U bent hier

Stand van zaken overstap van DBC naar uitvoeringsvariant

15 september 2017

Gemeenten kopen jeugd-ggz tot eind 2017 in met de dbc-systematiek. Vanaf 1 januari 2018 kan dat niet meer. Alle DBC’s worden hard afgesloten. Voor bekostiging en administratieve afhandeling van jeugd-ggz-trajecten gebruiken gemeenten vanaf 1-1-2018 een van de uitvoeringsvarianten voor Wmo en Jeugdwet.

Wat moeten gemeenten, aanbieders en softwareleveranciers doen?

De acties die gemeenten, aanbieders en softwareleveranciers kunnen ondernemen voor deze overstap staan in de checklist van GGZ Nederland en VNG:

Hard afsluiten DBC’s: instructies en validatieregels voor softwareaanpassingen

Softwareleveranciers van gemeenten en aanbieders moeten de software voor jeugd-ggz aanpassen, met name het toewijzing- en facturatieproces. Vanaf 2018 wordt geen gebruik meer gemaakt van het factuur- en declaratieberichtenpaar JW321-JW322. Dit geldt ook voor trajecten voor basis-ggz waarvoor nu nog het JW321-bericht gebruikt wordt. Raadpleeg hier het protocol voor:

De validatieregels zijn ook in excel beschikbaar, evenals de bijgewerkte beslisboom jeugd-ggz: DBC-pakket 2017 voor jeugd-ggz en volwassenen-ggz (VNG en GGZ Nederland).

Productcodes en productcategorieën

Instapmomenten: fall-back-scenario

VNG en GGZ Nederland hebben naar aanleiding van een quickscan besloten om een fall-back-scenario te ontwikkelen. In dit scenario wordt aangeraden dat gemeenten en regio's die per 1 januari 2018 nog niet kunnen overstappen dit per april of juli 2018 doen. Overstappen op een ander moment dan 1 januari 2018 heeft consequenties voor gemeenten en aanbieders. Het heeft dan ook niet de voorkeur.

Indien de gemeenten en regio’s wel klaar zijn voor een overstap per 1 januari, maar een aanbieder niet, dan wordt voor elke individuele situatie een geschikt overstapmoment voor de aanbieder bepaald. In deze situatie gelden niet de vaste instapmomenten van 1 april en 1 juli.

Wat betekent instappen per 1 april of 1 juli?

  1. De DBC-systematiek en het werken met het JW321-bericht moeten sowieso per 31 december 2017 beëindigd worden. Ook wanneer een regio en aanbieder besluiten op per 1 april of 1 juli in te stappen.
  2. Tot het moment van starten met uitvoeringsvarianten maken regio en aanbieder geen gebruik van het berichtenverkeer voor jeugd-ggz.
  3. Het berichtenverkeer wordt met terugwerkende kracht ingehaald vanaf het moment van instappen. Hierover verschijnt 1 december 2017 een Protocol herstarten berichtenverkeer.
  4. Aanbieders moeten in de overbruggingsperiode wel de geleverde zorg registreren. Hiervoor verschijnt 1 november de Basisset gegevenselementen van GGZ-Nederland.
  5. Mogelijk is bevoorschotting van aanbieders nodig omdat die anders in de overbruggingsperiode in financiële problemen kunnen raken. De bevoorschotting moet achteraf weer verrekend worden. Zorgcontinuïteit en de continuïteit van aanbieders heeft prioriteit.
  6. De administratieve lasten nemen toe door het later instappen op een uitvoeringsvariant.

Bevoorschotting

VNG adviseert gemeenten en aanbieders van jeugd-ggz afspraken te maken over bevoorschotting als ze niet op 1 januari 2018 gereed zijn voor het overstappen op een uitvoeringsvariant. Als gemeenten en aanbieders niet overstappen op een uitvoeringsvariant kan er mogelijk niet gefactureerd worden. Dit kan jeugdzorgaanbieders in financiële problemen brengen. Daarom is het belangrijk van te voren af te spreken dat aanbieders die financiële problemen verwachten, worden bevoorschot tot overgestapt wordt op een uitvoeringsvariant. Van aanbieders wordt verwacht dat zij zelf contact opnemen met de gemeenten waarmee ze een contract hebben als zij bevoorschot willen worden.

 

Nieuws archief