U bent hier

Gemeenten en zorgaanbieders bereiden zich voor op einde DBC-systematiek jeugd-ggz 2018

Anne Wil Roza, GGZ Nederland: ‘Zorgaanbieders bang voor extra administratieve lasten’

Tot en met 2017 kopen gemeenten jeugd-ggz in met de DBC-systematiek. Vanaf 2018 mag dat niet meer. Gemeenten en aanbieders moeten zich dit jaar op deze overgang voorbereiden. Anne Wil Roza (GGZ Nederland) en Geert Schipaanboord (VNG) leggen uit wat nodig is om het proces soepel te laten verlopen en geven tips.

In 2014 is afgesproken dat voor de jeugd-ggz nog drie jaar met de DBC-systematiek werd gewerkt, zodat de jeugd-ggz ‘zacht kon landen’. ‘Het idee was dat dan alles klaar zou zijn voor de definitieve overstap,’ zegt Anne Wil Roza, beleidsadviseur Kwaliteit en Verantwoording bij GGZ Nederland. ‘Dat is wat anders gegaan in de praktijk. Daarom zijn zorgaanbieders nu bezorgd. Ze weten niet goed wat ze kunnen verwachten, of er genoeg tijd is om alles goed te regelen.’

Privacy

Redenen om te stoppen met de DBC-systematiek zijn er voldoende, stelt ze. Naast privacy – bij het werken met een DBC staat de diagnose op de factuur en over die informatie mag een gemeente niet beschikken -  zijn er andere nadelen. Vooral voor gemeenten. ‘Het grootste probleem is dat je geen zicht hebt op hoeveel zorg er wordt verleend, de factuur komt altijd achteraf. Je kunt opeens veel moeten betalen.’

Toch vinden zorgaanbieders het moeilijk om afscheid te nemen van DBC’s. ‘Het is een eenduidige standaard. We zijn bovendien gewend aan het werken met DBC’s, uit de tijd dat de jeugd-ggz onder de zorgverzekeringswet viel. Je weet waar je aan toe bent, je weet waar je op moet letten bij inkoop, je weet hoe je moet factureren. Daarnaast zitten er in DBC’s kwaliteitswaarborgen. Daar is nog niets nieuws voor in de plaats gekomen.’

Uitvoeringsvarianten

Zorgaanbieders, zegt Roza, zijn vooral bezorgd dat het afschaffen van DBC’s leidt tot nog meer variatie en dus tot nog meer extra administratie. Want dat is het grootste probleem waar ze sinds de decentralisatie tegenaan lopen. ‘VNG heeft drie uitvoeringsvarianten opgesteld maar die zijn nog niet verplicht. Bovendien is er binnen die varianten nog veel ruimte. Het gevolg is dat elke gemeente het net even anders doet. Vrijwel alle zorgaanbieders hebben met meerdere gemeenten te maken, dat maakt de administratieve afhandeling lastig of zelfs onuitvoerbaar.’

Alles net even anders

Een voorbeeld: sommige gemeenten en regio’s werken met zorgprofielen. Op basis van die profielen wordt betaald. ‘Op zich een overzichtelijk systeem,’ zegt Roza. ‘Maar in West Brabant West werken ze met 4 x 9 profielen, in Amsterdam hebben ze hetzelfde model maar dan 5 x 10 profielen en in het Hart van Brabant is het weer anders. Je kunt je afvragen waarom al die variatie nodig is. Want het gevolg is dat er meer geld en tijd voor administratie nodig is. En dus is er minder geld voor zorg.’

Hetzelfde geldt voor gegevens die moeten worden aangeleverd, stelt ze. Ze begrijpt dat gemeenten informatie nodig hebben om hun uitgaven te verantwoorden. ‘Het wordt alleen erg lastig als ze dat allemaal op een andere manier gaan vragen. En allemaal om net even andere informatie vragen.’

Inhoud

Roza wil daarom gemeenten op het hart drukken om voor jeugd-ggz te kiezen voor een van de uitvoeringsvarianten. ‘En gebruik dan ook alle contracten en protocollen die erbij horen. Natuurlijk moeten gemeenten beleidsvrijheid hebben en dingen zelf kunnen invullen, maar gebruik die vrijheid voor de inhoud. Niet voor variatie in administratie.’

Voor een deel gaat het om aanloopproblemen. ‘Jeugd-ggz is nieuw voor gemeenten. Dat leidt soms tot rare afspraken. Er wordt soms zelfs gesproken over het inbouwen van garantie: als een cliënt binnen drie maanden opnieuw behandeling nodig heeft, hebben jullie je werk niet goed gedaan. Dan betalen wij niet nog een keer. Maar zo werkt dat niet met psychiatrische problematiek. Het ziekteverloop is vaak grillig en onvoorspelbaar. Garantie, alsof je een kapotte tv repareert, kun je al helemaal niet geven. Die botsing tussen theorie en praktijk zorgt voor problemen.’

Het gesprek aangaan

Gemeenten en zorgaanbieders moeten nog aan elkaar wennen, constateert Roza. ‘Ik zie veel gemeenten die zich hard willen inzetten voor zorg op maat, voor een goed aanbod. Maar soms sluiten de beelden van de gemeenten en zorgaanbieders niet op elkaar aan. Een zorgaanbieder kan bijvoorbeeld niet van tevoren inschatten hoeveel zorg een kind met psychiatrische problemen nodig heeft. En die hoeveelheid kan ook gedurende het zorgproces veranderen. Je kunt daarom in de jeugd-ggz niet een bepaald soort zorg voor een afgebakende periode toewijzen, dat werkt niet. Ook kan de zorgaanbieder een financieel risico lopen als een vast bedrag voor het leveren van zorg wordt afgesproken.’

Het heeft tijd nodig, zegt ze. Tijd om met elkaar in gesprek te gaan en elkaar beter te leren begrijpen. ‘De uitgangspunten van de decentralisatie: dicht bij huis, één gezin, één regisseur onderschrijven we allemaal. Nu moeten we met elkaar om tafel om te kijken hoe we dat samen gaan realiseren.’

TIPS voor het beëindigen van de DBC-systematiek van Anne Wil Roza, GGZ Nederland

Voor gemeenten en zorgaanbieders

  • Betrek softwareleveranciers al vroeg bij het proces. Zij overzien het hele proces. Ze kunnen voor- en nadelen van bepaalde keuzes in beeld brengen, zien welke administratie een afspraak oplevert en wat er fout kan gaan. Vaak worden softwareleveranciers er pas op het laatst bij gehaald. Maar je voorkomt veel problemen als ze vanaf het begin meedenken.
  • Breng afdelingen binnen je organisatie bij elkaar bij het maken van afspraken. Neem iemand van de financiële controle mee als het gaat om inkoop bijvoorbeeld. Zo voorkom je afspraken die achteraf tot problemen leiden. Ga met elkaar het gesprek aan binnen je organisatie zodat je van elkaar weet wat je nodig hebt en wat er mogelijk is.

Voor gemeenten

  • Kies een uitvoeringsvariant en gebruik alle documenten en protocollen die daarbij horen. Daarmee voorkom je gedoe met de jaarrekening en gedoe met aanvullende eisen. En je  zadelt zorgaanbieders niet op met extra administratieve rompslomp.
  • Nog geen uitvoeringsvariant gekozen en weinig tijd? Kies de inspanningsgerichte variant. Die lijkt het meest op de bekostiging volgens DBC dus de overstap is het makkelijkst. Overstappen naar een andere uitvoeringsvariant kan later altijd nog.

Voor zorgaanbieders

  • Zorg dat je berichtenverkeer op orde is. Veel systemen zijn uitsluitend ingericht op DBC’s omdat in de zorg zo wordt gefactureerd. Pas dat aan.
  • Wees kritisch op de haalbaarheid van door gemeenten gestelde eisen. Zijn ze wel uitvoerbaar zijn en leiden ze tot goede zorg?  Zo niet, geef dit aan.
  • Loop je tegen problemen aan? Meld het GGZ Nederland. GGZ Nederland ondersteunt instellingen bij het beëindigen van de DBC-systematiek in de jeugd-ggz. Hoe meer zij weet wat er speelt, hoe beter dat kan.

 

Nieuws archief