Oproep VNG: geef contactpersoon implementatie IVB door

Vorige week heeft de VNG een ledenbrief verstuurd met daarin informatie over de invoering van de Inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage in de Wmo. In de brief vraagt de VNG gemeenten onder meer om voor 1 september 2025 een contactpersoon aan te wijzen die de implementatie gaat begeleiden.

Het landelijke programmateam Implementatie ivb wil deze contactpersonen de komende maanden graag rechtstreeks benaderen. Het is daarvoor belangrijk dat het programmateam van alle 342 gemeenten de betreffende contactpersonen ontvangt.

Contactpersoon doorgeven
De VNG vraagt gemeenten om uiterlijk 1 september een ambtelijk contactpersoon door te geven. De contactpersoon kan zelf een e-mail sturen naar IVBWMO@VNG.nl.

Nieuwe tools voor de implementatie van de contractstandaarden op de website

In de toolbox vind je nieuwe tools die je kunnen helpen bij de implementatie van de contractstandaarden (CS). De middelen zijn ontwikkeld op verzoek van de deelnemers van de Roadshows. Het is een implementatieplan en een uitvoeringsplan. We horen graag van jullie of dit helpt bij het proces wat jullie doorlopen.

Implementatieplan CS

Allereerst vind je onder het kopje Toolbox in de community een voorbereidingsplan voor de implementatie. Hierin hebben we de stappen benoemd en de tijd die je er (onder ideale omstandigheden) voor nodig hebt. Veel gemeenten gaven aan het moeilijk te vinden om te starten met de implementatie. Hoe pak je dat nou aan en waar begin je? Dit implementatieplan geeft je daar een richtlijn voor. Er zijn gemeenten die in veel minder tijd implementeren dus laat je niet afschrikken door de tijd die in het implementatieplan benoemd staat.

Gastcollege: Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2025

Het Ketenbureau i-Sociaal Domein is opdrachtgever van het monitoronderzoek gemeentelijke inkoop in het sociaal domein. Ook voor 2025 zet PPRC weer álle gemeentelijke zorginkoop op een rij. Zo biedt de monitor 2025 inzichten in de trends en ontwikkelingen ten aanzien van bekostigingsvormen, inkoopprocedures, gemeentelijke samenwerkingsverbanden, selectiviteit, contractinstrumenten en dialoog. En dit voor alle gebruikelijke zorgvormen op basis van de Wmo en jeugdwet. 

Op 28 mei om 13:00 uur organiseren we samen met PPRC een online Gastcollege over de monitor 2025. Onderzoekers Niels Uenk en Danny Pasman van PPRC en Marlies van Boxel van het Ketenbureau nemen je in een uur mee langs de meest opvallende trends en ontwikkelingen in de gemeentelijke zorginkoop.
Je krijgt antwoorden op vragen als: Neemt de taakgerichte uitvoeringsvariant bij inkoop van jeugdzorg nog steeds in populariteit toe? Hoe staat het met het gunnen zonder offertes in het sociaal domein? Kiezen er nog gemeentes voor open house?

Release iEb 4.0 vrijgave vanaf 13:00

Vanaf 13:00 is Release iEb 4.0 in productie. De infrastructuur is door het Inlichtingenbureau vrijgegeven en het CAK is klaar om de iEb berichten te ontvangen en te verwerken.
@applicatiebeheerders : controleer of de routeringen van de iEb-berichten op het portaal van het inlichtingenbureau correct staan.

@alle gemeenten die (per ongeluk) nog iEb-berichten hebben verstuurd na woensdag 2 april 17:00: Deze berichten moet worden herzonden in versie 4.0. Ze zijn niet verwerkt door het CAK.

Extra aandachtspunten voor Centric gebruikers.
Lees de Releasenotes goed. Naast de aanpassingen voor Release iEb 4.0, voert Centric nog enkele andere wijzigingen door:

  1. Verplicht gebruik van webservice.
  2. Ingebruikname van een nieuwe Messageprocessor ipv berichtenmodule voor de iEB-berichten.

De Ketenbureau hackathon ‘Vereenvoudigd en Versneld’

Op 9 en 10 april stond de hackathon ‘Vereenvoudigd en Versneld’ in het teken van de vraag “Kunnen we een versnelling aanbrengen in veelbelovende (data) initiatieven binnen het sociaal domein?”

Tijdensdeze hackathon benutten we de kracht van samenwerking en creativiteit om concrete stappen te zetten, knelpunten sneller te doorbreken en oplossingen te ontwikkelen die direct toepasbaar zijn in de praktijk. Niet alleen praten over versnelling, maar ook daadwerkelijk resultaten boeken.

Binnenkort vind je hier op de site de demo’s en de pitches. Registeren is niet meer mogelijk. Je kunt je wel inschrijven voor onze nieuwsbrief.

De eind-demo’s
Vijf teams werkten aan actuele vraagstukken binnen de thema’s vereenvoudiging van de uitvoering, verminderen van administratieve lasten en verbeteren van de informatievoorziening in het sociaal domein. Het ging om cases die vragen om concrete oplossingen en uitnodigen tot samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en ketenpartners.

Pitches over dataproducten
Welke dataproducten maken écht het verschil voor aanbieders en gemeenten in het sociaal domein? Tijdens de hackathon boden we een aantal innovatieve producten, aangedragen door gemeenten, een podium. Met een online pitch van 10 minuten presenteren BasisBeeld, Kurtosis, Leefsamen, Van Dam Datapartners, Aspectu en Fierit hun slimme oplossingen.

Voortgang ontwikkeling contractstandaarden voor hulpmiddelen

Op 13 maart kwam de begeleidingsgroep bijeen voor een eerste inhoudelijke bespreking van de conceptovereenkomst maatschappelijke ondersteuning voor hulpmiddelen.

De begeleidingsgroep voor hulpmiddelen bestaat uit beleidsmedewerkers, inkopers, contractmanagers uit gemeenten, leveranciers, de branchevereniging Firevaned, VWS en de VNG, in totaal 25 deelnemers. De begeleidingsgroep speelt een belangrijke rol bij het adviseren over de totstandkoming van de contractstandaarden.

Er werden verschillende thema’s besproken, zoals:

  • De reikwijdte van de contractstandaard,
  • welke leveringsvarianten relevant zijn om op te nemen,
  • de opbouw van de overeenkomst,
  • het werken met een standaard productcodelijst
  • en het hanteren van een vaste indexeringsclausule.

Over sommige onderwerpen werd overeenstemming bereikt, maar er blijven ook nog veel vragen open waarover de groep de komende tijd verder in gesprek gaat.

Ook jouw mening gevraagd

Het ontwikkelen van een contractstandaard voor hulpmiddelen is een andere uitdaging dan de ontwikkeling van standaarden voor Wmo-diensten. De vraag die bleef hangen was in hoeverre de standaardisatie van contracten voor hulpmiddelen daadwerkelijk bijdraagt aan administratieve lastenverlichting.

Wat zijn volgens jou de variaties in de huidige praktijk die belemmerend werken? En in hoeverre zou een standaardbepaling kunnen helpen om deze diversiteit te verminderen?

We horen graag jouw mening! Plaats jouw reactie onder dit blog zodat we er met elkaar over kunnen discussiëren en daarmee het proces kunnen verbeteren. Je mag jouw overwegingen ook sturen naar Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl.

Invulling inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 1 januari 2027

Het kabinet gaat de huidige vaste eigen bijdrage in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) per 1 januari 2027. Het wetsvoorstel wordt op korte termijn door staatssecretaris Maeijer (Langdurige en Maatschappelijke Zorg) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Door de huidige vaste eigen bijdrage van € 21 per maand wordt er veel meer gebruik gemaakt van hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 dan bij de invoering van dit abonnementstarief in 2019 werd verwacht. Ook door mensen die deze hulp particulier kunnen betalen en regelen. Dit heeft geleid tot wachtlijsten en hogere kosten voor gemeenten, die de voorzieningen van deze hulp betalen. Door de dubbele vergrijzing neemt deze druk de komende jaren nog meer toe. Met de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage verwacht het kabinet de druk op voorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 te verminderen. We zien dat hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning onder druk staat. Juist voor mensen die deze hulp het hardst nodig hebben, moeten we maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat voor hen – ook in de toekomst – genoeg ondersteuning beschikbaar blijft

Eigen bijdragen per 1 januari 2027
Hoe hoger het inkomen en vermogen, hoe hoger de eigen bijdrage. Dit betekent dat alleenstaanden met een inkomen tot circa € 24.500 per jaar, niet meer betalen dan de minimale bijdrage van € 23,60 per maand. Voor meerpersoonshuishoudens gaat het om een inkomen tot
circa € 34.000 per jaar.

De eigen bijdrage loopt vanaf deze inkomensgrenzen op tot maximaal € 328 per maand. Deze maximale maandelijkse bijdrage geldt voor alleenstaanden met een jaarinkomen vanaf circa € 61.000 en voor meerpersoonshuishoudens met een jaarinkomen vanaf circa € 70.500.

Gemeenten kunnen naar eigen inzicht besluiten dat één of meerdere groepen op basis van hun inkomen geen eigen bijdrage hoeven te betalen. Wanneer iemand financieel in de knel zit, kan de gemeente ook op individueel niveau iemand vrijstellen van de eigen maandelijkse bijdrage. 

Geen gestandaardiseerd berichtenverkeer hoofd- en onderaannemers

De afgelopen maanden heeft het Ketenbureau i-Sociaal Domein, samen met VECOZO en Zorginstituut Nederland, gezocht naar mogelijkheden om op korte termijn financieel-administratieve informatie tussen hoofd- en onderaannemers op een gestandaardiseerde manier uit te wisselen. De conclusie is dat dit, zonder een aanzienlijke investering, niet lukt. In dit bericht lichten we dat toe.  

Administratieve uitdagingen 

Aanbieders van zorg en ondersteuning krijgen door keuzen van gemeenten of regio’s steeds meer en steeds vaker te maken met Hoofd- en onderaannemerschap (H&O). De verwachting is dat H&O in het sociaal domein de komende jaren verder toeneemt. Hoofdaannemers krijgen daarmee de uitdaging om taken in te richten die eerder bij gemeenten of regio’s lagen, waardoor de administratieve lasten toenemen. Specifiek noemen aanbieders daarbij de uitdagingen bij het uitwisselen van financieel-administratieve informatie: de toewijzing, informatie over de start en stop en de declaratie van de zorg of ondersteuning. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein heeft daarom de afgelopen maanden gezocht naar administratief luwe mogelijkheden om financieel-administratieve informatie uit te wisselen tussen hoofd- en onderaannemer die aansluit bij het berichtenverkeer conform de iStandaarden.   

Standaard instrument niet wenselijk

Op basis van een inhoudelijke behoeftepeiling zijn de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met zorgaanbieders, softwareleveranciers en ketenpartners. Zij spraken hun waardering uit voor het feit dat de administratieve uitdagingen van H&O-constructies ook landelijk worden herkend en erkend. Ook vond men het prettig dat partijen zoeken naar een structurele oplossing voor een actueel probleem. Momenteel gebruiken zorgaanbieders, vaak in overleg met hun softwareleveranciers, alternatieve oplossingen om communicatie onderling vorm te geven. Hoewel deze oplossingen vaak divers en verre van optimaal zijn, is uit gesprekken gebleken dat het niet wenselijk is één van deze instrumenten tot standaard te verheffen. Dit dwingt aanbieders immers om op dezelfde manier te werken, wat onnodige ontwikkelkosten en nieuwe administratieve lasten met zich meebrengt, die mogelijk niet aansluit bij de wensen en werkwijze die aanbieders momenteel hanteren.   

Geen kopie informatiemodel iStandaarden 

In overleg met ketenpartners is gezocht naar een ‘quick fix’ op basis van de huidige iStandaarden, waarbij zowel de envelop als de inhoud van berichten aangepast kan worden om te routeren tussen aanbieders via een beveiligd netwerk. Softwareleveranciers gaven hierbij echter aan dat de software van aanbieders daarvoor doorgaans niet geschikt is. Zij kunnen een inkomende berichtenstroom (zoals een zorgtoewijzing) wel ontvangen en verwerken, maar niet aanmaken en verzenden. Datzelfde geldt voor de uitgaande berichtenstroom, zoals het verwerken van een declaratiebericht. Omdat dit bedrijfskritische processen van aanbieders raakt, zou hiervoor een volwaardig informatiemodel en bijbehorende infrastructuur voor opgezet moeten worden. Inclusief het beheer, doorontwikkeling en releasebeleid. De doorlooptijd en investering die een dergelijke ontwikkeling met zich meebrengt zijn op dit moment niet te rechtvaardigen voor zowel ketenpartijen als aanbieders.   

Vernieuwing wenkend perspectief

De manier waarop financieel-administratieve informatie voor de iWmo en de iJw wordt uitgewisseld, gaat op termijn veranderen. Daarbij wordt de huidige werkwijze, het versturen van berichten tussen partijen, vervangen door het ontsluiten van informatiebronnen, waarbij de bestaande problematiek bij Hoofd- en onderaannemerschap vanaf de implementatie kan worden opgelost. Dit wordt ook wel het ‘netwerkperspectief’ genoemd. Het netwerkperspectief maakt het mogelijk om de onderaannemer toegang te geven tot financieel-administratieve informatie die met het huidige berichtenverkeer alleen tussen financier en hoofdaannemer wordt uitgewisseld. Het verder uitdenken en uitwerken van het netwerkperspectief vraagt tijd en biedt daarmee geen oplossing voor de korte termijn.  

Wat dan wel? 

Het Ketenbureau i-Sociaal Domein herkent en erkent de administratieve uitdagingen van H&O-constructies. Daarom blijven we inzetten op een actieve uitwisseling van kennis er en ervaringen tussen aanbieders. Daarover houden we jullie op de hoogte via onze website. 

Transparantie en vertrouwen essentieel bij zorgcontractering

Chris Karsten en Koen Vanhemel zijn allebei business controller. Karsten bij de gemeente Dordrecht en Vanhemel bij jeugdzorgaanbieder Stichting Enver. Tijdens de Wisselstage, het uitwisselingsprogramma dat het Ketenbureau in samenwerking met The Curious Network organiseert, liepen ze een dag met elkaar mee. Het bleek voor hen allebei een leerzame ervaring. En ondanks de op het oog tegengestelde belangen waren ze het erover eens dat transparantie en vertrouwen essentiële ingrediënten zijn.

Over de vraag of hij praktische inzichten opdeed tijdens zijn stage bij Enver, hoeft Chris Karsten niet lang na te denken. “Wij betalen op dit moment voor de ‘no shows’, die kun je – in bepaalde segmenten – in rekening laten brengen bij de cliënt. Zo kun je ook het gedrag sturen dat leidt tot meer efficiency bij aanbieders. Ook leerde ik dat het inperken van keuzevrijheid in aanbieders kostenbesparend kan werken. Niet per se op tarief, maar wel op administratieve kosten, reistijd, controle en toezicht.”

Zzp-wetgeving en kosten

Veel organisaties bereidden zich op het moment van de Wisselstage voor op de nieuwe zzp-wetgeving. “De nieuwe zzp-wetgeving kan leiden tot lagere kosten als aanbieders de mensen vast gaan aannemen”, zegt Karsten. “Wel bestaat het risico dat ze er uitzendbureaus of onderaannemers tussen zetten die het juist weer duurder maken. We zullen daarom in onze contracten voorwaarden moeten opnemen over onderaannemers: waaraan moeten ze voldoen, hoe wordt toezicht gehouden enzovoort.”

Over kosten deed Karsten nog een ander inzicht op: “Naast regionaal inkopen, kunnen we ook regionaal gelijk beleid en verordeningen maken. Dat helpt in de administratieve lasten bij aanbieders. Voor hen is het onwerkbaar om voor elke gemeente op een andere manier te werken. We maken het dus zelf – als gemeenten – duurder voor iedereen. Wat het ook duurder kan maken is het, vanuit wantrouwen, opnemen van te veel regels in contracten. Bijvoorbeeld een verplichting om zorg ‘achter de voordeur’ te leveren, beperkt de mogelijkheid om die zorg in groepsverband te leveren, wat in sommige gevallen ook vanuit oogpunt van cliënt beter is.

Transparantie versus wantrouwen

Koen Vanhemel van Stichting Enver bevestigt dat verschillende regels van gemeenten de kosten voor zorgaanbieders verhogen: “Tijdens mijn stage merkte ik dat er wantrouwen bestaat richting commerciële zorgaanbieders, bijvoorbeeld dat zij de zorg zo lang mogelijk willen laten doorlopen. Dit wantrouwen leidt tot een overdaad aan regels en procedures, wat extra werk en kosten oplevert voor beide partijen. Geld dat niet rechtstreeks naar zorg gaat. Zouden we niet veel transparanter met elkaar kunnen omgaan? Bijvoorbeeld door gemeenten direct inzicht te geven in onze kosten, werkwijzen en cijfers. Enver is een stichting zonder winstoogmerk, wat betekent dat alle middelen ten goede komen aan de zorg. Omgekeerd zou inzicht in gemeentelijke cijfers ons beter in staat stellen de zorg te organiseren. Transparantie kan regels verminderen. Ik merkte dat de gemeente Dordrecht hier in beginsel positief tegenover staat.”

Gebruik maken van sturingsinformatie

Karsten vindt het zorgelijk om te zien hoe verschillende systemen, processen en contracten leiden tot veel overhead en inefficiëntie: “Dit terwijl het in de basis om 95% hetzelfde werk gaat. Elke gemeente en elke organisatie doet het op zijn eigen manier. Waarom?”

Vanhemel voegt toe: “Chris en ik hebben dezelfde uitdaging bij het beheren van budgetten. Hoe zorgen we ervoor dat onze bestuurders over de juiste sturingsinformatie beschikken voor het inzetten van budgetten voor jeugdhulp en Wmo? Volgens mij gaat het niet alleen om het beschikbaar maken van die informatie, maar ook om ervoor te zorgen dat organisaties deze echt gebruiken. Dat beschouw ik als een belangrijk onderdeel van mijn rol als business controller.”

De ene organisatie koopt in, de ander biedt aan. Maar het werk van een business controller is dus grosso modo hetzelfde. Ook de focus op preventie en bestaanszekerheid van inwoners delen gemeenten en zorgaanbieders, merkt Karsten op: “Ook bij Enver geven ze aan dat inzet op gezondheid, armoede en schulden belangrijk is en merkbaar leidt tot lagere zorgkosten.”

Gemeente Arnhem: betere sturing met zorgdata-dashboard

De gemeente Arnhem startte in 2019 met de ontwikkeling van een dashboard voor het analyseren van zorgdata. Kevin Meijer, senior bestuursadviseur bij de gemeente Arnhem, legt uit welke inzichten het oplevert en hoe het bijdraagt aan betere sturing. “Het dashboard helpt ons grip te houden op de kosten, legt inefficiënties en afwijkingen bloot en geeft een beeld van de financiële gezondheid van aanbieders.”

“In de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo gaat in de gemeente Arnhem zo’n 160 miljoen euro om. Met zulke bedragen wil je natuurlijk inzichtelijk hebben waar het geld naartoe gaat en of er opvallende ontwikkelingen zijn”, vertelt Kevin Meijer. “Daarnaast hebben gemeenten als sinds de decentralisering in 2015 te maken met lagere budgetten vanuit het Rijk terwijl de zorgvraag alsmaar toeneemt. Het is dus steeds belangrijker dat we financieel grip houden en kunnen sturen, op allerlei niveaus. Tegelijkertijd beschikt een gemeente vanuit het berichtenverkeer over heel veel gestructureerde data die uitstekend geschikt is om informatie mee te ontsluiten. We weten welke inwoner zorg krijgt, van welke aanbieder, vanaf wanneer, enzovoort. Zo ontstond het idee om een dashboard te ontwikkelen.”

Maatwerk
Het dashboard, dat is ontworpen met de rapportagetool Power BI, is een intuïtieve online omgeving die data voor verschillende gebruikersgebruiken inzichtelijk maakt. “De focus ligt op eenvoud en gebruiksvriendelijkheid. Zelfs mensen die niet dagelijks met data werken, kunnen er gemakkelijk mee overweg,” zegt Meijer. “De gemeenteraad heeft rechtstreeks toegang tot het dashboard maar ook onze managers, beleidsadviseurs en mensen in de uitvoering, zoals de teamleiders van de wijkteams. Al deze groepen hebben op hun eigen functieniveau minder of meer geaggregeerde informatie tot hun beschikking. Dat wat mensen te zien krijgen, is getoetst door AVG-specialisten en privacy officers. De teamleiders van de wijkteams kunnen bijvoorbeeld zien of bepaalde wijkcoaches bovengemiddeld veel huishoudelijke ondersteuning toewijzen. Als dit een patroon is, kan dat erop wijzen dat een wijkcoach te coulant is. De teamleider kan daar op basis van de data dan het gesprek over aangaan. Raadsleden zien vooral informatie over aantallen inwoners per zorgvorm, de daarmee samenhangende uitgaven en de ontwikkeling daarvan door de jaren heen.”

Optimaliseren
Het dashboard geeft niet alleen inzicht in zorgconsumptie, maar helpt ook bij het signaleren van mogelijke inefficiënties die voor onnodig hoge kosten zorgen. “Sommige inwoners worden tegelijkertijd door meerdere aanbieders geholpen. Soms blijkt dat deze aanbieders niet eens van elkaars betrokkenheid op de hoogte zijn. Dankzij de data kunnen we zulke situaties opsporen en optimaliseren. Een collega heeft met behulp van het dashboard onze duurste jeugdzorgcliënten in kaart gebracht. Samen met de betrokken aanbieders heeft zij onderzocht of de hulp niet beter ingericht kan worden. Dit heeft geleid tot een betere zorgtoewijzing voor de jeugdigen en minder kosten voor ons als gemeente.”
Daarnaast monitort het dashboard de financiële gezondheid van zorgaanbieders. “Als een aanbieder failliet dreigt te gaan, komt de continuïteit van zorg voor onze inwoners in gevaar. We analyseren daarom allerlei kengetallen om problemen vroegtijdig te signaleren. Ook kunnen we hiermee mogelijke fraude opsporen.” 

Adviezen
Voor gemeenten die ook een dashboard willen bouwen, heeft Meijer een aantal adviezen: “Zorg eerst dat je data op orde is. Garbage in is garbage out. Als er gekke cijfers uit een dashboard komen, hoeft dat niet aan het systeem te liggen. Het kan ook zijn dat je er rommel instopt, doordat je niet gestructureerd werkt. Daarnaast is het belangrijk om focus te houden. Het doel is niet om zoveel mogelijk data te ontsluiten, maar om rapportages te maken waar mensen echt wat aan hebben. Zelf hebben we in 2024 een grote verbeterslag gemaakt. Er was een wildgroei aan rapportages ontstaan, waardoor gebruikers door de bomen het bos niet meer zagen. Nu is alles veel strakker ingericht, met prioriteit voor relevante en duidelijke informatie. Bovendien maken we zorgvuldige afwegingen over nieuwe toevoegingen aan het dashboard.”
Een goede beheerstructuur is volgens hem cruciaal. “Wij verversen onze data iedere nacht en monitoren continu of alles technisch goed loopt. Als dat niet zo is, krijgen we direct een mailtje. Let op: de rapportages kunnen er ‘gek’ uitzien.” 

Kennisdeling
Meijer beseft dat het opzetten van een dashboard voor kleinere gemeenten een ingewikkelde exercitie kan zijn: “Wij koppelen in house data uit verschillende bronnen en ontsluiten die in een centraal datawarehouse. Voor kleinere gemeenten is dit vaak te kostbaar. Ze zijn afhankelijk van de tools die hun eigen softwareleveranciers te bieden hebben. Wij denken dat we een mooie oplossing hebben en zijn bereid om die via het Ketenbureau met andere gemeenten te delen. We hebben bijvoorbeeld documenten over het opzetten van een beheerorganisatie en de technische specificaties van onze rapportages. We hopen dat andere gemeenten daarmee aan de slag kunnen om ook een dashboard te bouwen. Het is de moeite meer dan waard!”

Meer weten?
Wil je meer informatie over het dashboard van de gemeente Arnhem?  Neem contact op met Robin Bertus of Joost Broumels van het Ketenbureau.