U bent hier

Invoering abonnementstarief Wmo: consequenties voor zorgaanbieders

9 juli 2019

Het abonnementstarief voor eigen bijdragen in de Wmo wordt 1 januari 2020 definitief van kracht. Informatie over de consequenties die deze wetswijziging heeft voor gemeenten, is onder andere te vinden op de website van vng.nl. Maar de invoering van het abonnementstarief Wmo heeft ook consequenties voor zorgaanbieders. Hierover leest u in dit bericht meer.

Met ingang van 1 januari moet de gemeente zelf start/stop eigen bijdrage-berichten versturen naar het CAK. Dit gebeurt via het GGk en hiervoor is een apart informatiemodel ontwikkeld: iEb. De huidige uitwisseling tussen CAK, zorgaanbieders en gemeenten via de H&V en ZA-standaard stopt per 1 januari 2020, met uitzondering van beschermd wonen. Beschermd wonen blijft op de bestaande wijze aangeleverd worden. De zorgaanbieder hoeft dus geen gegevens meer aan te leveren bij het CAK over het zorgjaar 2020. Naleveringen en mutaties over het zorgjaar 2019 moeten in 2020 nog wel worden aangeleverd. 

Versnelde afwikkeling oude jaren
De gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders en het CAK en tussen gemeenten (voor oude zorgjaren; 2019 en eerder) en het CAK worden een jaar na invoering van het abonnementstarief gestopt. Er is sprake van een versnelde afwikkeling van de uitwisseling van zorggegevens over oude zorgjaren (2019 en eerder). Concreet betekent dit:

  • In 2019: kunnen nog zorggegevens tot en met 2018 worden aangeleverd.
  • In 2020: kunnen nog zorggegevens over 2019 worden aangeleverd.

Er is hiervoor gekozen om de uitfasering zo eenvoudig mogelijk te houden, terwijl deze ook in het voordeel van de burger is.

Afwikkeling zorgjaar 2019
De laatste bijdrageperiode van het zorgjaar 2019 eindigt op 29 december en het nieuwe zorgjaar 2020 start op 1 januari 2020. Maken klanten op 30 en 31 december 2019 gebruik van de Wmo in de vorm van geleverde ondersteuning of het ter beschikking staan van een pgb, dan wordt voor deze dagen geen eigen bijdrage geïnd bij de burger. Uiteraard zijn de kosten van de zorgaanbieder wel declarabel bij de gemeente.

Initiële aanlevering aan CAK
De gemeente ontvangt in de komende maanden bestanden van het CAK met daarin de bij het CAK geregistreerde klanten met doorgegeven voorzieningen en eventuele restant kostprijzen. De gemeente moet deze controleren en de restant kostprijzen invoeren in het gemeentelijke systeem ten behoeve van de initiële aanlevering aan het CAK. Het kan zijn dat de gemeente informatie nodig heeft van u als zorgaanbieder om dit proces te voltooien.

Relatie zorgaanbieder/gemeente
In de nieuwe situatie moet de gemeente aan CAK de start en de stop van de eigen bijdrage doorgeven aan het CAK. In 2020 is de gemeente nog vrij om te bepalen op welke wijze dit wordt ingericht. Vanuit het perspectief van de burger is het echter niet gewenst dat er een eigen bijdrage wordt geïnd als er (nog) geen zorg is geleverd. De gemeente is dus in veel gevallen afhankelijk van de informatievoorziening vanuit de zorgaanbieder. De gemeente kan dus hierover afspraken willen maken, bijvoorbeeld door het gebruik van start/stop zorg-berichten. In de standaard administratieprotocollen is het gebruik van de start/stop zorg-berichten tussen gemeenten en zorgaanbieder voorgeschreven. 

Vier weken versus maandsystematiek
Met ingang van 1 januari ontvangt de burger de factuur voor het abonnementstarief per maand en niet meer voor een periode van vier weken. Voor gemeenten is er geen noodzaak meer om vast te houden aan de vier weken-systematiek voor het declaratieverkeer. In de Standaard administratieprotocollen die in juni 2019 zijn bekrachtigd, wordt eveneens uitgegaan van een maandsystematiek. Het kan zijn dat gemeenten u gaan vragen om ook over te stappen naar een maandelijkse systematiek voor het declaratieverkeer. 

Nieuws archief