U bent hier

Samenvatting Eindevaluatie Programma i-Sociaal Domein 2016 - 2018

Het Programma i-Sociaal Domein heeft bijgedragen aan het terugdringen van administratieve lasten bij gemeenten en zorgaanbieders. De activiteiten en producten van het programma hebben tot enige mate van standaardisatie geleid. Dit proces is echter nog niet voltooid. Niet alle regio’s in Nederland zijn even ver met de standaardisatie. Ook vinden aanbieders dat zij weinig invloed hebben op de inrichting van administratieve processen.

Eindevaluatie

Tot die conclusies komt onderzoeksbureau Ape Public Economics, die een eindevaluatie van het programma uitvoerde. Het programma heeft een flinke slag gemaakt, stelt Ape, zeker gezien de korte termijn waarin dit is gerealiseerd. Programma i-Sociaal Domein heeft bovendien meer bereikt dan aanvankelijk de opzet was: de samenwerking tussen aanbieders en gemeenten is op veel plekken verbeterd.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van enquêtes onder gemeenten en aanbieders in 2016 en 2018, gegevens over het gebruik van het berichtenverkeer iWmo en iJw en een kwalitatief onderzoek in vijf regio’s.

Het Programma i-Sociaal Domein is per 1 april 2018 gestopt. De belanghebbende organisaties in de Stuurgroep i-Sociaal Domein richten een Ketenbureau i-Sociaal Domein op, dat de taken van het programma overneemt.

Decentralisatie 2015

In 2015 is het sociaal domein gedecentraliseerd. Sindsdien kopen gemeenten jeugdhulp en WMO in bij zorgaanbieders. Dit transitieproces leidde tot een toename van administratieve lasten. Sommige extra lasten zijn onvermijdbaar: het aantal opdrachtgevers aan de vraagkant is met de decentralisatie verveelvoudigd, aanbieders moeten nu vaak meedoen in aanbestedingsprocedures en meerdere contracten afsluiten. Andere zijn wel vermijdbaar, bijvoorbeeld omdat ze worden veroorzaakt door verschillen in facturatieprocessen of omslachtige informatie-uitwisseling.

Doelen i-Sociaal Domein

Om de vermijdbare administratieve lasten terug te dringen is in 2016 het Programma i-Sociaal Domein van start gegaan. Het programma is een voortzetting van aparte programma’s die enerzijds bij brancheverenigingen van zorgaanbieders liepen en anderzijds bij VNG. De doelen van het programma waren:

  • Bijdrage leveren aan terugdringen vermijdbare administratieve lasten
  • Verbeteren van informatievoorziening
  • Verminderen van onrechtmatigheid

Uitvoeringsvarianten

Het Programma i-Sociaal Domein (i-SD) richtte zich op het bevorderen van standaardisatie en automatisering, het delen van visies en het stimuleren van samenwerking. Om de variatie in administratieve processen te verkleinen heeft het programma drie standaarduitvoeringsvarianten voor gemeenten ontwikkeld. Deze uitvoeringsvarianten beschrijven hoe de backoffice moet worden vormgegeven. Gemeenten kunnen kiezen voor een uitvoeringsvariant die past bij de wijze van ondersteuning en een sturingsfilosofie die aansluit bij de eigen beleidslijn. Veel gemeenten hebben inmiddels (een deel van) hun backoffice ingericht volgens een uitvoeringsvariant.

Producten

Voor gemeenten en zorgaanbieders ontwikkelde i-SD op elkaar afgestemde handreikingen, modelwerkwijzen, protocollen en ICT-hulpmiddelen. Dit gebeurde samen met vertegenwoordigers van zorgaanbieders, gemeenten en andere belanghebbenden. Belangrijke producten die door het programma zijn ontwikkeld, zijn de uitvoeringsvarianten voor de contractering, standaardartikelen voor contracten, de berichtenstandaarden iWmo en iJw en het landelijk accountantsprotocol met model productieverantwoording.

Berichtenverkeer

Ook het berichtenverkeer iWmo en iJw is een van de producten van i-SD. Dit is een set van informatiestandaarden waarmee gemeenten en aanbieders op een gestandaardiseerde wijze geautomatiseerd informatie kunnen uitwisselen. Vrijwel alle gemeenten maken inmiddels gebruik van het berichtenverkeer.

Faciliteren

In het eerste jaar na de decentralisatie waren veel zaken onduidelijk voor gemeenten en aanbieders. Continuïteit van zorg ging boven efficiënte inrichting van administratieve processen. Dit leidde tot hoge administratieve lasten bij gemeenten en aanbieders. Tot de tweede helft van 2016 was de ondersteuning van i-SD vooral gericht op faciliteren: het ontwikkelen van producten en deze uitleggen bij gemeenten en aanbieders. Vanaf de tweede helft van 2016 is de focus komen te liggen op de implementatie bij gemeenten en aanbieders van de standaarden en uitvoeringsvarianten.

Accountmanagers

Accountmanagers ondersteunden gemeenten en zorgaanbieders bij de implementatie van de producten van het programma en het veranderingsmanagement. Zo werden regelmatig regiobijeenkomsten georganiseerd over actuele onderwerpen (bijvoorbeeld privacy, de financiële jaarafsluiting en de standaardartikelen). Daarnaast boden accountmanagers advisering op maat. Het programmabureau heeft in 2017 bij de regionale ondersteuning de focus verschoven van het (door)ontwikkelen van producten naar het bevorderen van de implementatie ervan.

Standaardisatie

Uit het onderzoek van Ape blijkt dat inmiddels veel gemeenten en aanbieders de producten van i-SD gebruiken. De bekendheid van het programma en de producten in het veld is groot. Door de activiteiten en producten van het programma is er sprake van enige mate van standaardisatie. Dit gaat vooral om toepassing van het berichtenverkeer, accountantsprotocol, uitvoeringsvarianten en (op hoofdlijnen) bepalingen in de standaardartikelen.

Vooruitgang sinds 2016

Vergeleken met 2016 is er veel vooruitgang geboekt. Meer gemeenten en aanbieders gebruiken de standaardartikelen. Onder de respondenten van de Wmo 2015 worden de standaardartikelen vaak niet toegepast. Een mogelijke verklaring is dat daarin meer gebruik wordt gemaakt van langlopende contracten. Daarnaast maken steeds meer gemeenten gebruik van het berichtenverkeer. Daar moet wel de kanttekening bij worden gemaakt dat er vaak ook nog op andere manieren met aanbieders wordt gecommuniceerd (bijvoorbeeld per post).

Afwijkingen op standaardisatie

De producten van i-SD hebben gemeenten en aanbieders handvatten gegeven voor een efficiëntere en effectievere inrichting van de backoffice. In de praktijk lijken de meeste regio’s op onderdelen af te wijken van de uitvoering zoals i-SD dat voor ogen ziet. Grote landelijke aanbieders (met name in de Jeugdwet) zien nog weinig standaardisatie. Aanbieders vinden bovendien dat ze weinig invloed kunnen uitoefenen op de inrichting van administratieve processen. Dat heeft overigens ook te maken met massa, professionaliteit en verloop bij de aanbieders. Er is bij gemeenten (mede als gevolg van i-SD) wel meer besef gekomen van de administratieve lasten bij zorgaanbieders.

Toekomst

Er is flinke vooruitgang geboekt, concludeert Ape, maar het proces is nog niet voltooid. De evaluatie laat zien dat met name aanbieders in de jeugdsector verdere verlaging van de administratieve lasten noodzakelijk vinden. Er is dus nog volop potentieel dat dient te worden verzilverd. Hierbij is een leidende rol weggelegd voor de opvolger van i-SD, het Ketenbureau i-Sociaal Domein. Dit ketenbureau kan de vruchten kan plukken van de forse slagen die gemaakt zijn door i-SD bij het in gang zetten van de transitie van de administratieve processen.

Naar het hele rapport van deze eindevaluatie