U bent hier

Houd in beeld waar het om gaat: Goeree-Overflakkee over samenwerking met zorgaanbieders

14 april 2018

Gemeenten en zorgaanbieders maken zich klaar voor de inkoop van Wmo en Jeugdzorg voor 2019. Dat geldt ook voor de gemeente Goeree-Overflakkee in Zuid-Holland. Nu de decentralisatie drie jaar bezig is, blikt beleidsadviseur Maatschappelijke Zaken Britt de Waal terug, én vooruit.

Een van de zorgaanbieders waar Goeree-Overflakkee mee samenwerkt is Pameijer. Lees ook Krachten bundelen met gemeenten: zorgaanbieder Pameijer over drie jaar decentralisatie.

Het inkopen van begeleiding en dagbesteding was voor 2015 totaal nieuw voor ons, zegt Britt de Waal. Ze is beleidsadviseur Maatschappelijke Zaken bij de gemeente Goeree-Overflakkee. “We zijn daarom begonnen met een gesprek met de grootste zorgaanbieders die in onze regio actief waren, een stuk of tien. Later zijn er meer bij aangesloten. Onze vraag was: hoe gaan we samen alles vormgeven? Het ging daarbij niet alleen om inkoop, maar om alles wat met de decentralisatie samenhing. We moesten een nieuwe visie ontwikkelen. Hoe wilden we de toegang organiseren? Hoe gingen we ervoor zorgen dat onze inwoners de zorg kregen die ze nodig hadden?”

Meedenken

Uitgangspunt was altijd het grotere geheel, legt De Waal uit: ervoor zorgen dat alle inwoners toegang hadden tot goede zorg. Dat was de reden dat zorgaanbieders meteen werd gevraagd om mee te denken. “Dat deden we op themabijeenkomsten, bijvoorbeeld over gekanteld werken in de Wmo, hoe doen we dat? Wat verstaan we daaronder? Hoe richten we dat in en wat zijn daarvan dan weer de gevolgen voor inkoop? En hoe gaan we het vervolgens monitoren? Nieuw voor ons was ook dat we één meldpunt sociaal domein gingen organiseren, van waaruit de melding(-en) dan wordt doorgezet naar Wmo, Jeugd of Werk en Inkomen. Daar hebben we samen met Stichting MEE aan gewerkt.”

Toegangsticket

Zo moest ook worden besloten hoe de inkoop werd geregeld. “We besloten al snel: wij gaan niet de zorginzet bepalen, want dat is niet onze expertise. Dat betekent dat wij wel een indicatie afgeven, maar dat de zorgaanbieder die kan aanpassen als dat nodig is. De beschikking is daarmee een toegangsticket. We zeggen niet: je hebt recht op zoveel uren. De zorgaanbieder beslist daarover op basis van een professionele inschatting.” Een weloverwogen beslissing: “We wilden niet op de stoel van de zorgaanbieder gaan zitten en we wilden ook niet steeds discussies moeten voeren over welke zorg nodig is. Een zorgaanbieder is niet voor niets zorgaanbieder. Die heeft er verstand van.”

Productieafspraken

Goeree besloot te gaan bevoorschotten op basis van productieafspraken. “De afrekening vindt uiteindelijk plaats op basis van het gemaakte aantal uren. Alle zorguren die zijn geleverd, worden aan het einde van het jaar uitbetaald. Hiervoor hoeven zorgaanbieders geen facturen te sturen, dit doen wij op basis van de accountantsverklaring.  De productieafspraak is meer ter sturing en monitoring, maar we passen hem wel tussentijds aan als het nodig is. Interessant is dat er tussentijds verschuivingen te zien zijn tussen zorgaanbieders, de één overschrijdt de productieafspraak en de ander blijft er onder, maar in totaal klopt het vrij aardig met de gemaakte inschatting op totaalniveau. En als het niet klopt, passen we het aan. We zaten bijvoorbeeld wat te laag met de vergoeding voor huishoudelijke hulp, dat hebben we aangepast, met terugwerkende kracht. Daar gaan we niet moeilijk over doen, dat was onze fout."

Controle

Dat betekent niet dat Goeree-Overflakkee zorgaanbieders zomaar de vrije hand geeft, benadrukt De Waal. De gemeente controleert regelmatig en neemt steekproeven. En het gaat goed. “Ons vertrouwen is tot nu toe nog niet beschaamd. Vorige week had ik zelfs nog een zorgaanbieder die me belde om te zeggen dat een factuur moest worden gecorrigeerd. In zijn nadeel. Eén keer hadden we een zorgaanbieder die veel inzet in rekening bracht. We zijn daar preciezer naar gaan kijken en het bleek te kloppen. Die had meer cliënten toegewezen gekregen en meer cliënten die veel zorg nodig hadden. We merkten ook dat we meer en hogere facturen kregen voor jeugdzorg. Ook dat bleek te kloppen: er waren meer aanmeldingen bij jeugdzorg.”

Administratie

Het besluit van Goeree-Overflakkee om geen precieze indicaties af te geven, heeft voor- en nadelen, ontdekten De Waal en haar collega’s. Zorgverleners zijn blij met de werkwijze van de gemeente, zij waarderen de grote mate van autonomie in hun werk. Maar voor de administratie van zorgaanbieders en gemeente is het minder positief. “Het kost gewoon extra werk. Wij geven een beschikking af, zij geven door welke zorgzwaarte en zorginzet nodig is. De zorginzet mag altijd afwijken van wat in de beschikking staat, dat hebben we zo vastgelegd. Wij gaan uit van de door de zorgaanbieder gedeclareerde zorg, niet van de beschikking. Als de zorgzwaarte wordt aangepast, moet de beschikking wel worden aangepast. We zoeken naar een manier om het simpeler te regelen in de administratie. Maar het principe dat de zorgaanbieder bepaalt, houden we vast. Daar staan we nog steeds achter.”

Te intensief

De Waal voerde al eerder andere veranderingen door. “Het was een tijdje te intensief, ik was aanspreekpunt voor alles. Contracten, berichtenverkeer, inkoop: alles kwam bij mij terecht. Dan moest ik vragen weer doorsluizen naar onze technische mensen of administratie. Dat was te veel. We hebben ervoor gezorgd dat onze ICT-mensen rechtstreeks contact hebben met de ICT-ers van zorgaanbieders. Hetzelfde geldt voor de administratie. Alleen als er structureel een probleem is, komt het nog bij mij terecht.”

Overleg

Het belangrijkste uitgangspunt voor De Waal en haar collega’s blijft het gesprek met zorgaanbieders. Dat is nodig, zegt ze, om goed te kunnen samenwerken. “We overleggen over allerlei onderwerpen, nu praten we bijvoorbeeld veel over verantwoording. Wij vragen gegevens over doelrealisatie, bijvoorbeeld op basis van de Zelfredzaamheidsmatrix, de ZRM. Sommige zorgaanbieders kunnen dat niet leveren, omdat ze geen ZRM’s afnemen. Dan zeggen ze: je vraagt gegevens die we niet hebben. We kunnen je wel dit en dat leveren, wat vind je daarvan? Of ze hebben cliënten van wie niet te verwachten is dat er vooruitgang wordt geboekt, bijvoorbeeld mensen met dementie. Je weet dat zo iemand nooit uit zorg zal gaan. Dan is het onzin om te gaan meten op vooruitgang. Dan zoeken we samen naar een oplossing. En het liefst willen we daar wel een beetje uniformiteit in houden, anders wordt het voor ons weer heel veel werk. Maar we geven aanbieders ook de ruimte om het op een voor hen makkelijke manier te doen.”

Individuele gesprekken

Het meeste overleg vindt op individueel niveau plaats. Met elke zorgaanbieder heeft De Waal zes tot acht keer per jaar overleg. “In totaal hebben we ongeveer vijftien zorgaanbieders, dus het is te overzien. Maar toen ik net met deze baan begon, was ik alleen maar daarmee bezig. Overal kennismaken, overal praten. Het is een enorme investering, maar het levert heel veel op. We weten elkaar nu te vinden en dat werkt. Soms zijn de contacten heel intensief, bijvoorbeeld met een aanbieder waarbij het berichtenverkeer niet goed verliep. Dan spreken we elkaar wekelijks, telefonisch of face to face, net zo lang tot alles loopt. Er zijn ook zorgaanbieders bij wie alles goed verloopt, dan kun je meer gaan finetunen. Er is altijd wel iets om te bespreken en zo houden we een vinger aan de pols. Cliëntenaantallen, financiële kant, kwartaalrapportages en allerlei andere dingen. Ik plan die afspraken gewoon in, voor het hele jaar, met iedereen. Natuurlijk worden ze wel eens verzet omdat ze niet uitkomen, maar in principe staan ze.”

Niet achterover leunen

Is deze manier van werken aan te raden voor andere gemeenten? “Moeilijk te zeggen,” stelt De Waal. “Voor grotere gemeenten is het lastiger, er zijn meer zorgaanbieders, het is ingewikkelder. Geen enkele manier van werken is natuurlijk perfect. Maar ons uitgangspunt: heb vertrouwen in elkaar en ga in gesprek, dat kan ik wel iedereen aanraden. Het is bij ons ook beslist niet klaar. De druk neemt af, het systeem staat, de relaties zijn opgebouwd, maar we gaan niet achterover leunen. We blijven ons, samen met zorgaanbieders, inzetten voor goede zorg voor onze inwoners. Want daar gaat het om.”

TIPS VAN BRITT DE WAAL, BELEIDSADVISEUR MAATSCHAPPELIJKE ZAKEN GOEREE-OVERFLAKKEE

  • Houd in beeld waar het om gaat: de inwoners. Daar doe je het voor.
  • Focus niet te veel op controle en financiën. Wij hebben misschien makkelijk praten, want we kwamen er tot nu toe elke keer goed uit, maar je krijgt een ander soort verhouding. Het gaat niet meer over zorg, het maakt het lastig.
  • Zoek contact en houd contact tussen gemeente en aanbieder. Dan loopt het beter, ook op cliëntniveau.

Nieuws archief