed contractmanagement gaat over goed partnership met aanbieders en gemeentes, en het stellen van gezamenlijke doelen.” 

Lees het hele interview met Ed Bötticher (pdf)

Geen aansluitingen op Berichtenverkeer iJw voor nieuwe GR specialistische jeugdzorg

Volgens de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbjz) moet (hoog)specialistische jeugdzorg door de jeugdzorgregio’s gecontracteerd en geadministreerd worden. Maar deze wettelijke bepaling leidt tot een knelpunt voor het berichtenverkeer en de iStandaarden. Daarom worden er op dit moment geen nieuwe Gemeenschappelijke Regelingen (GR), jeugdzorgregio’s en samenwerkingsverbanden aangesloten op het berichtenverkeer en Monitoring en Stuurinformatie-producten als er daarnaast een andere GR of samenwerking bestaat voor iJw. 

Achtergrond voor de maatregel
Per 1 januari 2026 geldt de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbjz). Die verplicht gemeenten om voor de (hoog)specialistische jeugdzorg samen te werken in 41 jeugdzorgregio’s. Het gaat hier om jeugdzorg die valt onder de AMvB-zorgvormen, waarbij onder andere de volgende taken bij de 41 jeugdzorgregio’s terechtkomen: 

  • het regionaal contracteren van Kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij AMvB aangewezen vormen van jeugdhulp;
  • het uitvoeren van de bijbehorende administratieve processen. 

Voor de samenwerking worden momenteel nieuwe Gemeenschappelijke Regelingen opgericht voor de (hoog)specialistische jeugdzorg. De bestaande jeugdzorgregio’s en overige regionale samenwerkingsverbanden zijn nog niet overal opgegaan in de nieuwe Gemeenschappelijke Regelingen of ze blijven bestaan voor andere vormen van jeugdzorg. 

Omdat meerdere Gemeenschappelijke Regelingen, Jeugdzorgregio’s en samenwerkingsverbanden voor dezelfde gemeenten gebruik willen maken van de dienst iJw-berichtenverkeer, leidt deze situatie tot problemen. Ook de bijbehorende iJw Monitoring en Stuurinformatie, via het product Ketendata dat beschikbaar wordt gesteld door BIDN, wordt dan door meerdere partijen afgenomen. 

De iStandaarden, het berichtenverkeer en het product Ketendata gaan uit van één verantwoordelijke afnemer per berichtenstroom, in dit geval de iJw. Met het oprichten van de nieuwe Gemeenschappelijke Regelingen ontstaat er onduidelijkheid welke partij de informatie mag ontvangen en welke informatie voor welke partij is. Daardoor wordt er mogelijk te veel data geleverd of op de verkeerde plek.

Wat de maatregel voor u betekent
Het Ketenbureau zoekt met BIDN en het ministerie van VWS een oplossing. Maar totdat er helderheid is rondom deze knelpunten worden er geen nieuwe Gemeenschappelijke Regelingen, jeugdzorgregio’s en samenwerkingsverbanden aangesloten op het berichtenverkeer en Monitoring en Stuurinformatie-producten als er daarnaast een andere GR of samenwerking bestaat voor iJw. 

Meer informatie
Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan contact met ons op via Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl of met BIDN via servicedesk@BIDN.nl.

Afbeelding enquête

Samen beter aansluiten op jouw informatiebehoefte in de praktijk 

Vertel ons wat jij nodig hebt in je dagelijkse werk binnen de Jeugdwet en Wmo 

Doe mee met onze enquête 

Als je bij een gemeente of zorgaanbieder binnen de Jeugdwet of Wmo werkt, dan horen we graag waar jij in de praktijk tegenaan loopt, welke informatie je nodig hebt en hoe jij het liefst geïnformeerd wordt. Jouw inzichten zijn heel waardevol: met jouw input kunnen we onze informatievoorziening, ondersteuning en samenwerking beter afstemmen op jouw werkpraktijk. Meedoen kan tot maandag 15 juni. 

👉Vul de enquête in  

Waarom meedoen 
Door de enquête in te vullen, help je niet alleen ons, maar zorg je er vooral voor dat informatie, ondersteuning en betrokkenheid beter aansluiten op jouw dagelijkse werk.  

  • Ontvang informatie die past bij jouw werk  
    Deel welke informatie jij nodig hebt en hoe jij die wilt ontvangen 
  • Meer aandacht voor jouw praktijkvragen  
    Help zichtbaar maken wat er in jouw dagelijkse werk speelt, zodat we jou kunnen helpen 
  • Meer invloed op hoe we jou informeren en betrekken  

 
Denk mee over een aanpak die beter aansluit op jouw behoeften 
Onze enquête sluit aan op signalen uit het werkveld die we hebben opgehaald tijdens onze events, zoals de Regiodagen, de Week van de Standaarden, inspiratiebijeenkomsten en gesprekken die onze implementatieadviseurs hebben gevoerd met professionals in het veld. Met deze enquête krijgen we nog beter inzicht in wat professionals nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen en hoe we daar als Ketenbureau nog beter op kunnen aansluiten.   

Voor wie 
We nodigen professionals uit gemeenten en zorgaanbieders uit om mee te doen. Van medewerkers backoffice, zorgadministratie en berichtenverkeer tot applicatie- en functioneel beheerders, accountmanagers, inkopers en contractmanagers. En van beleidsadviseurs en managers tot financiële professionals, business analisten en informatiemanagers.  

Doe mee  
Het invullen van deenquête kost je ongeveer 10–15 minuten. We stellen het zeer op prijs als je jouw ervaringen en informatiebehoeften met ons deelt. Zo help je mee om informatie, ondersteuning en betrokkenheid beter af te stemmen op jouw dagelijkse praktijk.  

👉  Deel je inzichten met ons. Vul de enquête in

📚 Onder deelnemers verloten we 30 boeken uit de Ketenbureau-collectie. Wil je kans maken? Laat dan na afloop vrijwillig je adresgegevens achter. Het achterlaten van je adres staat los van de enquête. De enquête zelf blijft volledig anoniem.  

Vrouw spreekt een groep mensen toe in een vergaderzaal

Terugblik Hackathon Hoofd- Onderaannemerschap: Proof of Concept

Op woensdag 20 mei werkten we tijdens een mooie, interactieve en productieve dag samen met professionals aan het veld aan een paar belangrijke verbeteringen en aanscherpingen die van grote waarde zijn voor het sociaal domein. De sessies maken onderdeel uit van de Hackathon i-Sociaal Domein, waarin we met een multidisciplinair team werken aan ons doel: het verminderen van administratieve complexiteit en het verlagen van kosten zodat er meer tijd overblijft voor kwalitatieve zorg. Vanuit het project Landelijk Aanmelding en Registratie Route (LARR) werkten we aan de digitalisering van het landelijk aanmeldformulier Jeugdhulp. Ook gingen we met zorgaanbieders aan de slag voor verbeterde ondersteuning van hoofd- en onderaannemerschap binnen het sociaal domein. De sessies leverden belangrijke inzichten en handvatten voor aanscherping op. 

Terugblik Hackathon LARR: eerste stappen naar digitale uitwisseling
Vanuit het project Landelijk Aanmelding en Registratie Route (LARR) werkten samen met verwijzers, jeugdhulpaanbieders en softwareleveranciers aan de digitalisering van het landelijk aanmeldformulier Jeugdhulp. Het landelijk aanmeldformulier dat in 2025 is geïntroduceerd, heeft de aanmeldwijze gestandaardiseerd, maar wordt momenteel nog op papier gebruikt. Vanuit het veld is de behoefte groot om het proces verder te vereenvoudigen en administratieve lasten nog verder te verlagen door digitalisering van het formulier. Tijdens de hackathon is in twee deelsessies verkend wat hiervoor nodig is.

Belangrijkste inzichten van de Hackathon LARR

  • Meerwaarde digitalisering: minder administratieve lasten, veiligere uitwisseling en beter wachtlijstbeheer
  • Aandachtspunten: benodigde commitment van alle partijen, toegankelijkheid voor kleinere aanbieders en zorgvuldig omgaan met bredere (1:N) uitvragen
  • Procesvraagstukken: onder andere rond samenwerking, spelregels, aanpalende processen en standaardisatie van reacties
  • Technische randvoorwaarden: verdere uitwerking van specificaties, centrale inrichting van authenticatie en autorisatie, gebruik van standaarden en aansluiting van samenwerkingsverbanden

Vervolgstappen na de Hackathon LARR: Proof of Concept
De uitkomsten bevestigen dat een praktijktoets (Proof of Concept) de volgende stap is. Hierin wordt onder realistische omstandigheden getoetst hoe digitale samenwerking kan functioneren én wat deze oplevert. Voorafgaand hieraan is een voorbereidingsfase nodig, waarin de belangrijkste bedrijfsmatige, juridische en technische vraagstukken integraal worden uitgewerkt. In juni en juli werken we samen met betrokken partijen dit vooronderzoek verder uit. Dit vormt de eerste stap naar structurele digitale uitwisseling van het landelijk aanmeldformulier.

Terugblik Hackathon Hoofd- Onderaannemerschap: Proof of Concept
Samen met zorgaanbieders zoals BrabantZorg, Jadoz Zorg en Partners in Jeugd, VECOZO gingen we aan de slag en werkten we aan het verder concretiseren van de requirements voor betere ondersteuning van hoofd- en onderaannemerschap binnen het sociaal domein. Met behulp van interactieve mock-ups hebben belangrijke inzichten opgehaald en aangescherpt. Belangrijke ‘take aways’ zijn onder andere:

  • het eenduidig vastleggen van contracten inclusief bijbehorende tarieven
  • het beschikbaar stellen en beheren van nieuwe tarieven
  • het registreren van producten, inclusief productperiode en locatie

Op de hoogte blijven van nieuwe stappen na de hackathons? Houd onze site in de gaten!

drie personen zitten aan tafel en zijn in gesprek. op de achtergrond staan iconen en lijnen die een model uitbeelden

Van losse definities naar een gedeelde taal: “Gewoon beginnen. Dan volgt de rest vanzelf.”


Hoe een informatiemodel stap voor stap het sociaal domein verandert

Wat begon met een vraag over het verbinden van informatiemodellen, blijkt al snel een fundamentele ingreep in hoe het sociaal domein samenwerkt. Wordt op dit moment informatie over cliënten stap voor stap doorgegeven via berichten, overdrachten of Excel-lijsten, in het nieuwe netwerkmodel werkt dit anders. Gegevens blijven op één plek: bij de bron. Met de juiste rechten kunnen organisaties deze gegevens veilig bekijken wanneer dat nodig is. De informatie hoeft dus niet steeds opnieuw te worden verstuurd. Dit voorkomt fouten en vergemakkelijkt de samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. 

Met de oplevering van een eerste conceptversie van het Gemeenschappelijk informatiemodel zorg en ondersteuning (GIZO) is een belangrijke stap gezet richting een gezamenlijke taal voor gegevensuitwisseling, met impact op de keten als geheel. We spraken Arjen Brienen, grondlegger Gemeentelijk Gegevensmodel (GGM), Elly Kampert, adviseur standaardisatie Zorginstituut Nederland en modelleur, en Joyce Leijen, informatieanalist, ook werkzaam bij het Zorginstituut. 

Lees het hele interview (PDF)

Implementatie LARR bij gemeenten uitgelicht: Uitvoeringstoets Landelijke aanmeld- en registratieroute (LARR)

Hoe hebben gemeenten hun aanmeldproces richting (specialistische) jeugdhulp ingericht? Daarover gingen we in gesprek met ruim tien gemeenten. Deze gesprekken leverden waardevolle inzichten op. De gesprekken leverden ook nieuwe vragen op. Om deze verder te verkennen, starten we op dinsdag 30 juni en dinsdag 7 juli een werkgroep. Tijdens deze bijeenkomsten gaan gemeenten, aanbieders en andere betrokkenen samen in gesprek over de toekomst van het LARR en een efficiënte aanmeldroute in de jeugdzorg.

Landelijk Aanmeldformulier vergemakkelijkt het aanmeldproces jeugdzorg
Iedere gemeente staat voor de uitdaging om het proces zo soepel mogelijk te laten verlopen, met oog voor een brede analyse en een integrale aanpak: doen wat nodig is, samen met gezin en kind. Hoewel gemeenten dit op verschillende manieren organiseren, is er één moment dat overal terugkomt: zodra (specialistische) jeugdzorg nodig is, moet een passende zorgaanbieder worden gevonden. Juist op dat punt biedt het LARR de juiste ondersteuning. Het LARR is een belangrijke vooruitgang: één uniform formulier waarin de hulpvraag centraal staat en alleen de informatie gedeeld wordt die nodig is voor een zorgaanbieder om te bepalen of zij de passende jeugdzorg kunnen bieden.

Nieuwe vragen, vervolgstappen en twee bijeenkomsten
De gesprekken met gemeenten bieden waardevolle inzichten en brengen ook nieuwe vragen naar voren. Is het LARR bijvoorbeeld altijd nodig, ook wanneer al duidelijk is welke aanbieder de zorg gaat leveren? Of zou een ‘LARR light’ een goede aanvulling kunnen zijn? En welke rol kan AI spelen bij gegevensuitwisseling en het verminderen van administratieve lasten? 

Om deze vragen verder te verkennen, starten we op dinsdag 30 juni en dinsdag 7 juli een werkgroep. Tijdens deze bijeenkomsten gaan gemeenten, aanbieders en andere betrokkenen samen in gesprek over de toekomst van het LARR en een efficiënte aanmeldroute in de jeugdzorg.

Meedenken en meedoen met het LARR
Interesse om mee te denken? Meld je dan aan voor één van de twee werkgroepen door een mail te sturen naar eefje.klijberg@i-sociaaldomein.nl

  • Werkgroep digitale uitwisseling met AI. Deze vindt plaats op dindsag 30 juni van 12 tot 16 uur in Utrecht. 
  • Werkgroep optimalisatie formulier. Deze vindt plaats op dinsdag 7 juli van 09.00 tot 13.00 uur in Utrecht.