ALV-vergadering VNG

ALV VNG stelt nieuwe Contractstandaard hulpmiddelen Wmo 2015 vast

De Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG heeft op woensdag 30 september ingestemd met de Contractstandaard Wmo hulpmiddelen. Met 90% van de uitgebrachte stemmen vóór, markeert de vaststelling van de contractstandaarden een belangrijke mijlpaal op weg naar meer eenduidigheid in de gemeentelijke contractering van Wmo-hulpmiddelen.

Landelijke afspraken over inkoop en contractering Wmo-hulpmiddelen

De Contractstandaard Wmo hulpmiddelen bevat landelijke afspraken over de randvoorwaarden voor de inkoop en contractering van Wmo-hulpmiddelen. Denk hierbij aan afspraken over onder meer levering, reparatie, dienstverlening, overgang en beëindiging van contracten. Gemeenten houden daarbij ruimte voor hun eigen lokale keuzes over de inhoudelijke kern van de voorziening, zoals prijs, kwaliteit en de gewenste prestatie.

Samenwerking met gemeenten, aanbieders, brancheorganisaties en VWS

De standaard is het resultaat van een intensief gezamenlijk ontwikkelproces. Gemeenten, aanbieders, brancheorganisatie, VWS en andere betrokken partijen hebben vanuit verschillende perspectieven bijgedragen aan de totstandkoming ervan. Ook de consultatieronde eerder dit jaar heeft waardevolle reacties opgeleverd die zijn betrokken bij de verdere uitwerking van de standaard.

Wat de vaststelling het sociaal domein oplevert

Met de vaststelling door de ALV wordt de Contractstandaard Wmo hulpmiddelen onderdeel van de landelijke lijn voor eenduidige contractering binnen het sociaal domein. Na de eerder vastgestelde contractstandaarden voor Wmo-diensten is hiermee opnieuw een belangrijke stap gezet in het terugdringen van onnodige verschillen tussen gemeentelijke contracten. Dit biedt meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor zowel gemeenten als aanbieders en kan bijdragen aan het verminderen van administratieve lasten.

Geldig voor nieuwe contracten voor Wmo-hulpmiddelen

De contractstandaard geldt voor nieuwe contracten voor Wmo-hulpmiddelen. Bestaande contracten hoeven niet tussentijds te worden aangepast en kunnen worden uitgediend.

Ondersteuning door Ketenbureau i-Sociaal Domein

Als Ketenbureau i-Sociaal Domein gaan we gemeenten ondersteunen bij de implementatie van de contractstandaard. De komende periode volgt meer informatie over de definitieve contractdocumenten, de implementatie en de beschikbare ondersteuning.

Download de overeenkomst en de toelichting

Download hier de Overeenkomst Wmo 2015 hulpmiddelen

Download hier de toelichting op de Overeenkomst Wmo 2015 hulpmiddelen

Ken je het LARR al of nog niet: vul de vragenlijst in

Het is zover: de LARR-evaluatie is gestart. We zijn benieuwd naar jouw ervaringen met het LARR (Landelijke Aanmeld- en Registratie Route Jeugdhulp). Ook als je nog geen ervaring hebt met het LARR, vragen we je de vragenlijst in te vullen.

Doel LARR-evaluatie

Het doel van deze evaluatie is om te kijken hoe bekend LARR is en hoe het landelijk aanmeldformulier jeugdhulp in de praktijk wordt gebruikt. Ook willen we graag weten wat de meerwaarde is en welke punten we nog kunnen verbeteren. De resultaten gebruiken we voor de verdere doorontwikkeling.

Waarom de vragenlijst invullen

Ervaringen uit de praktijk zijn belangrijk om de juiste verbeteringen te kunnen doorvoeren. Door de vragenlijst in te vullen, laat je horen wat er goed gaat en wat er beter moet. Dankzij deze feedback kunnen we werken aan aanpassingen die nuttig zijn voor het dagelijkse werk van gemeenten, zorgaanbieders en GI’s.

Hoe je kunt meedoen met de LARR-evaluatie

Vul de online vragenlijst in

papierstapel

📣 Oproep: Doe mee aan de enquête over de effecten van de contractstandaarden

De contractstandaarden worden inmiddels al enkele jaren gebruikt binnen de Jeugdwet en Wmo. Gemeenten en zorgaanbieders zetten ze in om meer uniformiteit, duidelijkheid en eenvoud te creëren in de uitvoering. Nu willen we samen met jullie onderzoeken wat deze inzet daadwerkelijk oplevert in de praktijk. Daarom nodigen we je uit om deel te nemen aan onze enquête. Vul de enquête in.

Doel van de enquête effecten contractstandaarden

Met jouw ervaringen krijgen we beter inzicht in:

  • Wat de inzet van contractstandaarden oplevert Denk aan samenwerking, duidelijkheid, administratieve lasten en doorlooptijden.
  • Wat het gebruik in de praktijk lastig maakt Bijvoorbeeld interpretatieverschillen, regionale afstemming of maatwerk.
  • Waarvoor je de standaarden inzet Welke zorgvormen?
  • Wat we ermee bereiken — en wat nog niet Welke doelen worden behaald, en waar is nog ontwikkelruimte?

Waarom jouw deelname aan de enquête belangrijk is

Jouw input is essentieel om de contractstandaarden door te ontwikkelen en beter aan te laten sluiten op de dagelijkse praktijk van gemeenten en aanbieders. Hoe meer ervaringen we ophalen, hoe scherper het beeld wordt van de effecten én de ontwikkelkansen.

Meedoen kost je maar 5 minuten

👉 Doe je mee? Vul de enquête in.

visualisatie van stroom digitale data

De IVB komt eraan: juist gebruik van start- en stopberichten nóg belangrijker

Nu de inkomens- en vermogensafhankelijke Eigen Bijdrage Wmo (IVB) eraan komt in 2028, is het heel belangrijk om gegevens op de goede manier uit te wisselen. Maar uit recente monitoring blijkt dat de wettelijk verplichte start- en stopberichten nog niet door alle zorgaanbieders op de goede manier worden verstuurd. Soms worden de berichten zelfs helemaal niet verstuurd. Het Ketenbureau roept daarom alle zorgaanbieders op om dit proces direct te controleren en het versturen van de start- en stopberichten onderdeel te maken van de standaardwerkwijze.

Waarom zijn deze berichten cruciaal bij de invoering van de IVB?

  • Geen stapelfacturen voor cliënten: Gemeenten gebruiken deze data voor de melding ‘Eigen Bijdrage’ aan het CAK. Ontbreken de start- of stopberichten? Dan krijgt de cliënt pas veel later een factuur. Dat houdt in dat de cliënt meerdere facturen tegelijk moet betalen. 

De belangrijkste regels van de start- en stopberichten:

  • Altijd verplicht: Het gebruik van de iStandaarden is wettelijk voorgeschreven. Elke toewijzing heeft altijd minimaal één start- en één stopbericht. Ook toewijzingen die de einddatum hebben bereikt, moet worden voorzien van een stopbericht.
  • Strikte deadline: Zowel het start- als stopbericht moet binnen 5 werkdagen na de daadwerkelijke start of beëindiging van de zorg worden verstuurd. Alleen als de toewijzing te laat is verstuurd, geldt de 5-werkdage-regel, vanaf ontvangst van de toewijzing.[MW1] 
  • Bij verlenging of wijziging: Loopt de zorg door via een nieuwe toewijzing of wijzigt uw AGB-code? Dan moet de oude toewijzing altijd formeel worden gestopt met een stopbericht. En de nieuwe toewijzing moet worden gestart met een startbericht.

Controleer uw toestemmingsverklaring VSP-WMO in VECOZO of uw certificaten

Tip voor de techniek: Krijgt u geen toewijzingen binnen in uw applicatie? Controleer dan uw toestemmingsverklaring VSP-WMO in VECOZO of uw certificaten. Deze moeten elke 2 jaar worden vernieuwd of worden verlengd om blokkades in het berichtenverkeer te voorkomen.

Zorg ervoor dat deze werkwijze routine wordt. Dan bent u voorbereid op de invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage en hebben uw cliënten er geen nadeel van. Bekijk ook ons forum: iSD keten en berichtenverkeer.

Neem contact met ons op

Heeft u vragen? Neem contact met op met een van onze implementatieadviseurs.

Contracten tekenen

Let op: NZa-rekenmethode in nieuwste versie contractstandaarden Jeugd (versie 1.5)

Vanaf 2027 wordt in de nieuwe versie van de contractstandaarden de NZa-rekenmethode gebruikt voor indexering van de tarieven voor het jaar 2028. Dit is naar aanleiding van een wijzigingsverzoek van VNG en VWS in de nieuwe versie van de contractstandaarden Jeugd (versie 1.5) opgenomen. Dat betekent dat gemeenten die nu de contractstandaarden gebruiken de tarieven voor 2027 nog berekenen volgens de “oude” methode en vanaf 2028 volgens de nieuwe methode.

Wat verandert met gebruik NZa-rekenmethode:

  • Op het moment dat de definitieve indexcijfers bekend zijn, vindt er nog geen correctie van de gehanteerde tarieven plaats. Die correctie vindt in het daaropvolgende jaar plaats. Dan wordt de (voorlopige) indexatie voor dat jaar toegepast op het berekende definitieve tarief van het huidige jaar. In de methodiek die tot nu toe is toegepast werd het verschil tussen de voorlopige en definitieve indexatie van het huidige jaar als opslag meegenomen op het voorlopige indexcijfer van het volgende jaar. Een andere formule met nagenoeg dezelfde uitkomst. Beide methoden gaan uit van een correctie in het daaropvolgende jaar.

Wat hetzelfde blijft: 

  • De indexatie is een combinatie van het OVA-indexcijfer en het PPC-indexcijfer.
  • Op twee momenten worden indexcijfers gepubliceerd:
    • in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor je de tarieven wilt berekenen: voorlopige indexcijfers;

Nieuwe versies Contractstandaarden Jeugd (versie 1.5)

De nieuwe versies van de contractstandaarden worden binnenkort gepubliceerd. Vanaf de publicatiedatum hebben gemeenten 6 maanden de tijd om hun aanbieders op de hoogte te stellen van de veranderingen. Gebruik daarvoor de voorbeeldtekst en de was-wordt tabel.

Vergaderende mensen

De Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo staat online

Sinds de implementatie van de Contractstandaarden Jeugd en Wmo diensten hebben we als Ketenbureau i-Sociaal Domein veel vragen gekregen vanuit gemeenten en zorgaanbieders. Het gaat dan vooral om vragen over de wijze van invoering en de juiste interpretatie van de verschillende artikelen, en daar helpen we graag bij. Daarom hebben we de vragen gebundeld in de handige Q&A Contractstandaarden Jeugd en Wmo.

De belangrijkste vragen over contractstandaarden Jeugd en Wmo gebundeld

De vragen die we de afgelopen tijd ontvingen, hebben we gebundeld in een overzichtelijke document. De Q&A is te vinden op onze website. Naast de overeenkomst en inkoopdocument staat in de Q&A ook de toelichting op beide documenten. Er staan voorbeelden in, maar ook uitleg over een bepaald artikel.

Bekijk de Q& A in Toolkit op de pagina Contractstandaarden

Eén aanmelding, sneller passende zorg

Steeds opnieuw dezelfde informatie invullen, verschillende formulieren gebruiken en aanvullende gegevens opvragen. Voor veel gemeenten en zorgaanbieders is het de dagelijkse praktijk. Het Landelijk Aanmeldformulier Jeugdhulp brengt daar verandering in: de ervaringen na de implementatie in de regio Hart van Brabant laten zien dat het formulier niet alleen tijd bespaart, maar ook leidt tot betere samenwerking en de route naar passende zorg versnelt. We spraken Leon Spenkelink van Sterk Huis en Crossroads over zijn ervaringen met het landelijk aanmeldformulier. 

Werken met het Landelijk Aanmeldformulier

Bij Sterk Huis wordt sinds 1 juli met het Landelijk Aanmeldformulier gewerkt, bij samenwerkingsverband Crossroads in de regio Hart van Brabant werken ze er inmiddels ruim een jaar mee. Zorgbemiddelaar Spenkelink was betrokken bij de landelijke ontwikkeling én begeleidde de invoering binnen zijn organisatie. Zijn ervaring: het formulier werkt, mits organisaties het goed implementeren én goed gebruiken. “Dat helpt echt bij een snellere toeleiding naar zorg. En we houden meer tijd voor het helpen van mensen, in plaats van dat we met de administratie bezig zijn. Volgens mij kan daar niemand tegen zijn.”

Minder administratie, meer tijd voor zorg

Een aanmelding is bedoeld om snel te beoordelen welke ondersteuning een gezin nodig heeft. Maar in de praktijk kost het aanmeldproces vaak veel tijd: informatie ontbreekt, dossiers moeten worden opgevraagd en verwijzers en zorgaanbieders moeten vaak meerdere keren aanvullende gegevens uitwisselen.

Het Landelijk Aanmeldformulier brengt structuur in een vaak versnipperd aanmeldproces. De informatie die nodig is voor een eerste beoordeling wordt met het landelijk formulier in één keer vastgelegd. Daardoor hoeven zorgaanbieders niet direct uitgebreide dossiers of onderzoeksrapporten op te vragen. “In het formulier staat welke hulp is gegeven en wat heeft dat opgeleverd. Als je een conclusie of een eerder advies weet, dan is dat voldoende om een inschatting te kunnen maken van past dit bij ons of niet.” 

Naast tijdswinst, voorkomt het landelijk aanmeldformulier dat privacygevoelige informatie onnodig wordt gedeeld. “In principe wordt alleen het inhoudelijke (anonieme) deel gedeeld met de zorgaanbieder. Die screent de aanvraag en bekijkt of zij ze de juiste hulp kunnen bieden. Als dat zo is, dan stuurt de verwijzer pas het tweede deel op met de persoonlijke gegevens. Waar we vroeger het hele verslag opvroegen, waarin ook privacygevoelige informatie over gezinsleden kan staan, vragen we nu alleen om een beknopte diagnose als er een onderzoek is geweest.”

Eén taal in de hele keten

De voordelen worden nog groter wanneer gemeenten, verwijzers en zorgaanbieders allemaal met hetzelfde formulier werken. Nu werken veel organisaties vaak nog volgens eigen aanmeldprocedures. Dat betekent dat verwijzers meerdere formulieren moeten invullen of verschillende procedures moeten volgen. “Gemeenten met wie ik contact heb worden heel enthousiast. Als ze nu een aanmelding willen doen bij drie verschillende organisaties, dan moet dat nu vaak op drie verschillende manieren. Bij de een moet je het formulier op een website invullen. Bij de ander moet je eerst bellen bijvoorbeeld, of een afspraak maken om de aanmelding vooraf te bespreken. Dus ik ken gemeenten én jeugdbeschermers die hier overwegend positief over zijn, omdat het aan hun kant echt iets gaat oplossen.”

Met één landelijk formulier ontstaat meer uniformiteit in het hele proces. Bovendien kan een bestaande aanmelding eenvoudig worden aangepast wanneer een jeugdige doorstroomt naar een andere vorm van hulp. “Het zou mooi zijn als je het ook door de hele keten door kunt gebruiken. Dan hoef je niet steeds helemaal opnieuw te beginnen, maar pas je het gewoon aan.” Volgens Spenkelink draagt dat uiteindelijk ook bij aan betere samenwerking. “Als dadelijk iedereen hiermee werkt krijg je meer gezamenlijk taalgebruik. Dus je begrijpt elkaar ook sneller en beter.”

Niet zozeer het formulier zelf, maar de manier waarop het wordt gebruikt maakt het verschil

Een belangrijk inzicht uit de praktijk is dat het succes van het Landelijk Aanmeldformulier niet zozeer wordt bepaald door het formulier zelf. “Het kost minder tijd om hetzelfde werk te doen. Daar wordt iedereen enthousiast van.” Maar dan moet het formulier wel goed worden ingevuld. Gebeurt dat niet, dan moeten zorgaanbieders alsnog bellen of aanvullende informatie opvragen. Daarmee gaat een deel van de tijdswinst verloren. Goede uitleg aan verwijzers blijkt daarom minstens zo belangrijk als het formulier zelf. 

Het formulier vervangt volgens Spenkelink ook niet het goede gesprek dat je met elkaar voert, maar het maakt het gesprek vooral beter. “Dit is echt ondersteunend aan het voeren van het goede gesprek. (…) Ik zie het wel echt als een hulpmiddel. Het is niet een doel op zich, maar het moet juist het gesprek tussen aanmelden en ontvanger makkelijker maken.”

Het formulier is ondersteunend aan het voeren van het gesprek. Juist doordat de basisinformatie compleet en eenduidig wordt gedeeld, ontstaat meer ruimte voor waar het uiteindelijk om draait: samen bepalen welke ondersteuning een kind of gezin nodig heeft. Minder administratie dus, maar vooral meer tijd voor passende zorg.

Begin niet met een zorgproduct, maar met de hulpvraag

Een andere belangrijke verandering is de manier waarop naar een aanmelding wordt gekeken. In plaats van direct een specifiek zorgproduct aan te vragen, beschrijft de verwijzer eerst de situatie van het gezin en de hulpvraag. Pas daarna bepaalt de zorgaanbieder welke ondersteuning het beste aansluit. “Ik heb eigenlijk veel liever dat de verwijzer aanmeldt met: ‘dit is er aan de hand’. Dat wij dan kunnen meedenken over welke hulpaanbod hierbij het best aansluit.” Volgens Spenkelink sluit dat beter aan bij de expertise van beide partijen. “De verwijzer en het gezin, zij zijn op dat moment even expert over wat er aan de hand is. En wij zijn expert over wat wij in huis hebben en welke hulp het beste aansluit.”

Waarom de implementatie in Hart van Brabant soepel verliep

Bij Sterk Huis verliep de implementatie van het landelijk aanmeldformulier relatief eenvoudig. Dat kwam niet vanzelf, maar het management sprak vanaf het begin duidelijk uit dat de organisatie met het Landelijk Aanmeldformulier ging werken. Zo ontstond duidelijkheid over de gekozen richting. “Het helpt als een bestuurder of managementteam of wie dan ook besluit en uitstraalt: we gaan dit doen.” Daarnaast werd steeds uitgelegd waarom de verandering nodig was. “Wat ik heel vaak merk bij veranderingen, dat wordt aangekondigd ‘we gaan dit vanaf nu zo doen’. Zonder dat daar context aan wordt gegeven. Over wat de aanleiding is en wat kan het opleveren.” Volgens Spenkelink hielp juist die uitleg om medewerkers mee te krijgen bij de implementatie van het aanmeldformulier.

Ook de toolkit is van grote waarde bij het implementatieproces. Spenkelink legt uit: “Er is vanuit Jeugdzorg Nederland een toolkit samengesteld voor gemeenten en voor zorgaanbieders. Daarin staat stap voor stap wat je moet doen. Je hoeft bijna niet meer zelf na te denken. Volg de stappen, dat vergemakkelijkt het proces. Dat werkt super goed.”

Samen werken aan één manier van aanmelden

Een jaar werken met het landelijk aanmeldformulier laat zien dat het aanmeldformulier meer is dan een nieuw formulier: het helpt om sneller informatie te delen, vermindert onnodige administratieve lasten en zorgt ervoor dat professionals meer tijd overhouden voor waar het uiteindelijk om draait: passende ondersteuning voor kinderen en gezinnen. 

Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat het succes niet alleen afhangt van het formulier zelf, maar vooral van de manier waarop organisaties het invoeren en gebruiken. Met bestuurlijk draagvlak, goede uitleg, aandacht voor de kwaliteit van de aanmeldingen en ruimte om ervaringen te blijven delen, groeit het Landelijk Aanmeldformulier uit tot een gezamenlijke werkwijze die de samenwerking in de hele keten versterkt. Zo wordt één landelijk aanmeldformulier niet alleen een administratieve verbetering, maar vooral een gezamenlijke stap naar betere samenwerking en sneller passende zorg voor kinderen en gezinnen.

Vijf lessen uit de praktijk

1. Leg altijd uit waarom je verandert

Mensen accepteren een nieuwe werkwijze sneller wanneer duidelijk is wat het oplevert en welk probleem wordt opgelost.

2. Zorg voor bestuurlijk draagvlak

Een duidelijke keuze van bestuur of management voorkomt onduidelijkheid en versnelt de implementatie.

3. Besteed aandacht aan de kwaliteit van het invullen

Een goed formulier voorkomt extra telefoontjes en aanvullende informatieverzoeken.

4. Gebruik de implementatietoolkit

De implementatietoolkit neemt je stap voor stap mee in een succesvolle introductie van het formulier. 

5. Blijf samen verbeteren

Reflecteer met elkaar, bijvoorbeeld na een aanmelding. Blijf samen verbeteren, zodat het formulier een middel blijft om het doel te bereiken: zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen bieden. 

Meer informatie staat op de pagina Landelijk Aanmeldformulier Jeugd en op de website van Jeugdzorg Nederland.


Vernieuwde iStandaarden-website live

De iStandaarden-website is onlangs overgezet naar een nieuw systeem (CMS). Hierdoor is de vindbaarheid van enkele documenten veranderd. Hieronder staat een kort overzicht wat er veranderd is.

Wat er veranderd is op de iStandaarden-website

• Sommige documenten staan nu op een andere plek dan je gewend bent. En zijn dus ‘linkjes’ veranderd. Dit geldt voor alle domeinen.
• Op de overzichtspagina bij ‘Specificaties’ vind je alle producten van de verschillende releases, inclusief een link naar het informatiemodel (iets verder naar beneden).

Specificaties en informatiemodellen vinden

• Onder ‘Help’ vind je informatie over referentiegroepbijeenkomsten, de kadernota, het advies, ondersteunende documenten en informatiesessies. Kijk goed bij de juiste release.
• Heb je het informatiemodel nodig? Gebruik deze directe link: informatiemodel iStandaarden. Mocht je (andere) linkjes gebruiken die je bijvoorbeeld via een “bookmark” of onder “favorieten” hebt opgeslagen, dan vragen we je om deze te verwijderen en opnieuw de website te bezoeken.
• De nieuwsberichten op de overzichtspagina van een domein staan nog niet op chronologische volgorde. Op dit moment kunnen we de nieuwe berichten ook niet koppelen aan het domein. Houd daarom het nieuws op de homepage iStandaarden in de gaten. We zijn achter de schermen hard bezig om dit zo snel mogelijk op te lossen. Onze excuses voor het ongemak.

Kun je een document niet vinden?

Kun je een document, specificatie of andere informatie niet terugvinden? Neem dan contact op via info@istandaarden.nl. Het team helpt je graag verder.

drie personen zitten aan tafel en zijn in gesprek. op de achtergrond staan iconen en lijnen die een model uitbeelden

Verbeter je eigen proces met Ketendata

Afgelopen april heeft BIDN de nieuwste versie van Ketendata beschikbaar gemaakt voor alle gemeenten. Ketendata Berichtenstatus geeft gemeenten inzicht in trends en issues in de werkprocessen rondom het berichtenverkeer. Met Ketendata Berichtenstatus krijg je meer grip op het tijdig versturen van retourberichten, het gebruik van productcodes en bijvoorbeeld de tijd die zit tussen een toewijzing en de start van de zorg. Ketendata Berichtenstatus helpt bij het gesprek tussen gemeenten en zorgaanbieder. 

Afgelopen Regiodagen heeft het Ketenbureau in samenwerking met BIDN gesproken met gemeenten en zorgaanbieders over ontwikkelingen rondom Ketendata en hoe Ketendata of vergelijkbare producten ingezet kunnen worden om gemeenten en zorgaanbieders te ondersteunen in hun werk. We hebben gemerkt dat er veel interesse is en dat veel deelnemers ook goed konden aangeven waar ze behoefte aan hebben.

Gebruik van Ketendata nog makkelijker maken
We gaan de komende tijd al concreet aan de slag met extra verduidelijking op het portaal om het gebruik van Ketendata nog makkelijker te maken, bijvoorbeeld door omschrijvingen van de retourcodes en het aanbieden van standaardrapportages op basis van Ketendata. Daarnaast merken we dat er een duidelijke wens is rondom de eigen bijdrage en regieberichten en het ook beschikbaar stellen van Ketendata aan Zorgaanbieders. Deze wensen gaan we de komende tijd verder analyseren.

Ketendata gaat over Monitoring- en Sturingsinformatie. We zien ook een behoefte aan producten die op een andere manier kunnen ondersteunen bij het dagelijkse werkproces. Bijvoorbeeld door signalering van dubbele zorg en de overdracht van zorg naar een andere gemeente of naar de Wmo. Wij gaan dit in samenwerking met VWS en VNG verder verkennen.

Meer weten over Ketendata Berichtenstatus
Bekijk dan het volgende webinar: Webinar ketendata berichtregelstatus 7 mei 2026 of bekijk de documentatie op Downloads Bureau InformatieDiensten Nederland.

Als u vragen heeft
Neem dat contact met ons op via Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl of met BIDN via servicedesk@BIDN.nl.

Vier mensen zitten aan tafel en praten met elkaar met boven hun hoofd verschillende symbolen

Prijsindexatie Jeugdwet en Wmo 2027

Het ministerie van VWS berekent de prijsindexcijfers die gebruikt kunnen worden om de tarieven in de zorg te indexeren. Aangezien zorgaanbieders vaak zorg in meerdere zorgdomeinen leveren, is het voor hen van belang dat dezelfde indexpercentages worden gebruikt voor de verschillende zorgdomeinen. Hieronder vindt u meer informatie over de indexatie binnen de Jeugdwet en de Wmo voor het komende jaar. 

Prijsindexcijfer OVA/PPC 2027 (voorlopig) 

  • Voorlopige OVA/PPC prijsindexcijfer 2027: 3,74% 
    • OVA: 3,96% (gewicht 90%) 
    • PPC: 1,77% (gewicht 10%) 
        
  • Bijstelling OVA/PPC 2026 (verschil voorlopige en definitieve OVA/PPC 2026): - 0,15% 
  • Gecombineerde indexatie voor 2027: 3,59% 
    = voorlopige OVA/PPC 2027 + bijstelling OVA/PPC 2026 

Indexatie met OVA- en PPC-percentage Jeugd 
In lijn met de hierover opgenomen bepaling in de op 2 december 2022 door de ALV van de VNG algemeen verbindend verklaarde Contractstandaarden Jeugd adviseert de VNG de gemeenten daarom voor 2026 de onderstaande indexatie aan te houden. 


Indexatie contractstandaarden Wmo 
Op 29 november 2024 zijn de contractstandaarden Wmo (diensten) vastgesteld door de ALV van de VNG. De wetgever stelt geen nadere regels over de wijze van indexeren. Partijen hebben, in tegenstelling tot de contractstandaarden Jeugd, besloten om een open bepaling op te nemen in de contractstandaarden Wmo. Als gemeenten aansluiting hebben gezocht bij de wijze waarop deze is geformuleerd in de contractstandaarden Jeugd wordt geadviseerd om het hierboven genoemde indexatiepercentage te gebruiken.  

Overige verplichtingen vanuit de Wmo 

Beschermd Wonen 
De middelen voor Beschermd Wonen worden verstrekt via een integratie-uitkering (IU BW). Met ingang van 2026 wordt de volume-indexatie Beschermd Wonen bepaald op basis van het accres, dus de ontwikkeling van het BBP1. Jaarlijks volgt in het voorjaar een tussentijdse prijsindexatie van het betreffende jaar op basis van CEP. Gemeenten kunnen voor deze indexatie de OVA- en PPC-cijfers volgen. 

Maatschappelijke Opvang 
Voor de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang is geen aparte indexatieregeling vastgesteld. Gemeenten moeten loon- en prijsstijgingen bekostigen uit het accres van de algemene uitkering. Gemeenten kunnen voor de indexatie van MO-tarieven ook de OVA- en PPC-cijfers volgen. 

Sociaal werk 
Voor sociaal werk en andere autonome taken binnen het sociaal domein kan sinds 2024 ook de verplichting gelden voor reële prijzen. Veel van deze diensten worden via subsidiëring bekostigd. Voor 2024 gold voor subsidies niet de verplichting van bekostiging van de reële prijs. Maar ten gevolge van de Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 geldt die verplichting nu ook voor subsidies, voor zover de subsidie bedoeld is voor het verrichten van diensten voor cliënten en met de subsidie wordt beoogd de te subsidiëren diensten volledig te bekostigen” (artikel 5.4 3e lid Uitvoeringsbesluit Wmo respectievelijk artikel 2.3 4e lid Uitvoeringbesluit Jeugdwet).  

Andere vormen van subsidies zoals exploitatiesubsidies, instandhoudingssubsidies of waarderingssubsidies vallen niet onder de genoemde artikelen in de Uitvoeringsbesluiten Wmo en Jeugdwet. Gemeenten zijn verder vrij om de inhoud, omvang en financiering van autonome taken te bepalen.  

Cao-afspraken waarvan de kosten uitstijgen boven het OVA-indexeringspercentage 
De VNG ontving de afgelopen jaren signalen van gemeenten die aangeven dat gecontracteerde aanbieders de in het contract bepaalde indexatie afspraken tussentijds wilden herzien omdat er cao-afspraken waren gemaakt waarvan de (loon)kosten) hoger waren dan het in het contract afgesproken OVA-indexeringspercentage. De vraag was hoe gemeenten hiermee moeten omgaan. 

Op grond van artikel 2.3 Uitvoeringsbesluit Jeugdwet en artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo moeten gemeenten bij het afsluiten of verlengen van een contract naast reële tarieven ook een reëel te verwachten indexeringspercentage opnemen. Als beide partijen het contract tekenen, en de aanbieder krijgt tussentijds, te maken met hogere loonkosten dan is vastgelegd in de indexeringsafspraak uit het contract, dan hoeft de gemeente die hogere kosten niet tussentijds te vergoeden, tenzij de gemeente daarover in het contract afspraken heeft gemaakt.