Voortgang ontwikkeling contractstandaarden voor hulpmiddelen

Op 13 maart kwam de begeleidingsgroep bijeen voor een eerste inhoudelijke bespreking van de conceptovereenkomst maatschappelijke ondersteuning voor hulpmiddelen.

De begeleidingsgroep voor hulpmiddelen bestaat uit beleidsmedewerkers, inkopers, contractmanagers uit gemeenten, leveranciers, de branchevereniging Firevaned, VWS en de VNG, in totaal 25 deelnemers. De begeleidingsgroep speelt een belangrijke rol bij het adviseren over de totstandkoming van de contractstandaarden.

Er werden verschillende thema’s besproken, zoals:

  • De reikwijdte van de contractstandaard,
  • welke leveringsvarianten relevant zijn om op te nemen,
  • de opbouw van de overeenkomst,
  • het werken met een standaard productcodelijst
  • en het hanteren van een vaste indexeringsclausule.

Over sommige onderwerpen werd overeenstemming bereikt, maar er blijven ook nog veel vragen open waarover de groep de komende tijd verder in gesprek gaat.

Ook jouw mening gevraagd

Het ontwikkelen van een contractstandaard voor hulpmiddelen is een andere uitdaging dan de ontwikkeling van standaarden voor Wmo-diensten. De vraag die bleef hangen was in hoeverre de standaardisatie van contracten voor hulpmiddelen daadwerkelijk bijdraagt aan administratieve lastenverlichting.

Wat zijn volgens jou de variaties in de huidige praktijk die belemmerend werken? En in hoeverre zou een standaardbepaling kunnen helpen om deze diversiteit te verminderen?

We horen graag jouw mening! Plaats jouw reactie onder dit blog zodat we er met elkaar over kunnen discussiëren en daarmee het proces kunnen verbeteren. Je mag jouw overwegingen ook sturen naar Ketenbureau@i-sociaaldomein.nl.

Nieuwe versies landelijk administratieprotocol LTA Wmo-ZG en LTA Jeugd

Onlangs zijn de procesafspraken voor de toepassing van het landelijk administratieprotocol voor LTA-producten herzien. Zowel in het document voor Jeugdzorg als in dat voor Wmo-ZG zijn wijzigingen doorgevoerd.

 De nieuwste versies van deze documenten zijn nu te vinden op onze website:

De aanpassingen in de documenten hebben betrekking op de verdere ontwikkeling van de LTA-contracten. Zo is onder andere het addendum JSGLVB, dat is toegevoegd aan het Jeugd-contract, verwerkt. Daarnaast zijn wijzigingen doorgevoerd om de protocollen in lijn te brengen met recente wet- en regelgeving.

Wij verzoeken je vriendelijk om per direct de nieuwe versies te gebruiken en de eerdere versies te verwijderen of te archiveren.

Invulling inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 1 januari 2027

Het kabinet gaat de huidige vaste eigen bijdrage in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) per 1 januari 2027. Het wetsvoorstel wordt op korte termijn door staatssecretaris Maeijer (Langdurige en Maatschappelijke Zorg) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Door de huidige vaste eigen bijdrage van € 21 per maand wordt er veel meer gebruik gemaakt van hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 dan bij de invoering van dit abonnementstarief in 2019 werd verwacht. Ook door mensen die deze hulp particulier kunnen betalen en regelen. Dit heeft geleid tot wachtlijsten en hogere kosten voor gemeenten, die de voorzieningen van deze hulp betalen. Door de dubbele vergrijzing neemt deze druk de komende jaren nog meer toe. Met de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage verwacht het kabinet de druk op voorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 te verminderen. We zien dat hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning onder druk staat. Juist voor mensen die deze hulp het hardst nodig hebben, moeten we maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat voor hen – ook in de toekomst – genoeg ondersteuning beschikbaar blijft

Eigen bijdragen per 1 januari 2027
Hoe hoger het inkomen en vermogen, hoe hoger de eigen bijdrage. Dit betekent dat alleenstaanden met een inkomen tot circa € 24.500 per jaar, niet meer betalen dan de minimale bijdrage van € 23,60 per maand. Voor meerpersoonshuishoudens gaat het om een inkomen tot
circa € 34.000 per jaar.

De eigen bijdrage loopt vanaf deze inkomensgrenzen op tot maximaal € 328 per maand. Deze maximale maandelijkse bijdrage geldt voor alleenstaanden met een jaarinkomen vanaf circa € 61.000 en voor meerpersoonshuishoudens met een jaarinkomen vanaf circa € 70.500.

Gemeenten kunnen naar eigen inzicht besluiten dat één of meerdere groepen op basis van hun inkomen geen eigen bijdrage hoeven te betalen. Wanneer iemand financieel in de knel zit, kan de gemeente ook op individueel niveau iemand vrijstellen van de eigen maandelijkse bijdrage. 

De tarieven van alle lopende jeugdhulptrajecten moeten op de eerste dag van een nieuw kalenderjaar worden geïndexeerd.

Eind 2024 kwam er een vraag binnen bij een regioadviseur van het Ketenbureau i-Sociaal Domein of de indexeringsbepaling in de Contractstandaarden Jeugd ook moet worden toegepast in situaties waarbij een outputgefinancierd jeugdhulptraject een jaarovergang passeert.

Het antwoord op die vraag is ‘ja, de indexering van het tarief geldt ook voor zo’n traject’.

De achtergrond van deze bepaling (art. 3.2) is dat de kosten voor jeugdhulpaanbieders jaarlijks stijgen door inflatie en andere ontwikkelingen, zoals loonstijgingen op grond van CAO-afspraken. De indexeringsclausule in de standaard beoogt dat gemeenten in hun bekostiging aansluiten op die kostenontwikkeling.

In deze notitie staat een uitgebreide toelichting en enkele aanwijzingen hoe je het indexeren in praktijk brengt bij doorlopende jeugdhulptrajecten.

Bijgewerkte standaard-productcodelijsten Wmo en Jeugdwet gepubliceerd

Zorginstituut Nederland heeft de bijgewerkte standaardproductcodelijsten voor de Wmo en de Jeugdwet gepubliceerd. De geactualiseerde lijsten sluiten aan bij nieuwe handreikingen en overeenkomsten en hebben tot doel de administratieve lasten voor gemeenten en aanbieders te verlichten.

Vanuit de VNG, gecertificeerde instellingen en aanbieders zijn verzoeken tot aanpassing ingediend die door het Ketenbureau i-Sociaal Domein zijn beoordeeld. De goedgekeurde aanpassingen heeft Zorginstituut Nederland doorgevoerd in de standaardproductcodelijsten.

Het Zorginstituut adviseert gebruikers om de bijgewerkte lijsten te raadplegen en, waar nodig, hun systemen hierop aan te passen om een correcte gegevensuitwisseling te waarborgen.

  • De bijgewerkte productcodelijsten Wmo zijn hier te vinden.
  • De bijgewerkte productcodelijsten Jw zijn hier te vinden.

Alle aanpassingen en de onderbouwing hiervan zijn terug te lezen in het verslag op deze pagina. 

Aanpassingen productcodelijst Jeugdwet

Voor zak- en kleedgeld in de residentiële jeugdhulp en voor pleegzorg zijn nieuwe handreikingen opgesteld. Daarnaast zijn diverse overeenkomsten aangepast en zijn nieuwe landelijke tarieven afgesproken voor bepaalde soorten jeugdzorg.

Al deze aanpassingen vragen om nieuwe productcodes of de vervanging van productcodes.

Een uitgebreide beschrijving en de onderbouwing hiervan zijn terug te lezen op deze pagina. 

Aanpassingen productcodelijst Wmo

Aan de productcodelijst Wmo is een set productcodes toegevoegd in verband met de handreiking ‘inkoop hulpmiddelen’.

Heb je inhoudelijke vragen over de standaardproductcodelijsten?

Neem dan per e-mail contact met ons op via ketenbureau@i-sociaaldomein.nl.

Heb je vragen over de publicatie van de standaardproductcodelijsten?

Neem dan contact op met Zorginstituut Nederland via de Servicedesk iStandaarden

Geen gestandaardiseerd berichtenverkeer hoofd- en onderaannemers

De afgelopen maanden heeft het Ketenbureau i-Sociaal Domein, samen met VECOZO en Zorginstituut Nederland, gezocht naar mogelijkheden om op korte termijn financieel-administratieve informatie tussen hoofd- en onderaannemers op een gestandaardiseerde manier uit te wisselen. De conclusie is dat dit, zonder een aanzienlijke investering, niet lukt. In dit bericht lichten we dat toe.  

Administratieve uitdagingen 

Aanbieders van zorg en ondersteuning krijgen door keuzen van gemeenten of regio’s steeds meer en steeds vaker te maken met Hoofd- en onderaannemerschap (H&O). De verwachting is dat H&O in het sociaal domein de komende jaren verder toeneemt. Hoofdaannemers krijgen daarmee de uitdaging om taken in te richten die eerder bij gemeenten of regio’s lagen, waardoor de administratieve lasten toenemen. Specifiek noemen aanbieders daarbij de uitdagingen bij het uitwisselen van financieel-administratieve informatie: de toewijzing, informatie over de start en stop en de declaratie van de zorg of ondersteuning. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein heeft daarom de afgelopen maanden gezocht naar administratief luwe mogelijkheden om financieel-administratieve informatie uit te wisselen tussen hoofd- en onderaannemer die aansluit bij het berichtenverkeer conform de iStandaarden.   

Standaard instrument niet wenselijk

Op basis van een inhoudelijke behoeftepeiling zijn de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met zorgaanbieders, softwareleveranciers en ketenpartners. Zij spraken hun waardering uit voor het feit dat de administratieve uitdagingen van H&O-constructies ook landelijk worden herkend en erkend. Ook vond men het prettig dat partijen zoeken naar een structurele oplossing voor een actueel probleem. Momenteel gebruiken zorgaanbieders, vaak in overleg met hun softwareleveranciers, alternatieve oplossingen om communicatie onderling vorm te geven. Hoewel deze oplossingen vaak divers en verre van optimaal zijn, is uit gesprekken gebleken dat het niet wenselijk is één van deze instrumenten tot standaard te verheffen. Dit dwingt aanbieders immers om op dezelfde manier te werken, wat onnodige ontwikkelkosten en nieuwe administratieve lasten met zich meebrengt, die mogelijk niet aansluit bij de wensen en werkwijze die aanbieders momenteel hanteren.   

Geen kopie informatiemodel iStandaarden 

In overleg met ketenpartners is gezocht naar een ‘quick fix’ op basis van de huidige iStandaarden, waarbij zowel de envelop als de inhoud van berichten aangepast kan worden om te routeren tussen aanbieders via een beveiligd netwerk. Softwareleveranciers gaven hierbij echter aan dat de software van aanbieders daarvoor doorgaans niet geschikt is. Zij kunnen een inkomende berichtenstroom (zoals een zorgtoewijzing) wel ontvangen en verwerken, maar niet aanmaken en verzenden. Datzelfde geldt voor de uitgaande berichtenstroom, zoals het verwerken van een declaratiebericht. Omdat dit bedrijfskritische processen van aanbieders raakt, zou hiervoor een volwaardig informatiemodel en bijbehorende infrastructuur voor opgezet moeten worden. Inclusief het beheer, doorontwikkeling en releasebeleid. De doorlooptijd en investering die een dergelijke ontwikkeling met zich meebrengt zijn op dit moment niet te rechtvaardigen voor zowel ketenpartijen als aanbieders.   

Vernieuwing wenkend perspectief

De manier waarop financieel-administratieve informatie voor de iWmo en de iJw wordt uitgewisseld, gaat op termijn veranderen. Daarbij wordt de huidige werkwijze, het versturen van berichten tussen partijen, vervangen door het ontsluiten van informatiebronnen, waarbij de bestaande problematiek bij Hoofd- en onderaannemerschap vanaf de implementatie kan worden opgelost. Dit wordt ook wel het ‘netwerkperspectief’ genoemd. Het netwerkperspectief maakt het mogelijk om de onderaannemer toegang te geven tot financieel-administratieve informatie die met het huidige berichtenverkeer alleen tussen financier en hoofdaannemer wordt uitgewisseld. Het verder uitdenken en uitwerken van het netwerkperspectief vraagt tijd en biedt daarmee geen oplossing voor de korte termijn.  

Wat dan wel? 

Het Ketenbureau i-Sociaal Domein herkent en erkent de administratieve uitdagingen van H&O-constructies. Daarom blijven we inzetten op een actieve uitwisseling van kennis er en ervaringen tussen aanbieders. Daarover houden we jullie op de hoogte via onze website. 

Transparantie en vertrouwen essentieel bij zorgcontractering

Chris Karsten en Koen Vanhemel zijn allebei business controller. Karsten bij de gemeente Dordrecht en Vanhemel bij jeugdzorgaanbieder Stichting Enver. Tijdens de Wisselstage, het uitwisselingsprogramma dat het Ketenbureau in samenwerking met The Curious Network organiseert, liepen ze een dag met elkaar mee. Het bleek voor hen allebei een leerzame ervaring. En ondanks de op het oog tegengestelde belangen waren ze het erover eens dat transparantie en vertrouwen essentiële ingrediënten zijn.

Over de vraag of hij praktische inzichten opdeed tijdens zijn stage bij Enver, hoeft Chris Karsten niet lang na te denken. “Wij betalen op dit moment voor de ‘no shows’, die kun je – in bepaalde segmenten – in rekening laten brengen bij de cliënt. Zo kun je ook het gedrag sturen dat leidt tot meer efficiency bij aanbieders. Ook leerde ik dat het inperken van keuzevrijheid in aanbieders kostenbesparend kan werken. Niet per se op tarief, maar wel op administratieve kosten, reistijd, controle en toezicht.”

Zzp-wetgeving en kosten

Veel organisaties bereidden zich op het moment van de Wisselstage voor op de nieuwe zzp-wetgeving. “De nieuwe zzp-wetgeving kan leiden tot lagere kosten als aanbieders de mensen vast gaan aannemen”, zegt Karsten. “Wel bestaat het risico dat ze er uitzendbureaus of onderaannemers tussen zetten die het juist weer duurder maken. We zullen daarom in onze contracten voorwaarden moeten opnemen over onderaannemers: waaraan moeten ze voldoen, hoe wordt toezicht gehouden enzovoort.”

Over kosten deed Karsten nog een ander inzicht op: “Naast regionaal inkopen, kunnen we ook regionaal gelijk beleid en verordeningen maken. Dat helpt in de administratieve lasten bij aanbieders. Voor hen is het onwerkbaar om voor elke gemeente op een andere manier te werken. We maken het dus zelf – als gemeenten – duurder voor iedereen. Wat het ook duurder kan maken is het, vanuit wantrouwen, opnemen van te veel regels in contracten. Bijvoorbeeld een verplichting om zorg ‘achter de voordeur’ te leveren, beperkt de mogelijkheid om die zorg in groepsverband te leveren, wat in sommige gevallen ook vanuit oogpunt van cliënt beter is.

Transparantie versus wantrouwen

Koen Vanhemel van Stichting Enver bevestigt dat verschillende regels van gemeenten de kosten voor zorgaanbieders verhogen: “Tijdens mijn stage merkte ik dat er wantrouwen bestaat richting commerciële zorgaanbieders, bijvoorbeeld dat zij de zorg zo lang mogelijk willen laten doorlopen. Dit wantrouwen leidt tot een overdaad aan regels en procedures, wat extra werk en kosten oplevert voor beide partijen. Geld dat niet rechtstreeks naar zorg gaat. Zouden we niet veel transparanter met elkaar kunnen omgaan? Bijvoorbeeld door gemeenten direct inzicht te geven in onze kosten, werkwijzen en cijfers. Enver is een stichting zonder winstoogmerk, wat betekent dat alle middelen ten goede komen aan de zorg. Omgekeerd zou inzicht in gemeentelijke cijfers ons beter in staat stellen de zorg te organiseren. Transparantie kan regels verminderen. Ik merkte dat de gemeente Dordrecht hier in beginsel positief tegenover staat.”

Gebruik maken van sturingsinformatie

Karsten vindt het zorgelijk om te zien hoe verschillende systemen, processen en contracten leiden tot veel overhead en inefficiëntie: “Dit terwijl het in de basis om 95% hetzelfde werk gaat. Elke gemeente en elke organisatie doet het op zijn eigen manier. Waarom?”

Vanhemel voegt toe: “Chris en ik hebben dezelfde uitdaging bij het beheren van budgetten. Hoe zorgen we ervoor dat onze bestuurders over de juiste sturingsinformatie beschikken voor het inzetten van budgetten voor jeugdhulp en Wmo? Volgens mij gaat het niet alleen om het beschikbaar maken van die informatie, maar ook om ervoor te zorgen dat organisaties deze echt gebruiken. Dat beschouw ik als een belangrijk onderdeel van mijn rol als business controller.”

De ene organisatie koopt in, de ander biedt aan. Maar het werk van een business controller is dus grosso modo hetzelfde. Ook de focus op preventie en bestaanszekerheid van inwoners delen gemeenten en zorgaanbieders, merkt Karsten op: “Ook bij Enver geven ze aan dat inzet op gezondheid, armoede en schulden belangrijk is en merkbaar leidt tot lagere zorgkosten.”

Gezocht: gemeenten die binnenkort nieuwe contracten sluiten voor Wmo of Jeugdhulp

Werk jij bij een gemeente als inkoper/contractmanager of jurist? En gaat jouw gemeente de contracten voor Jeugdhulp of Wmo diensten opnieuw aanbesteden? Dan zoeken we jou!

Ook dit jaar helpt het Ketenbureau gemeenten bij de implementatie van de contractstandaarden. En daar kun jij gebruik van maken! Meld je aan voor de Koplopersgroep. In deze groep maak je samen met andere gemeenten en de experts van het Ketenbureau de overstap naar de contractstandaarden.

Wij helpen jou met de overgang naar de contractstandaarden en samen ontwikkelen we hulpmiddelen die andere gemeenten weer helpen als zij op een later moment hun contracten moeten omzetten. Goede deal toch?! 

Verplicht gebruik

Voor Jeugdhulp is het al langer verplicht om de contractstandaarden te gebruiken. Voor Wmo is het sinds 1 januari van dit jaar verplicht. De verplichting om over te gaan naar de standaarden geldt als er nieuwe contracten gesloten worden. Het is ook mogelijk als contracten overgesloten worden of als je eerder de wijzigingsclausule hebt gebruikt. 

Aanmelden of meer weten? 

Aanmelden kan tot 1 februari 2025 via dit formulier. Wil je eerst meer weten of wil je weten of jij de juiste kandidaat bent voor de Koplopersgroep? Mail of bel dan met Said Igalla, projectleider van de implementatie contractstandaarden. Said.igalla@vng.nl of 06 13 28 87 32. 

7 praktische inzichten over zorgadministratie door Wisselstage!

Professionals van (zorg)aanbieders en gemeenten moeten de zorg voor inwoners samen vormgeven, maar vinden de uitvoering van jeugdhulp en Wmo soms ingewikkeld. Met kennis van elkaars werkpraktijk kan je beter samenwerken. Tijd dus voor echte gesprekken en beter inzicht in elkaars wereld en aanpak. Hoe? Door één dag stage bij elkaar te lopen. Dit programma heet Wisselstage! en werd in november (2024) opnieuw georganiseerd door het Ketenbureau i-Sociaal Domein in samenwerking met The Curious Network. Specifieke inzichten die de deelnemers opdeden over de zorgadministratie hebben we hier op een rij gezet.   

Afhandeling van zorgaanvragen en declaraties 

Bij de uitvoering van Jeugdhulp en Wmo zijn er verschillende functiedisciplines betrokken: van beleidsvorming tot de verantwoording. Ook op administratief gebied vindt er veel uitwisseling plaats tussen gemeenten en zorgaanbieders. Professionals van de backoffice van (zorg)aanbieders en gemeenten gaan over de afhandeling van zorgaanvragen en -declaraties. Welke (praktische) inzichten deelden deelnemers met elkaar over de zorgadministratie? 

1. Zorgadministratie voor gemeenten veel zwaarder bezet dan voor Wlz

 ‘Het viel me vooral op hoe veel meer overhead zorgaanbieders nodig hebben voor de zorg via gemeenten. Bij deze landelijke zorgaanbieder zijn meer dan drie keer zoveel mensen betrokken in de backoffice en verkoop voor gemeenten (jeugd/wmo) dan dat er werken voor de Wlz, terwijl het aantal cliënten ongeveer hetzelfde is.’ Rombout Jas, senior beleidsmedewerker beschermd wonen bij de gemeente Nijmegen; hij liep stage bij Pluryn. 

2. Veel vragen over het berichtenverkeer 

‘Het is belangrijk om je te realiseren dat berichten die zorgaanbieders sturen doorwerken in veel andere processen binnen de gemeente. Denk hierbij aan de eigen bijdrage, het toekennen van zorg en betalingen. Dit heeft ook gevolgen voor de cliënt.’ Anne Fluitman, informatieanalist, gemeente Rotterdam; zij liep stage bij De Rading ‘Ik vond het erg waardevol dat we onze systemen naast elkaar hebben gezet en daardoor meteen in de praktijk konden zien hoe berichten over en weer verwerkt worden. En wat de ander daar vervolgens mee doet.’ Nienke van Rossum, medewerker administratie sociaal bij MijnGemeenteDichtbij; zij liep stage bij Tzorg. ‘Ik kwam erachter dat de verwerking van een 307-bericht niet automatisch leidt tot een afsluitend 301-bericht. De gemeente moet de einddatum van de toewijzing nog handmatig aanpassen naar de einddatum van het 307-bericht. Ze krijgen ook geen melding dat er nog een 301-bericht moet worden verstuurd. Dat verklaart waarom het bij ons soms langer duurt voordat we een 301-bericht ontvangen.’ Bryan van den Brand, Expert financiële zorgadministratie bij Tzorg; hij liep stage bij de gemeente Hengelo.

3. Uren en minuten 

‘Tijdens de stage kwamen we erachter dat bij 315-verzoeken een afkeuring komt als deze wordt aangevraagd in uren in plaats van minuten. Hier wordt dan ook een opmerking meegegeven, maar die krijgen wij niet binnen in ons systeem waardoor de reden van afkeur onduidelijk was voor ons. Een andere gemeente zet het zelf om in minuten en geeft ‘m alsnog af. Om het voor iedereen makkelijker te laten verlopen, gaan wij voortaan standaard 315-verzoeken indienen in minuten.’  Sanne Rutten, backoffice medewerker bij DIT Coaching; zij liep stage bij de gemeente Arnhem. Wij hebben onze processen ingericht volgens de i-standaarden. Als er bij een wijziging (317-bericht) ook een ophoging van het aantal uren is inbegrepen, blijkt de aanbieder hiermee niet uit de voeten te kunnen. Het ophogen van het volume bij verlengingen van indicaties,  is een aandachtspunt en moet verder besproken worden binnen de gemeente Apeldoorn samen met de aanbieders.’ Mirella Timmermans, kwaliteitsmedewerker realisatie bij de Gemeente Apeldoorn; zij liep stage bij Tzorg.  

4. Organiseren van je werk 

‘Trots ben ik op de automatiseringsslagen die wij als organisatie al gedaan hebben om de administratieve lasten te verminderen. Hiervoor hebben we twee tools ontwikkeld. Een tool die de declaratieafspraken van de verschillende gemeenten kan toepassen en een tool die de start- en stopberichten aanmaakt en verstuurt.’ Samantha Duffy, expert financiële zorgadministratie bij Tzorg; zij liep stage bij de gemeente Enschede. ‘Wij hebben een breed scala aan zorg en financiers waardoor de werkzaamheden veel en niet allemaal gelijk zijn. Wij hebben de dagelijkse werkzaamheden goed in beeld door een weekoverzicht met hierin alle taken die dagelijks verdeeld worden. Hierin is ook een controlekalender opgenomen waarin alle controles vermeld staan en wanneer deze uitgevoerd moeten worden zodat de registratie “schoon” is voor de maandelijkse declaraties.’ Wendy Kramer, adviseur cliëntzaken bij Pameijer; zij liep stage bij Humanitas-DMH.  

5. Referentiegroepen Zorginstituut 

‘Ik heb goede ervaringen met deelname aan landelijke referentiegroepen van het Zorginstituut Nederland. Je leert hier heel veel en hebt invloed op nog door te voeren wijzigingen in het berichtenverkeer en de standaard administratie protocollen voor Jw en Wmo. Je weet dan ook wat er gaat wijzigen en kunt dit op tijd implementeren in je eigen organisatie.’ Anouk van Doren, adviseur cliëntzaken, Pameijer; zij liep stage bij Tzorg  

6. Wachten op verwijsdocumenten en behandelplannen 

‘Ik kwam erachter dat zowel gemeenten als zorgleveranciers vaak achter geldige verwijsdocumenten of behandelplannen aan moeten, terwijl er een behandelaar klaarstaat om te starten. Denk aan een gezinsplan zonder handtekening of een behandelaar die geen jongeren naar GGZ mag verwijzen.’ Danny van Dorst, medewerker centrale MEAD jeugd bij de Viersprong; hij liep stage bij de gemeente Roosendaal. 

7. Zoek elkaar op! 

Ik heb geleerd dat wanneer je elkaar opzoekt, je een stap verder kunt komen. Door op het moment dat er iets speelt elkaar even te bellen of af te spreken. Zo kun je nagaan hoe je elkaar kunt helpen. En zorg je ervoor dat issues worden opgelost in plaats van elkaar maar te blijven mailen. Veel processen zijn zo omdat ze al jaren zo zijn. En met één mail ga je iemand helaas niet overtuigen om iets aan te passen of om verder te kijken hoe iets makkelijker of minder complex kan.  Sanne Ketelaars, Expert financiële zorgadministratie bij Tzorg; zij liep stage bij Delftsupport.          

Kick-off begeleidingsgroep Contractstandaarden Hulpmiddelen

Op 12 december was het zover: de begeleidingsgroep voor de Contractstandaarden Hulpmiddelen kwam voor het eerst bijeen! Het doel? Kennismaken, de opdracht afbakenen en samen de koers uitstippelen. Een enthousiaste groep mensen met deskundigheid op het terrein van hulpmiddelen.

Waarom deze groep?

Na de succes vaststelling van de contractstandaarden voor het onderdeel diensten in de Wmo 2015 door de ALV met bijna 95% , is het nu tijd voor hulpmiddelen. Het Ketenbureau deed een oproep voor kritische meedenkers. De respons was overweldigend: 25 deskundigen vanuit gemeenten, aanbieders en branches sloten zich aan. Ook het ministerie van VWS en de VNG zijn vertegenwoordigd.

Wat stond er op de agenda?

Naast kennismaken is in deze eerste bijeenkomst stilgestaan bij de scope van de opdracht. Gaat het nu alleen over roerende zaken als scootmobielen, rolstoelen, tilliften, douchestoelen, aanpassingen in auto en fietsen? En in hoeverre maken trapliften ook onderdeel uit van de contractstandaard? De begeleidingsgroep geeft aan dat er behoefte is  om het assortiment te standaardiseren met een categorie-indeling. Ook wordt het ontbreken van de levering van hulpmiddelen in het berichtenverkeer als gemis aangegeven.

Rol begeleidingsgroep

De concept-contractstandaarden worden inhoudelijk opgesteld door het expertteam en zij zorgen ervoor dat het juridisch correct is (binnen wettelijke kaders en rekening houdend met gerechtelijke uitspraken). De begeleidingsgroep bepaalt of de bepalingen in de standaarden wenselijk zijn en nut en/of noodzaak hebben. Daarnaast heeft de begeleidingsgroep een belangrijke rol bij het vaststellen van de mate waarin een bepaling in de praktijk uitvoerbaar is. We gaan er vanuit dat we met elkaar tot consensus komen. Als dat niet lukt, wordt het dilemma met de verschillende standpunten voorgelegd aan onze opdrachtgever (de Stuurgroep i-Sociaal Domein) om daarin een besluit te nemen. Zo blijven we scherp op de inhoud!

Ook meedenken?

Zit je niet in de begeleidingsgroep maar heb je wel goede ideeën? Doe dan mee aan de consultatierondes. Iedereen die in de praktijk werkt is welkom om te reageren op de concept-contractstandaarden. Houd de community in de gaten voor de exacte data en aanmeldingsinformatie. Heb je andere vragen over het project of over deze blog? Reageer onder deze blog of stuur een mail