U bent hier

Innovatie in het sociaal domein in Den Helder, Schagen en Texel

Gemeenten Den Helder, Schagen en Texel kopen Wmo en jeugdhulp gezamenlijk in. Een belangrijke succesfactor van het inkoopteam is het vertrouwen dat hun bestuurders en managers in de gezamenlijk aanpak hebben. “Bestuurders geven ons de vrijheid om intensief samen te werken”. Programma i-Sociaal Domein sprak de portefeuillehouders van deze gemeenten over hun transformatiedoelen.

Hennie Huisman-Peelen is wethouder van gemeente Texel voor Zorg en economie. Ben Blonk is wethouder Samenleving van gemeente Schagen, Pieter Kos wethouder Sociaal Domein van gemeente Den Helder. Maandelijks bespreken zij samen hun aanpak in het sociaal domein.

Eigen kracht

Hennie Huisman-Peelen, Texel: “Mensen kunnen veel zelf. De zorg moet minder gemedicaliseerd worden en mensen moeten niet overspoeld worden door hulpverleners. We willen de informele en de formele zorg meer bij elkaar brengen. Door de decentralisaties hebben we als gemeenten een kans gekregen om deze zaken aan te pakken.”

Ben Blonk, Schagen: “De zorg wordt te duur, financieel moet het anders en inhoudelijk ook. In onze gemeente zie ik dat vrijwilligers zaken signaleren en problemen oplossen voordat wijkteams er aan te pas komen. De decentralisaties zijn een verstandige keuze geweest. Mensen kijken meer naar elkaar om en hebben het er over hoe de toekomst er uit kan zien. Ik wil faciliteren dat zij hun doelen bereiken.”

Lokale verschillen

Samenwerking betekent rekening houden met elkaar en krachten bundelen waar je elkaar nodig hebt. Blonk: “Ook bovenregionaal wordt steeds intensiever samengewerkt. We werken bijvoorbeeld op jeugdhulp met 18 gemeenten samen in Noord-Holland. In die samenwerking moet je ook rekening houden met lokale verschillen. Dat zie je ook in de samenwerking tussen Schagen, Den Helder en Texel.”

Pieter Kos, Den Helder licht toe: “Er zijn bijvoorbeeld verschillen tussen onze gemeenten in hoe actief inwoners zijn in het sociaal domein.”

Blonk: “Schagen bestaat uit 21 dorpen, binnen elk dorp is grote gemeenschapszin. Mensen wachten niet af maar nemen zelf initiatief.” Kos: “Den Helder is anders; veel meer verstedelijkt en de sociaaleconomische situatie is minder rooskleurig. Maar ook bij ons is een belangrijk uitgangspunt dat we inspelen op de eigen kracht en het eigen initiatief van onze inwoners.”

Innovatie

Blonk: “Samenwerking, het bundelen van energie, is de drijvende kracht voor innovatie. We hebben als gemeente maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld dat kinderen gezond opgroeien. Er zijn partijen die daaraan kunnen bijdragen, denk aan sportverenigingen maar ook scholen, die de kinderen dagelijks zien. Inmiddels zijn diverse initiatieven ontstaan die wij ruimte bieden. Op hun beurt geeft de gemeenteraad in Schagen óns de ruimte om op deze manier te innoveren.”

Kos: “Lokale aanbieders krijgen in Den Helder de zekerheid dat ze mogen meedenken. We hebben als gemeente de aanbieders hard nodig. We kijken welke energie er is, wat er al gebeurt, en dát steunen wij. We willen afspraken maken met aanbieders over welk maatschappelijk effect zij beogen in het kader van de investering die we samen doen. Dit zou, net als innovatie, een integraal onderdeel moeten zijn van een regionale aanpak.”

Huisman-Peelen: “Aanbieders zijn ook bereid met ons mee te denken over innovatie. Wij kijken bijvoorbeeld met zorginstellingen waar cliënten wonen hoe deze mensen meer ambulant ondersteund kunnen worden en dan gewoon thuis kunnen blijven wonen. Mensen willen dat graag en het is ook nog minder duur dan in een zorginstelling wonen.”

Blonk: “Innoveren willen wij vanuit de filosofie: hoe kan je de zorg beter en goedkoper organiseren? Onze gemeenteraad staat hier ook achter. Dat is fijn, want echt innoveren betekent dat je bezig bent met dingen die ook kunnen mislukken. De gemeenteraad geeft ons de kans om door te ontwikkelen. Die rol is heel belangrijk.”

Verandering in de gemeente

Kos: “Als wij aanbieders vragen te veranderen, dan moeten wij dat zelf ook doen als gemeente. Om het maatschappelijk middenveld een actievere rol in de samenleving te geven, moet je als gemeente toegerust zijn om met hen samen te werken. In dezelfde aanbesteding moeten wij om de tafel kunnen met het bestuur van een buurthuis dat bestaat uit vrijwilligers, én met de raad van bestuur van een grote instelling. Ons beleid moet op beide soorten organisaties aansluiten.”

Huisman-Peelen: “Soms missen we als gemeente nog de ervaring om het beleid goed te vertalen naar de uitvoering. Die ervaring en kennis moeten we opbouwen. Daarnaast hebben we te maken met wet- en regelgeving die soms conflicteert. Om te voorkomen dat verschillende hulpverleners langs elkaar heen werken willen we bijvoorbeeld dat aanbieders met elkaar gegevens kunnen uitwisselen over cliënten, maar dan loop je tegen privacywetgeving aan.”

Blonk: “Al met al ben ik tevreden met de voortgang bij onze gemeente. Decentraliseren was een heel grote operatie die in korte tijd moest plaatsvinden. Natuurlijk hebben we nog meer ambities, maar petje af voor wat we al bereikt hebben.”

Administratieve lasten

Kos: “In één opzicht zijn we het roerend eens met onze aanbieders: de administratieve afhandeling van de zorg moet zonder meer eenvoudiger. We zien dat veel producten en systemen niet op elkaar aansluiten, er is te veel diversiteit. Daar willen we samen iets aan doen.”

Blonk: “Ik verwacht ook van aanbieders dat zij meer op de standaarden aansluiten. En op een klaagzang zit niemand te wachten, we moeten het samen oplossen.”

Huisman-Peelen: “Wij voorkomen gedoe met de accountantsverklaring door het landelijk controleprotocol en de model productieverantwoording te gebruiken. Wat ons daarnaast ook helpt, is het gesprek ook te voeren over wat er wél en wat er niet goed gaat. Daar leren we veel van.”

Zie ook: Durf te investeren in de samenwerking: Inkoopteam Schagen, Den Helder en Texel