U bent hier

Jeugd-ggz vanaf 2018 bekostigen met uitvoeringsvariant

19 mei 2017

Tot en met 2017 kopen gemeenten jeugd-ggz in met de DBC-systematiek. Vanaf 2018 mag dat niet meer. Gemeenten en aanbieders moeten zich dit jaar op deze overgang voorbereiden. Anne Wil Roza (GGZ Nederland) en Geert Schipaanboord (VNG) leggen uit wat nodig is om de overgang soepel te laten verlopen en geven tips.

Anne Wil Roza, GGZ Nederland: ‘Zorgaanbieders bang voor extra administratieve lasten’

Geert Schipaanboord, VNG: ‘Gemeenten beseffen soms onvoldoende dat zorgaanbieders met veel verschillende gemeenten te maken hebben’

Het is goed dat volgend jaar voor de jeugd-ggz niet meer met de DBC-systematiek wordt gewerkt, zegt Geert Schipaanboord, projectleider Jeugd bij VNG. Er zijn namelijk veel nadelen. ‘Het systeem gaat uit van één diagnose om zorg te kunnen declareren. Maar in de praktijk zijn er vaak twee of meer diagnoses. Dan wordt het administratief ingewikkeld. Daarnaast is het financiering achteraf. Pas als een DBC wordt gesloten, is duidelijk hoe duur de zorg was. Dat is voor instellingen lastig, want die moeten soms lang op hun geld wachten. Maar ook voor gemeenten: die weten lang niet waar ze aan toe zijn en kunnen voor vervelende verrassingen komen te staan. En er speelt natuurlijk nog het probleem van privacy.’

Zorg continueren

Veel zorgen over de komende overstap heeft Schipaanboord niet. ‘We hebben al eerder gezien dat het kan, in 2015 namelijk, met de decentralisaties. Ook toen is de zorg gewoon gecontinueerd. Dat zal nu weer gebeuren.’

Toch zijn er de nodige klachten over de decentralisatie, weet Schipaanboord. ‘Daarvoor sluiten wij onze ogen niet. Zorgaanbieders vinden dat er te veel verscheidenheid is. Dat klopt, elke gemeente kleurt het anders in. Gemeenten hebben de vrijheid om de jeugdzorg in te richten passend bij hun situatie. Die vrijheid mag natuurlijk niet zorgen voor meer administratieve lasten, dat is nooit de bedoeling geweest. Gemeenten realiseren zich soms onvoldoende dat aanbieders met veel verschillende gemeenten te maken hebben die elk vanuit eigen tradities en mores werken. Dat is wennen voor aanbieders.’

Overgangssituatie

Maar Schipaanboord is optimistisch. ‘Het is een kwestie van geduld hebben. We zitten in een overgangssituatie zitten en het heeft tijd nodig. Veranderen doet altijd pijn. We hebben te maken met verschillende sectoren, met koninkrijkjes en eilanden. Daar moeten we vanaf en dat kan pijnlijk zijn.’

Oude systeem te rigide

Wat bovendien wel eens vergeten wordt, stelt hij, is dat het oude systeem bepaald niet ideaal was. ‘Het was te rigide. Dat deed de complexe werkelijkheid van jongeren met problemen geen recht. Het was bovendien versnipperd. Er was jeugd- en opvoedhulp, jeugd-ggz, gehandicaptenzorg, gesloten jeugdzorg. Dat kwam de kwaliteit van zorg niet ten goede, want vaak is bij een kind met problemen meer nodig. Ondersteuning van ouders, hulp bij school en ga zo maar door. Bij versnipperde zorg is de kans groot dat er onvoldoende zorg wordt aangeboden. Of dat zorgverleners niet van elkaar weten wat ze doen. Het idee dat de zorg het beste rondom één kind, één gezin kan worden georganiseerd is de achterliggende gedachte van de decentralisatie. Dat gaat het beste als de zorg lokaal wordt georganiseerd, dicht bij de jongere en het gezin. Dat uitgangspunt wordt nog steeds door iedereen gedeeld. Dat moeten we niet vergeten, het is het uiteindelijke doel waar we naar streven.’

Begin op tijd

Hoe ver zijn gemeenten nu met de voorbereiding op het einde van de DBC-systematiek? Grofweg kun je de gemeenten in drie groepen verdelen, zegt Schipaanboord. Ongeveer een derde van de gemeenten werkt nu al met een van de drie uitvoeringsvarianten. Bij hen verandert er dus niets volgend jaar. Een net zo grote groep heeft de aanbesteding voor volgend jaar gepubliceerd. Ze hebben al een uitvoeringsvariant gekozen en zijn bezig die te implementeren. Zorgaanbieders weten bij die gemeenten waar ze aan toe zijn. Ten slotte is er nog een derde deel dat nu druk bezig is met de aanbesteding van volgend jaar. ‘Voor die regio’s begint de tijd te dringen, zij moeten haast maken. Zorgaanbieders moeten weten waar ze aan toe zijn. Daarom roep ik gemeenten ook op: begin op tijd met deze overstap.’

TIPS voor het beëindigen van de DBC-systematiek van Geert Schipaanboord, VNG

Voor gemeenten en zorgaanbieders

  • Neem ordelijk afscheid van de oude systematiek. Zorg dat je administratie klopt, sluit dossiers goed af, weet wie je in zorg hebt. Met andere woorden: heb zicht op je situatie.
  • Zorg dat degenen om wie het gaat, de kinderen die in zorg zijn, er niets van merken. Het gaat om een operatie aan de achterkant, het gaat om administratie en organisatie.

Voor gemeenten

  • Verplaats je in het perspectief van de aanbieder! Vraag bijvoorbeeld wat een zorgaanbieder al aan gegevens bijhoudt vanwege andere verplichtingen, bijvoorbeeld voor rapportage aan VWS. Sluit daar op aan, vraag niet weer andere gegevens op.
  • Neem bezorgdheid bij aanbieders weg. Die willen – terecht – weten waar ze aan toe zijn.
  • Nog geen uitvoeringsvariant gekozen? De overstap naar de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant sluit het meeste aan bij de huidige registraties van aanbieders. Je kunt dan later altijd nog overstappen op een ander model als dat beter aansluit bij de lokale situatie.
  • Maak de nieuwe systematiek niet te ingewikkeld voor zorgaanbieders. Realiseer je dat alle extra administratie zorgaanbieders geld en tijd kost. Dat gaat ten koste van zorg.

Voor zorgaanbieders

  • Verplaats je in het perspectief van de gemeente! Steek niet hulpeloos met je handen in de lucht, maar leg uit wat je al doet en doe op basis daarvan concrete voorstellen. Stel je pro-actief op.
  • De meeste aanbieders hebben het gros van hun cliënten in bepaalde regio’s. Daarnaast hebben ze nog kinderen die ze begeleiden die buiten deze regio’s wonen. Richt je op de regio’s waar de meeste cliënten wonen en steek daar energie in. Maak een simpel standaardmodel voor die paar klanten buiten je regio en probeer daar niet ook precies aan te sluiten. Overleggen over de inrichting bijvoorbeeld, daar hoef je als aanbieder echt niet naar toe als je maar één kind uit die regio behandelt. Zo houd je, met andere woorden, de kans op gedoe zo klein mogelijk.

Nieuws archief